© De Nederlandse Provincie van Oblaten osfs | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

10. Over het contact met God - Hoe je goud kunt blijven koesteren (2)

(Inleiding, deel II, 11, 14-21)

Beste Philothea,

ik liet je in het vorige hoofdstukje alleen met die geestelijke ruiker, met dat goud in je handen; de bedoeling was, daarmee een hele lange dag van allerlei activiteiten te vergulden. Vanzelfsprekend kijk je er 's avonds nog even op terug, om te zien wat er van is overgebleven. Het hoeft je weer niet veel tijd te kosten, maar laat je deze kostbare momenten niet afnemen. Zoals je 's morgens je ramen openzet voor Gods zon, zo moet je ze 's avonds behoedzaam weer sluiten om niets verloren te laten gaan.

Maar je weet net zo goed als ik, dat juist 'die hele dag van activiteiten' tussen de kortere of langere oefeningen in de morgen en het avondgebed ons danig in de weg kan zitten. Hoe ver kunnen we innerlijk afdwalen van de goede gevoelens die we met Gods hulp in onszelf hebben opgewekt! Daartegen bestaat echt maar één geneesmiddel, dat dan ook het allerbelangrijkste is voor je evenwicht als mens van God en mens van de wereld: het is de 'geestelijke inkeer'. Zo vaak je kunt, moet je overdag je geest terugroepen in Gods aanwezigheid. Daar hebben we het in hoofdstuk 5 al even over gehad; je herinnert je het beeld van het kind dat Gods hand vasthoudt wel.

'Maar één geneesmiddel', zei ik daarnet. Nu zul je je misschien afvragen, of het echt aan komt op zo'n privé-bezigheid als goede gedachten, 'schietgebeden' en wat er nog meer valt te bedenken aan devotie-uitingen (elke tijd vindt weer andere!). Ik durf volmondig te zeggen: ja! Natuurlijk ligt er een grote waarde in het meevieren van de Eucharistie, in allerlei andere vormen van gezamenlijk gebed, in een al dan niet persoonlijke oefening van bekering (je kunt er veel over vinden in de laatste paar hoofdstukken van deel 2 van mijn boek), in een hartelijk en vertrouwvol contact met bepaalde heiligen, maar de grond waarin al deze schatten als kostbaar goud moeten worden geborgen en gekoesterd is steeds: je eigen hart.

Ik wil daarom de bespreking van het contact met God afsluiten met wat ik in hoofdstuk 2, 18 geschreven heb over 'de inspraken van God'. Ik maak daarvoor gebruik van een bijbelboek dat me onnoemelijk dierbaar is geworden toen ik er als jonge student kennis mee maakte: het Hooglied. Wat de geliefde in dat boek noemt 'kloppen op de deur, spreken tot het hart van zijn meisje, haar uit de slaap wekken, haar roepen en vragen om mee te komen, haar laten proeven van honing en appels en haar bloemen uit zijn tuin laten plukken, en luisteren naar haar lieve stem', dat is precies wat God onophoudelijk doet met ons. Nu maakte dat meisje in het Hooglied een grote fout. Ze deed de deur van haar huis niet open, ze stuurde de minnaar met een kluitje in het riet. Die werd daar zo kwaad over dat hij haar aan haar lot overliet. Het is zaak te zorgen dat zoiets óns niet overkomt. Ik heb de vergelijking in de 'Inleiding' nog veel verder uitgewerkt; dat lees je maar eens na. Onthoud en proef het intussen zelf: het geheim van evenwicht tussen Gods aandringen en jouw persoonlijk daar op ingaan is een levenslang spel van zoeken en vinden, van echte liefde dus!