© De Nederlandse Provincie van Oblaten osfs | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

17. METTERDAAD – Eerbied voor de mens en zijn liefdeleven

(Inleiding, deel III, 12-13)

Beste Philothea,

De tijd waarin jij leeft is door een aantal revoluties gescheiden van die waarin ik me thuis voelde. Eén daarvan is de seksuele revolutie geweest. De waarden en normen zijn vooral op dát gebied enorm verschoven. Het kan daarom vreselijk ouderwets overkomen, wanneer ik je met woorden van tóen ga vertellen hoe ik denk over de kuisheid. De sfeer die mijn eeuw daar omheen bouwde, kun je met recht als preutsheid omschrijven; het lezen van mijn raadgevingen kan je doen denken aan bepaalde voorlichtingsboekjes van rond de tweede wereldoorlog….

Toch lijkt het me de moeite waard, naar de kern te zoeken van wat ik mijn 'mensen in de wereld' meende te mogen meegeven. En dan kom ik, terugkijkend met jullie ogen, over twee belangrijke begrippen te spreken, die ik graag wat verder uitwerk.

1) Kuisheid heeft met eer te maken. "De kuisheid wordt ook wel eerbaarheid genoemd en haar bezit wordt dan eer", schreef ik vier eeuwen terug.

2) Kuisheid is allereerst een zaak van het hart. Ik citeer daarbij twee bekende Schriftwoorden die ingaan op de vraag, wie in zijn leven God zal ontmoeten: de psalmen 23 en 41 geven als antwoord: "wie rein is van hart", en Jezus zelf zegt: "dat zijn de zuiveren van hart" (Matth. 5, 8).

Laten we het eerst hebben over die eer. Vanaf een bepaald, vroeg moment in ons leven hebben we er allemaal behoefte aan, met onszelf alleen te zijn, over onszelf (in onze lijfelijke persoonlijkheid) te kunnen beschikken. Wie ons 'te na' komt, tast ons aan in onze behoefte aan zelfbeschikking, aan eigenheid, aan veiligheid, aan het inrichten van ons eigen warme hoekje: 'onze eer'. Tegelijk bouwen we vanuit dat natuurlijke isolement het vermogen op, ook een ander zijn/haar eigen innerlijke waarde te laten verwerven. We 'bieden eer' en noemen dit vermogen dan ook terecht eerbied. Dit kan zich tot een houding ontwikkelen van harmonieus en fijngevoelig 'geven en nemen', die ons in alle levensomstandigheden de juiste weg kan wijzen. Toen wij de mens nog in twee parten verdeelden, kon ik daarover schrijven: "Dat eerbaar zijn heeft een heel eigen uitstraling, omdat het de mooie, reine deugd is van lichaam en ziel beide"; lees nú maar: "van een uitgebalanceerde persoonlijkheid".

Dat het bij dit alles in wezen en volgens praktisch iedereen om het hart gaat, kun je alleen al afleiden uit de liefdespoëzie en de symboliek rond seksualiteit en intiem menselijk verkeer. "Ik zou je wel op kunnen eten" en "ik sluit je in mijn hart" liggen niet zo ver uit elkaar. De maatschappelijke behoefte aan overzichtelijkheid leidt in elke geschiedenisperiode tot be- en afpalingen, maar deze zullen zich ook steeds weer wijzigen en vernieuwen. In dat patroon vallen zowel huwelijk en celibaat als de golfslag tussen grotere vrijheid en nieuwe schroom.

Wil je een eerbiedig en tegelijk hartelijk beminnend mens zijn, dan zul je vast ook in Gods Woord en in het voorbeeld van lieve mensen de aanwijzingen vinden die je dat, precies in jouw eigen omstandigheden, mogelijk maken.