© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

2. Wat is een 'evenwichtig' leven

('Inleiding', deel I, 1-2)

je hebt na mijn eerste brief, een poosje geleden, niet afgehaakt. Ik maak daaruit op dat je best wel eens wilt horen, wat ik je – over vier eeuwen heen – zou willen vertellen. Daarom ga ik je deze keer de titel verklaren van het bundeltje teksten dat je van me ontvangt.

De naam die ik in 1609 bedacht, "Inleiding tot het devote leven", sprak toen iedereen aan. Onder devotie (ook wel godsvrucht genoemd) verstonden we toen (ik citeer mezelf) "het houden van God, op zó'n manier dat je vanuit die liefde het goede doet met zorg, ijver, volharding en belangeloos". Een hele mond vol, ik geef het toe. Vandaar dat ik er een kleine vergelijking bij gebruikte: Slechte mensen zijn als struisvogels: zij vliegen nooit op naar God, omdat ze aan de aarde zitten vastgekleefd. Wie van het goede houdt zolang het niet teveel kost, lijkt op een kip. Die vliegt maar zelden, en het gaat heel traag en moeizaam. Wie écht van God houdt, waagt zich als een duif, een zwaluw of een arend dikwijls, pijlsnel en heel hoog in de lucht. Je ziet wel: in mijn tijd stond God nog centraal in de menselijke beleving.

Vanwege dit laatste wil ik tegen jou, mens van de 21e eeuw, niet van devotie of godsvrucht spreken. Je zou al gauw denken dat ik de mens verwaarloos, en die mens staat toch, in jouw beleving, in het middelpunt van de belangstelling. Ik heb er iets op gevonden om je duidelijk te maken dat ik daar geen moeite mee heb. Ook voor mij is de mens heel belangrijk; ze noemen me wel eens 'de christelijke humanist', en ik ben daar best blij om, want ik heb eens geschreven: "Er is niets wat ik méér ben dan mens…". Misschien begrijp je het als ik erbij vertel, dat dat was toen mijn liefste zusje jong gestorven was.

Laat ik mijn keuze voor een 'evenwichtige levenshouding' duidelijk maken door de volgende passage uit mijn boek van 1609, waar ik de ladder van Jacob (Schepping 28, 12) als beeld voor de 'godsvrucht' gebruik:
Bidden vráágt voor ons om Gods liefde,
de sacramenten géven ons die liefde ook:
het zijn de beide staanders van de ladder;
ze zijn onmisbaar omdat de sporten er op vast zitten.
Over die sporten kun je tree voor tree naar de mensen afdalen,
ófwel omhoog klimmen om je in liefde met God te verenigen.
En kijk eens naar de wezens die Jacob op de ladder bezig ziet:
het lijken mensen met het hart van een engel
of, als je wil, engelen in een mensenlijf…
Op de vleugels van het gebed vliegen ze naar God, hoog en snel,
maar tóch staan ze met beide benen op de grond,
omdat ze volop omgang hebben met de mensen.
Hun ogen weerspiegelen de zorgeloze mooiheid van hun innerlijk,
want ze hebben geleerd,
alles wat er komt, te aanvaarden in een milde rust.
Zó zien godsvruchtige mensen er uit!

Philothea, mag ik je uitnodigen om volgende keer nog beter naar deze 'evenwichtige' mensen te kijken? ?