Feest in Monaco
februari 2010
Vandaag, 27 januari, is het voor Monaco nationale feestdag. Sainte Dévote wordt gevierd. Uw vermoedelijke reactie zal zijn: ‘Nooit van gehoord’. Lees dan verder.Er is in de algemene kerkelijke kalender geen plaats voor al onze heiligen. Maar die worden wel plaatselijk in de bloemetjes gezet. Sainte Dévote is hier zelfs hoogfeest.
In de tijd van keizer Diocletianus woonde op het eiland Corsica een meisje, Dévote genaamd. Toen in 303 het gerucht ging dat de Romeinse gouverneur Barbarus op weg was daarheen, om de christenen te vervolgen, verstopte Dévote zich ten huize van senator Euticius.
Als Barbarus met zijn vloot aan wal gaat, brengt hij eer aan de goden en spoort de bevolking aan achter de christenen aan te gaan. Euticius wordt gedood omdat Dévote bij hem verborgen zit en het meisje wordt voor de gouverneur geleid. Barbarus, vreselijk boos, geeft opdracht haar mond met steenslagen te verwonden. Dan sleept men haar, geboeid aan handen en voeten, over de keien. Vervolgens wordt ze op de pijnbank gelegd. Tijdens deze foltering komt er een duif uit Dévote’s mond die naar de hemel vliegt.
De gouverneur geeft het bevel haar de volgende dag te verbranden. Maar twee christenen, verborgen in een grot vanwege de vervolging, vernemen in een droom waar het lichaam zich bevindt. Samen met schipper Gratianus halen ze het lichaam weg en laden het op zijn schip.
Nu is het de beurt aan de schipper een visioen te krijgen waarin Dévote hem zegt: ‘Er staat een harde storm op, maar jouw schip zal niet overspoeld worden. En let goed op! Als je een duif uit mijn mond ziet komen, ga die duif achterna tot je het vasteland bereikt en daar moet je me begraven’. Dat vasteland is de haven van Monaco.
Als de eerste wonderen gebeuren, neemt een snood plan bezit van een gewetenloze man. Midden in de nacht steelt hij de relikwieën van Sainte Dévote in de hoop goede zaken te kunnen doen met haar wonderwerken. De heiligschennis is van korte duur, want de Voorzienigheid waakt. Een groepje vissers komt erachter en gaan achter de dief en zijn kostbare buit aan. De boot van de dief, naar het strand gebracht, wordt verbrand om elk spoor van de diefstal uit te wissen. Vandaar de traditie die wil dat elk jaar op de vooravond van haar feest een boot wordt verbrand. De roodwitte vlag van Monaco verwijst naar deze traditie. Het witte zeil van de boot staat voor de maagdelijke zuiverheid en het rood voor Dévote als bloedgetuige.
Daarom kregen gisteravond de prins, de aartsbisschop, de chef van de regering, de bezoekende nuntius en de aartsbisschop van Marseille elk een fakkel aangereikt, om replica 2010 van de boot in brand te steken. Tot vermaak en stichting van ons allemaal, autoriteiten, clerus en toegestroomd volk. Als sluitstuk was er een magnifiek vuurwerk boven het water van de haven te zien.
En vandaag vierden we in de kathedraal een plechtige, heel pontificale hoogmis, want naast de drie bisschoppen van gisteravond waren ook die van Nice en Vintimiglia gekomen. Vijf bisschoppen dus, de prins, hoogwaardigheidbekleders, ridderorden, broederschappen, gemengd koor en knapenkoor gingen na de viering in processie door de smalle straatjes van de ‘Rocher’. Drie keren hield men halt. Voor het paleis zegende de bisschop van Marseille met de relikwieschrijn de prinselijke familie. Daarna, op een plek met prachtig zicht over Monaco, was het de beurt van onze bisschop de stad te zegenen en ten slotte voor de kathedraal, met zicht op de Middellandse Zee, waar de bisschop van Nice zee en zeevaarders zegende. We waren uitgenodigd op de borrel bij de burgemeester en ik was ingeloot onder de 25 tafelgasten voor de lunch bij de prins. Wim van Rooden, osfs