© De Nederlandse Provincie van Oblaten osfs | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

19. METTERDAAD – Hoe zoek je en behandel je vrienden en vriendinnen?

(Inleiding, deel III, 17-22)

Beste Philothea,

nergens in mijn boek heb ik meer hoofdstukken en bladzijden aan één onderwerp gewijd dan in het geval van de vriendschap. Kennelijk was dit thema mij erg dierbaar. Ik betrap mij er echter op, dat een groot deel van deze woordenvloed nogal negatief van toon is. Alsof ik bij het schrijven tóch een zekere watervrees had, zoals indertijd in Padua, toen ik mijn Leefregel – overigens samengesteld met hulp van een Jezuïet die mij raad gaf – het volgende schreef:

Je moet meer of minder open zijn naargelang de mensen met wie je te maken krijgt… Voor lompe lieden zal ik me helemaal afsluiten; voor vrijmoedige typen, mits ze godvrezend zijn, zal ook ik een open boek zijn en met hen openhartig spreken; voor zwartkijkers zal ik me enkel, zoals het spreekwoord zegt, door het deurluikje laten zien, dat wil zeggen: ik zal wel iets, maar niet alles vertellen, want zulke mensen willen gewoon tevéél van je weten.

Je ziet het: ik was als jongeman nogal voorzichtig en terughoudend. Waarschijnlijk heb ik er reden toe gehad. Het studenten- en straatleven was in die dagen best aan de ruwe kant, en we liepen niet voor niets met sabels rond! Bovendien muntten onze vorsten en hovelingen niet uit door menselijk respect en echtelijke trouw. Ik had voor dat gevaarlijke geflirt dan ook geen andere woorden dan dat het "'t speelgoed van de hoven maar de pest van de harten" was. Mij zouden ze zó niet "opvoeden"!

Maar ondanks deze reserves heb ik over de vriendschap ook heel positieve dingen gezegd. Ik laat zien, dat de liefde de belangrijkste zielsbeweging van de mens is, die alles naar zich toe trekt en ons gelijk maakt aan wat we liefhebben. Wanneer het voorwerp van onze liefde een mens is die ook van óns houdt, wanneer we dat van elkaar weten en lieve dingen met elkaar willen uitwisselen, dán kun je van vriendschap spreken. En hoe meer die "lieve dingen" waard zijn, des te waardevoller is onze vriendschap. Je begrijpt, dat het mij dan vooral te doen is om geestelijke goederen, en dat ik de béste vriendschap die vind waarin het samen nagestreefde bestaat in liefde tot God, godsvrucht en christelijke volmaaktheid. Van déze vriendschap zeg ik letterlijk, dat ze "boven alle andere uitsteekt, omdat ze van God kómt en naar God strééft, omdat Hij er de band van is en omdat ze eeuwig in God zal blijven voortbestaan".

Het is, nogmaals met mijn eigen woorden, "beslist niet zo'n prestatie, geen vrienden en/of vriendinnen te hebben, maar het is een topprestatie, goede, heilige en gewijde vriendschappen te onderhouden". Als je inmiddels voldoende bent gemotiveerd om zó hoog te mikken, dan kun je wellicht zonder ergernis mijn lange uiteenzettingen doorlezen over de vele gevaren die het zoeken naar en onderhouden van vriendschappen begeleiden. Zeker ook in jullie "vrijgevochten" tijd…

Overigens heb ik mijn ideeën over de vriendschap ruimschoots verder uitgewerkt in mijn overige boeken en in mijn brieven, en zeker tevens in de hartelijke en "vriendelijke" manier waarop ik zelf met talrijke mensen ben omgegaan.