© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

16. METTERDAAD – Gehoor geven aan het leven

(Inleiding, deel III, 11)

Beste Philothea,

in het vóórlaatste hoofdstukje (14) schreef ik: "Ik ben er vast van overtuigd, dat alleen een stevige basis van liefdevol geduld, bescheidenheid en zachtzinnigheid de standvastige beoefening mogelijk maakt van elke andere 'deugd', of het nu in het klooster is of in de 'wereld'". Je zou het genoemde drietal kleine deugden ook de stevige basis kunnen noemen waarop het geestelijk kruis kan steunen dat wordt gevormd door de 'grote drie': gehoorzaamheid, kuisheid en armoede. Dit zijn de beste middelen om volkomen mens te worden, en het maakt daarbij weinig uit of je je er door gelofte toe verplicht of niet.

Om te begrijpen wat onder gehoorzaamheid wordt verstaan, zou je het woord misschien kunnen vervangen door "gehoor geven aan" of "open staan voor". Deze deugd ontwikkelt in ons iets als fijngevoeligheid voor wat "men" van ons verwacht. Onder dat "men" vallen naast God zelf op de eerste plaats allen die op een of andere manier gezag over ons mogen uitoefenen. Je begrijpt, dat dit nogal wisselt naargelang de omstandigheden en de tijd waarin en de plaats waar je leeft. Je moet leren, gehoor te geven aan het leven zoals het zich aan jou voordoet, leren luisteren naar de "tekenen van de tijd" én leren, daar gul en van harte op in te gaan. God houdt van de blijde gever, zegt de bijbel, en hoe meer welgemeend je inspeelt op niet alleen de bevelen, maar ook op de goede raad, de wensen en de voorkeuren van je rechtmatige superieuren, des te verder zul je komen in de volmaakte gehoorzaamheid. En dit geldt niet alleen als tegemoet komen aan de wensen van anderen je moeite kost, maar evengoed als het je plezier geeft. Je moet dus proberen, zoals ik eens schreef, meer te houden van gehoorzaam zijn dan bang te zijn om geen gehoor te geven.*)

Een goede oefening in dit openstaan voor wat jouw levensplicht is, kun je vinden in het volgende: wees inschikkelijk en ga niet steeds op je strepen staan als je gelijken in het geding zijn of zelfs mensen waar je gezag over hebt. Het maakt het onderling verkeer een stuk opener en soepeler, wanneer we – in alle vrijheid overigens! – niet alleen iedereen in zijn of haar waarde laten, maar ze ook een zeker verhoogd gevoel van eigenwaarde geven door hun verlangens te raden en die te voorkómen. Je maakt het ze dan tegelijk een stuk gemakkelijker, op hún beurt gehoor te geven aan wat het leven van hen persoonlijk eist. Krenterigheid en stroefheid zijn in het levensspel niet de meest geschikte en meest vruchtbare 'chemie'!

Gehoor dien je tenslotte ook te geven aan de signalen van je eigen lichaam; ik had dat misschien zelf wat meer moeten doen, maar dat paste niet zo in de strenge sfeer van mijn tijd. Het lijkt me echter heel christelijk, zorg te hebben voor je gezondheid, tegelijk voor de fysieke én voor de psychische kant ervan, want die hangen heel nauw samen. Alleen als evenwichtige en uitgebalanceerde persoon ben je immers in staat, aan alle eisen te voldoen die God, de mensen en het leven voortdurend aan je stellen. Ik kom er in nr. 20 op terug.

Mijn laatste raad in dit opzicht luidde ook in mijn oorspronkelijke boek al: En denk hieraan: zalig zijn de gehoorzamen, want God zal nooit toelaten dat ze van de rechte weg afdwalen.

*) Deze uitspraak staat in de eerste lange brief van Franciscus aan Jeanne de Chantal, met wie hij in 1604 kennis maakte. Zie ook nummer 22.