© De Nederlandse Provincie van Oblaten osfs | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

15. METTERDAAD – Vermijd de snelweg

(Inleiding, deel, III, 10)

Beste Philothea,

er is bijna geen woord dat in de tijd waarin jij leeft vaker wordt gebruikt dan 'vlug': "Ik moet nog vlug even…", 'kijk snel op …, puntennél!" Het is natuurlijk prima, dat je de jou opgelegde taken met zorg uitvoert, maar zorg is heel iets anders dan gejaagdheid. Zorg en ijver zijn tekens van liefde, gejaagdheid heeft heel andere wortels. Daarom wordt je gemoedsrust door zorgzame ijver niet verstoord, maar des te meer door overdreven haast. Probeer je daarom bij je werk echt nooit te haasten. Je komt dan namelijk niet aan een goed oordeel toe en daardoor behartig je je zaken slecht. "Martha toch, wat maak je je druk over allerlei dingen", zegt Jezus (Lukas 10, 41). Het bevalt Hem niet, dat de gastvrouw zich zo onnodig van streek maakt. Daarmee bewijst ze haar gast immers juist een slechte dienst.

Wil je voor deze waarheid enkele gevleugelde woorden? Denk maar aan: "Haastige spoed is zelden goed" of (Spreuken 19,2): "Wie rent, valt op z'n neus". Je kunt ook denken aan het verschil tussen rustige, traag stromende rivieren in vergelijking met onstuimige bergbeken: je snapt vanzelf, welke van de twee soorten het best berekend is op het handelsverkeer. En om in de stijl van jouw tijd te spreken: het zijn zeker niet de snelwegen waar je aan een prettige reis toekomt, met tijd voor de natuur en zorg voor de mensen die je ontmoet. Waar je anders alleen noodgedwongen, in de file, aan toekomt, dat kun je op een rustige binnenweg zonder onderbreking doen: je ogen, je oren en je hart de kost geven. Vermijd dus, ook op je geestelijke tocht, zoveel mogelijk de snelweg!

Nu kan ik je natuurlijk wel enkele vuistregels geven, zoals: probeer niet alles tegelijk te doen, breng orde en balans in je dagorde, maar veel belangrijker vind ik het, dat je evenwicht brengt in je taakopvatting. Ik bedoel dit: wanneer jullie Nederlanders zeggen: "Doe je best, God doet de rest", slaan jullie de spijker precies op z'n kop. De doeltreffendste manier om je rust te bewaren is, te vertrouwen op Gods zorg voor jou en je wereld. Er is me daar indertijd een mooi beeld voor te binnen geschoten, dat ik nog eens bijna onverkort wil weergeven:

Doe zoals kinderen, die met één hand de hand van hun vader vasthouden en met de andere hand langs de berm bramen plukken. Op dezelfde maner moet jij de dingen van dit leven behartigen: één hand gebruiken tot dat doel, maar de andere voor Gods hand vrij houden. Hij is toch je hemelse Vader? Je moet dus af en toe eens naar Hem opkijken om te zien of Hij nog plezier heeft in wat jij doet. Laat zijn hand nooit los in de hoop, dan méér te kunnen plukken. Want dan moet Hij je wel loslaten, en jij bijt in het stof.

Denk bij onbelangrijke dingen, als je kunt, meer aan God dan aan je werk. Eist je werk je helemaal op, kijk dan nog af en toe even naar God omhoog. God, zul je merken, is dan je reisgenoot, die vóór jou, mét jou en ín jou werkt, en dat geeft een onvergelijkelijke rust en voldoening!