-
Wij gedenken
Klik op naam om de tekst te openen. Nogmaals klikken sluit de tekst weer. Onvolkomenheden kunt u melden via contactpagina. -
Pater Jan van Duijnhoven osfs 30 september 1928 - 19 januari 2012
Ter dankbare herinnering aan Pater Jan van Duijnhoven
Oblaat van Franciscus van Sales, Lid van de orde van Oranje-Nassau.
Geboren te Groesbeek op 30 september 1928. Hij trad toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales op 4 september 1949 en werd op 5 maart 1955 te Nijmegen tot priester gewijd door mgr. W. Mutsaerts.
Hij overleed, na een liefdevolle verzorging en gesterkt door het Sacrament van de Zieken, in Glorieux in Eindhoven op 19 januari 2012. Met een plechtige Eucharistieviering hebben wij afscheid van hem genomen op 28 januari 2012 in de kapel van Glorieux te Eindhoven, waarna we hem hebben begraven bij zijn medebroeders in Eindhoven.
"Ik heb lang en gelukkig geleefd
Mij met weinig tevreden gesteld
Niets gevraagd en veel gekregen
En ik ben, van alle goede dingen voldaan,
zachtjes ter Gode gegaan."
Deze korte tekst, gevonden in zijn aantekeningenboekje, dat is Jan. Hij heeft altijd heel sober geleefd, is in zijn leven op vele pastorale terreinen actief geweest. In de congregatie van leraar tot provinciaal. Nooit heeft hij om een of andere functie gevraagd of er naar gesolliciteerd, het werd hem toegeschoven en Jan maakte er het beste van. Hij had vele talenten, maar liep er niet mee te koop. Hij was een wijs man, maar liet er zich niet op voorstaan. Zijn hele leven was doordesemd van de Salesiaanse Spiritualiteit. Hijzelf zegt daarover: "Waar ik goed mee vooruit kan, dat zijn al die aansporingen tot rust, kalmte en geduld, die liggen me wel. Omdat ik zelf die aard ook heb, denk ik. Ik ben niet zo'n hardloper. Je moet je rust en je kalmte bewaren, schrijft Franciscus.
Gelijkmoedigheid, daar gaat het om. Ik kan van mezelf zeggen, dat zit een beetje in de aard, als er iets nieuws gepresenteerd wordt eerst even rustig bekijken. Niet meteen gaan rennen en overal op in gaan. Daarnaast zachtmoedigheid en vriendelijkheid."
En dan, daar zit eigenlijk het meeste in: "Bloei waar je bent geplant." Dat staat er niet letterlijk, dat is geconcludeerd uit het geheel van zijn teksten. "Dat aspect, zoek het niet elders. Dat vind ik belangrijk. Ga niet naar een ander."
Diezelfde gedachte vind je terug in de parabel van de zaaier uit het Evangelie: "de zaaier ging uit… maar God geeft de groeikracht." Deze tekst koos Jan - misschien ook als boerenzoon - voor alle vieringen bij zijn jubilea.
"De mens mag mesten, ploegen, zaaien, wieden en oogsten. Hij draagt er zorg voor dat Gods akker er fatsoenlijk bij ligt. Het is een voorrecht werktuig te zijn van de schepper. De levensvatbaarheid komt van God. Persoonlijk huldig ik de stelling dat in het leven alles neerkomt op het onderhouden van warme banden. De blijde boodschap gedijt het beste bij een goede verstandhouding. Het belang van open relaties heb ik altijd en overal ervaren en geprobeerd die te onderhouden."
Belangrijker dan de weg die je gaat, is het spoor dat je achterlaat. Jan laat ons een spoor na van trouw, eenvoud, humor, wijsheid. Een spoor getekend door diep geloof en gevormd door de Salesiaanse Spiritualiteit. Een wijs mens, die ontzettend goed kon luisteren en vol humor zat.
Toen hij ziek werd, heeft hij vanuit die gelijkmoedigheid zijn ziekte gedragen en was dankbaar tot het laatst voor alle hulp en belangstelling. Dankbaar voor het feit dat hij liefdevol verzorgd kon worden bij de Zusters van Barmhartigheid in Glorieux, met wie hij 40 jaar een nauwe pastorale band had.
Voor uw medeleven en belangstelling, zowel tijdens zijn leven als nu na zijn overlijden, zeggen wij u hartelijk dank.
Familie van Duijnhoven
Oblaten van Franciscus van Sales -
Pater Jos van den Broek osfs 5 december 1924 - 2 december 2011
Geboren te 's-Hertogenbosch op 5 december 1924, trad Jos op 10 september 1946 toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Hij werd priester gewijd op 18 juli 1951. Daarna werd hij leraar en vervolgens bedrijfsaalmoezenier. Hij was 25 jaar aalmoezenier bij de Koninklijke Luchtmacht en van 1991 tot 2008 pastoor van de Levenskerk te Oisterwijk. Na dit rijk gevulde leven overleed hij toch nog vrij onverwacht op 2 december 2011 te Tilburg. In een plechtige Eucharistieviering hebben wij afscheid van hem genomen op 10 december 2011 in zijn Levenskerk te Oisterwijk. Daarna hebben we hem begeleid op zijn laatste tocht naar het crematorium te Tilburg.
Hoe kunnen we ons Jos beter herinneren dan met woorden uit zijn eigen hart. Woorden, die zeggen wat voor hem belangrijk is geweest; die meer dan zestig jaar lang de drijfveer zijn geweest voor zijn priesterleven. Hij schreef er over in de 'Nieuwsbrief Levenskerk':
"Licht dat ons aanstoot in de morgen.
Het is opvallend dat een gedicht van Huub Oosterhuis zo graag gezongen wordt.
Licht dat ons aanstoot in de morgen
Voortijdig licht waarin wij staan,
Koud, één voor één en ongeborgen,
Licht overdek mij, vuur mij aan.
In dit eigentijdse lied vinden wij niets terug van de traditionele kerkleer, niets van de klassieke beelden uit de christelijke traditie. Maar kennelijk raakt het veel mensen in hun gemis en hun heimwee, het gemis en het heimwee dat God in onze ziel heeft gelegd.
Het licht wordt bezongen. Is het het Lumen Chirsti, het licht van Christus? Het wordt nergens met evenveel woorden gezegd. Ja, in die laatste regels: "Liefste der mensen, eerstgeboren, licht, laatste woord van Hem die leeft." Maar verder is het lied vol zoekende woorden, tastende beelden: "Licht, van mijn stad de stedehouder, aanhoudend licht dat overwint. Vaderlijk licht, steevaste schouder, draag mij, ik ben jouw kijkend kind." Poëtische woorden die een geheim in zich bergen, maar die tegelijkertijd gevoelig maken voor dat geheim, die iets openbaren van het licht dat ons in Christus geschonken is. Dit lied geeft heel duidelijk weer dat het gaat om het beleven van onszelf als ontstoken aan zijn licht, opdat wijzelf licht zijn. Ook dat "licht zijn van licht" kun je diep in jezelf beleven door het vuur in jezelf brandend te houden, je geestdrift om Hem. Ook dat kan alleen als je je telkens weer met Hem verenigt in gebed."
Wij danken Jos voor zijn leven en werken, voor zijn vriendschap en liefde, in onze congregatie, in zijn familie en in 'zijn' parochie, voor de mensen die hem hebben begeleid totdat hij alleen verder moest gaan. Moge hij nu leven in dat vaderlijke licht, gedragen en gezien door de Eeuwige.
Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven, tijdens zijn ziekte en na zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank.
Familie van den Broek
Oblaten van Franciscus van Sales -
Broeder Gerardus van Horck 8 april 1930 - 24 juli 2010
Gerardus werd geboren in het pittoreske rozendorp Lottum. Daar groeide hij op als vijfde kind in een gezin van elf kinderen. Na de lagere school ging hij naar het klein seminarie 'Ave Maria' in Tilburg. De studie bleek echter te zwaar voor hem. Langzaam groeide in hem het verlangen om broeder missionaris te worden. Hij ging in Tilburg werken bij aannemersbedrijf Lips. Daar leerde hij het vak.
Na zijn eerste gelofte ging hij naar Beek en Donk. Daar had hij mooie en goede jaren. Op 25 oktober 1957 vertrok hij naar de missie in Zuid-Afika. Al die jaren heeft hij gewoond in Keimoes. Gerardus ging aan het werk, was er architect, aannemer, uitvoerder en metselaar.
Hij tekende en bouwde vele kerken, scholen en het noviciaat voor aankomende Oblaten in Keimoes. Hij sjouwde van de vroege morgen tot de late avond en gaf er zijn beste krachten.
Naast zijn werk kon hij zich uitleven in zijn hobby van fotograferen en filmen.
Begin jaren '90 openbaarde zich suikerziekte. Zijn krachten werden minder, hij voelde dat het zware werk niet meer kon en nam het kloeke besluit om terug te keren naar Nederland. Hij kwam in het verzorgingshuis Joannes Zwijsen bij de fraters van Tilburg. Vond een nieuwe hobby in het gieten van beeldjes. Dagen zat hij in de kelder, die volstond met allerlei beeldjes, gemaakt van gips en fijn beschilderd. Zijn suikerziekte begon hem steeds meer parten te spelen.
Beetje bij beetje moest hij inleveren: zijn zien, zijn mobiliteit. Zijn gezondheid werd broos en breekbaar. In dat alles bleef hij echter vertrouwen op Gods voorzienigheid. "Hij weet wat het beste voor me is", schreef hij eens. "De Goede Mening is de basis van mijn geestelijk leven." Ook vond hij veel steun in het lezen van de Schrift, in de geestelijke lezing en in het dagelijks bidden van de rozenkrans.
Tot op het laatst bleef de nauwe band met zijn familie. Zij waren hem zeer dierbaar. Ook het rozendorp Lottum bleef een belangrijke plaats innemen in zijn hart.
De bloeiende rozen, die hijzelf in Keimoes heeft geplant, zijn een blijvend aandenken aan Gerardus' leven en werken. We vertrouwen erop, dat hij nu voorgoed mag bloeien in het eeuwige paradijs.
Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank. -
Pater Louis van der Raadt 14 februari 1928 - 11 april 2009
Louis van der Raadt werd geboren op 14 februari 1928 te ‘s-Gravenhage, legde zijn eerste gelofte af in de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales te Nijmegen op 4 september 1949 en werd op 5 maart 1955 door Mgr. Mutsaerts tot priester gewijd.
Eind 1956 vertrok hij als Missionaris naar Brazilië. Op 10 april 2009, Goede Vrijdag, is hij te Carinzinho, Brazilië, overleden en op 11 april 2009, Paaszaterdag, te Jabbotticaba begraven.
Toen Louis in 2005 zijn gouden priesterjubileum vierde, vertelde hij tijdens de preek over een belangrijke gebeurtenis, die allesbepalend was voor de rest van zijn leven.
“Na het bezoek aan een familielid, toen al op hoge leeftijd, missionaris in Azië, herinner ik me dat ik tegen mijn ouders zei: ik wil ook missionaris worden, want als deze pater overlijdt, zal er een andere zijn met dezelfde familienaam.”
Zo kwam Louis in september 1940, op 12 jarige leeftijd, naar het Missiehuis Ave Maria in Tilburg, kleinseminarie van de Oblaten van Franciscus van Sales.
Na zijn priesterwijding werd hij benoemd tot leraar aan ditzelfde seminarie.
Een jaar later werd hij als missionaris uitgezonden naar Brazilië, hij was de eerste Nederlandse Oblaat die naar Brazilië ging.
Hij kwam in Dom Pedrito en leerde er de taal. Voor Louis was dat geen probleem, want hij had een talenknobbel. Hij sprak vele talen vloeiend.
Na in Brazilië ingeburgerd te zijn te zijn ging hij werken op het kleinseminarie van de Oblaten in Braga.
Vele jaren was hij actief als leraar, maar ook voor de werving van roepingen. In deze taak trok hij veel jonge mensen aan voor het Oblatenleven, onder hen de huidige Generale Overste van onze Congregatie, Pater Aldino Kiesel.
Louis heeft op meerdere plaatsen in Brazilie gewoond en gewerkt. Ten dienste van de Zuid-Amerikaanse Provincie van de Oblaten werkte hij een aantal jaren in Uruguay en Ecuador.
Vooral de laatste 15 jaar heeft hij veel tijd doorgebracht achter de computer. Uit het salesiaanse erfgoed heeft hij veel teksten vertaald in het Portugees en Spaans en zo toegankelijk gemaakt voor de Braziliaanse Oblaten.
Sprekend over zijn roeping zei hij: “Elke roeping is een mysterie van God’s genade. Ik ben ervan overtuigd dat, in heel veel gevallen, de roep zich laat vernemen van kindsbeen af, al is het dan versluierd.
Als Oblaat van Franciscus van Sales heb ik twee dingen te zeggen: ten eerste verwondering. Verwondering, omdat ik niet begrijp waarom ik werd geroepen voor deze levenswijze, die ongetwijfeld een groot voorrecht van God’s genade is.
Ten tweede dankbaarheid. Dankbaarheid, omdat ik ervan overtuigd ben dat de ontvangen roeping zich niet baseert op talenten en nog minder op persoonlijke verdiensten. Rest mij één hoop: de verwerkelijking van wat de H. Augustinus zegt: ‘God compenseert Zijn eigen gaven.’”
Voor zijn leven en roeping kunnen we slechts zeggen: Dank je wel Louis.
Moge jij verder leven in het Licht van de Verrezen Heer. -
Leo Heijnen 01 december 1918 - 02 mei 2008
Geboren te Voorburg op 1 december 1918 trad Leo op 3 oktober 1937 toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales.
Hij werd priester gewijd op 16 juli 1942. Na zijn priesterwijding werd hij docent en professor aan de opleiding van zijn Congregatie. Op 31 december 1966 benoemde de Bisschop van Breda hem tot bouwpastoor van de parochie “De Verrezen Christus” te Terneuzen. Hij bleef daar werkzaam tot zijn emeritaat op 1 januari 1994. Voor al zijn verdiensten ontving hij in 1991 de Koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Hij overleed gesterkt door het Sacrament der Zieken in Gent op 2 mei 2008.
Met een plechtige Eucharistieviering hebben wij afscheid van hem genomen op 7 mei 2008 in Terneuzen en op 9 mei 2008 in Tilburg waarna we hem hebben begraven bij zijn medebroeders.
Op 11-jarige leeftijd kwam Leo naar Tilburg naar het klein seminarie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Deze Congregatie was een goed jaar geleden vanuit Duitsland in Tilburg gekomen. Het seminarie bestond uit twee kleine huisjes in de Vogelstraat in Tilburg. Toen Leo daar met zijn ouders aankwam en ze alles gehoord en gezien hadden vroeg zijn vader: “Ga je mee naar huis?”. “Ik snap nog niet dat ik toen gebleven ben”, vertelde hijzelf vaak. Leo heeft de hele geschiedenis van de Nederlandse provincie meegemaakt. Samen met 4 andere Oblaten werd hij in de kapel van de paters van de H. Geest te Gemert door Mgr. Mutsaerts tot priester gewijd. Het was oorlogstijd en veel Duitse Paters waren opgeroepen om te dienen in het leger. Dus moest de jonge garde het werk overnemen.
Leo doceerde zodoende dogmatische theologie in Beek en Donk, was leraar in Tilburg en in Frankrijk. In 1953 werd hij professor voor de moraaltheologie aan het scholasticaat te Beek en Donk en in 1961 doctoreerde hij aan de universiteit van Nijmegen. Daarnaast was hij pastoraal actief; hij was een goed en geliefd predikant en was avonden onderweg om cursussen te geven en gespreksavonden te houden.
In 1965 werd het scholasticaat in Beek en Donk gesloten. Eindelijk ging zijn diepste wens in vervulling om volledig te werken in het pastoraat. Hij werd door Mgr. de Vet benoemd voor Terneuzen, eerst als kapelaan in de Willibrordusparochie en op 31 december 1966 als bouwpastoor van de parochie de Verrezen Christus. Hij betrok een hoekwoning in de Corellistraat 1 waar hij tot aan zijn dood heeft gewoond.
Het leraar zijn zat hem in het bloed, want ook in Terneuzen heeft hij daarin zijn sporen verdiend: hij gaf godsdienstles aan de basisscholen, de technische school, de christelijke nijverheidsschool te Axel en aan het Zeldenrustcollege.
In Terneuzen voelde hij zich thuis. Het waren de mooiste en rijkste jaren van zijn leven. Leo leefde met zijn mensen mee in lief en leed. Gastvrijheid stond bij hem hoog in het vaandel. Van zijn verjaardag maakte hij een parochiefeest voor alle vrijwilligers, waarbij niemand iets tekort kwam. Leo wist te genieten van het leven. Een stijlvolle liturgieviering, opgeluisterd met prachtige zang, door het koor dat hij zelf had opgericht, gaf hem voldoening. Maar hij kon ook genieten van een spannende voetbalwedstrijd, een goed glas wijn en lekker eten.
Leo was ook gul. Vele missionarissen mochten op zijn solidariteit rekenen en niemand klopte voor hulp tevergeefs aan zijn deur. Toen Leo op 1 januari 1994 met emeritaat ging, kreeg hij van de Bisschop verlof om in zijn huis de eucharistie te vieren. Dagelijks ging hij voor in de eucharistie voor zijn ‘kapelanen’, zo noemde hij de mensen die aanwezig waren. De laatste jaren werd zijn gezondheid minder en de laatste maand in het ziekenhuis van Gent was een lijdensweg. Moge hij nu rust vinden na alle pijn en verder leven in Gods liefde.
Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank. Familie Heijnen en Oblaten van Franciscus van Sales -
Broeder Hans Dingjan 15 augustus 1930 - 01 januari 2008
Geboren te Haarlem op 15 augustus 1930, trad hij toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales en legde op 30 augustus 1951 zijn eerste geloften af.
Zijn hele leven heeft hij zijn beste krachten gegeven aan de Congregatie. Hij overleed plotseling, na een liefdevolle verzorging in Woonzorgcentrum Joannes Zwijsen te Tilburg, op 1 januari 2008. Met een plechtige Eucharistieviering hebben wij afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn medebroeders op 5 januari 2008 in Tilburg.
Het plotseling overlijden van Hans op Nieuwjaarsdag heeft ons allen doen schrikken. Hoewel hij broos en kwetsbaar was, had niemand dit verwacht.
Zijn leven was niet altijd gemakkelijk. Zelf zei hij daarvan: ‘Ik heb een zwaar kruis te dragen’. Echt klagen deed hij echter nooit. Van tijd tot tijd kon hij erg gevat zijn en had, als hij zich goed voelde, de nodige humor. Het leven van Hans bestond uit zorgen. Met veel toewijding heeft hij jarenlang gewerkt in de keuken van onze huizen. Toen die werden opgeheven zorgde hij jarenlang voor het eten op de pastorie van de Jan de Doper in Amsterdam. Toen hij terecht kwam in een beschermde woonomgeving in Handel, was hij lange tijd de spil in de leefgroep.
Hans was zeer plichtsgetrouw en heel precies, attent naar zijn familie, medebroeders en vrienden. Mensen hadden graag met hem te doen. In zijn vrije tijd heeft hij vele jaren gezongen in het koor. Daar had hij plezier in.
Dankbaar was hij voor de zorg en de aandacht die hij kreeg van allen die hem dierbaar waren; vooral van zijn zus Toos en broer Ko, die elke week de lange reis maakten naar Handel of Tilburg om hun broer te bezoeken en het contact te onderhouden. Zij hadden een warm plekje in zijn hart.
Hij was zeer gehecht aan zijn medebroeders. Zolang hij maar kon ontbrak hij bij geen enkele bijeenkomst of feest. De band van de liefde, waar Franciscus van Sales van spreekt, was voor hem geen loos gezegde, maar een levende werkelijkheid.
Moge Hans verder leven in Gods liefde.
Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank. Familie Dingjan en Oblaten van Franciscus van Sales -
Broeder Salesius Broeders 13 augustus 1920 - 08 maart 2007
Geboren te Dongen op 13 augustus 1920, trad hij toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales en legde op 1 september 1942 zijn eerste geloften af.
Zijn hele leven heeft hij zijn beste krachten gegeven aan de Congregatie. Broeder Salesius Broeders overleed na een liefdevolle verzorging in Woonzorgcentrum Joannes Zwijsen te Tilburg op 8 maart 2007. Met een plechtige Eucharistieviering hebben wij afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn medebroeders op 14 maart 2007 in Tilburg.
Adriaan Broeders koesterde een diep verlangen. Hij wilde broeder worden. Via kennissen uit Dongen kwam hij bij de Oblaten van Franciscus van Sales in Tilburg. Hij was toen 21 jaar. Hij had - na de opleiding op de vakschool voor de schoenmakerij - enkele jaren in die branche gewerkt. Had nog overwogen om voor onderwijzer te studeren, maar dat zat er niet in. Toen hij 6 jaar oud was stierf zijn vader, er was geen geld om te studeren. Toen hij intrad bij de Oblaten, kreeg hij de kloosternaam Salesius. Daar zou hij mee door het leven gaan, daarmee wordt hij gekend.
Als eerste taak kreeg Salesius het werk in de keuken. Later was hij de schoenmaker voor alle Oblaten en de studenten op Ave Maria in Tilburg. Vele jaren heeft hij bijna dag en nacht gewerkt op de administratie voor het tijdschrift ‘Sales’. Totdat Ave Maria gesloten werd en het tijdschrift ‘Sales’ werd opgeheven. Hij verhuisde naar het Jacobusklooster aan de Broekhovenseweg.
Jarenlang gaf hij daar de visaktes uit voor de visvereniging ‘De Ruischvoorn’, want in zijn vrije tijd was Salesius een verwoed visser. Meditatief zat hij dan aan de waterkant. In 1989 verhuisde hij naar de Pelgrimsweg en kwam met een kleine groep te wonen bij de zusters van Schijndel. Het werd een goede tijd. Hij genoot als hij ging wandelen op straat met stok en sigaar en de kinderen hem ‘opa’ noemden. Toen de zusters verhuisden, ging hij naar de Fraters, naar het Woon-Zorgcentrum Joannes Zwijsen, hij moest nog een keer verhuizen en kwam terecht op de Bredaseweg. Ook daar zag je hem regelmatig wandelen en genieten van de natuur met zijn stok, sigaar en de onafscheidelijke pet op zijn hoofd.
Salesius was een man die heel zijn leven zich in dienst heeft gesteld van de Congregatie. Een man die zeer sober leefde, sociaal bewogen, kritisch, maar zijn mening ook altijd weer relativeerde. Een man met humor, maar ook met wijsheid. In bijeenkomsten stak hij zijn mening niet onder stoelen of banken, maar al filosoferend en goed onderbouwd, soms geëmotioneerd, legde hij die op tafel.
Hij kon genieten van lekker eten en een goed glas wijn. Was erg gesteld op zijn familie en had een uitgebreide vriendenkring. Salesius hield van een goed gesprek, hij gaf graag zijn visie op kerk en samenleving, keek dan wijs over zijn bril met pretoogjes je aan, want er kwam een relativerende humoristische opmerking.
De laatste jaren werd zijn gezondheid minder, het zien werd steeds slechter, lezen ging niet meer, televisie kijken, lukte als hij er boven op zat. Zijn wereldje werd kleiner, maar de belangstelling voor mensen bleef. Toen er bij hem longontsteking werd geconstateerd en hij voelde dat het einde van zijn leven naderde kon hij zich daaraan overgeven. Hij was er klaar voor. In alle rust en vrede is hij gestorven. Franciscus van Sales zegt:’Wees maar wie je bent en probeer zo goed mogelijk te zijn wie je bent.’ Salesius, bedankt voor jouw manier van leven. -
Pater Nico Bergkamp 21 april 1925 - 11 juni 2006
Nico Bergkamp werd geboren op 21 april 1925 te Amstelveen, legde zijn eerste gelofte af in de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales te Nijmegen en werd op 18 juli 1951 in Tilburg door de Missiebisschop van Namibia Mgr. Klemann tot priester gewijd. Op 6 juni 1952 vertrok hij als Missionaris naar Namibia.Op 11 juni 2006 is hij te Mariental, Namibia, overleden en op 17 juni 2006 te Keetmanshoop begraven.
Nico groeide op in het kleine dorpje Nieuwer-Amstel in een gezin van 10 kinderen. Vader en moeder hadden een boerderij en verhuisde kort na de geboorte van Nico met het gezin naar een melkhandel “Nooit Gedacht”. Nico volgde de lagere school, was misdienaar en koorzanger. Hij wilde graag missionaris worden en vertrok op 12 jarige leeftijd, naar Tilburg, het Missiehuis Ave Maria, kleinseminarie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Op 6 juni 1952 vertrok hij met de boot naar Kaapstad en werd zijn droom om missionaris te worden werkelijkheid. Zijn eerste plaats was Keetmanshoop, daarna Mariental en Tses.
Van 1976 tot 1999 was hij 22 jaar lang werkzaam in Heirachabis, de eerste vestiging van de Oblaten in Namibia. Naast de zielzorg voor Heirachabis en een aantal staties, had hij, samen met de Oblatenzusters de zorg voor een internaat en school om kinderen uit de ver afgelegen boerderijen de mogelijkheid tot onderwijs te bieden. Hij had ook het beheer over duizenden hectares grond. Dit waren zijn beste jaren. Hij hield van zijn mensen, sjouwde van ’s morgens tot ’s avonds. Leefde in alle eenvoud, zeer sober, vroeg niets voor zichzelf. Zijn leven werd gedragen door een groot geloof, trouw aan de kerk en zijn oversten, bad dagelijks zijn brevier en vierde de eucharistie. Elke donderdag reed hij naar Karasburg deed er zijn inkopen en ontmoette er zijn medebroeders. Af en toe kwam hij op vakantie bij zijn zus Tiny in Amstelveen en genoot ervan. Meestal liet hij die vakanties samenvallen met het wereldkampioenschap voetballen, hij volgde dan alle wedstrijden. Hij was op zijn familie gesteld, maar ging weer graag terug, zijn thuis was in Namibia. In 2002 vierde hij temidden van zijn familie en medebroeders zijn gouden priesterfeest en vorig jaar heeft hij in familiekring zijn 80ste verjaardag mogen vieren. Toen al gaf hij aan dat dit zijn laatste keer was, het was als het ware zijn afscheid van zijn dierbare zus Tiny en zijn familie.
Dankbaar was hij voor alles wat zijn zus en het thuisfront van de parochie voor hem hebben gedaan.
De laatste jaren was hij in Keetmanshoop en vanaf 2001 in Mariental. Hij was daar rector van het klooster van de MSC zusters. De laatste tien dagen van zijn leven is hij door hen liefdevol verzorgd en is daar overleden.
Het is zoals Franciscus van Sales zegt: “God haalt naar zich toe, wat hij heeft geplant in zijn tuin. Hij neemt niets buiten het seizoen”.
Moge Nico verder leven in God's liefde.