© De Nederlandse Provincie van Oblaten osfs | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

20. METTERDAAD – Evenwichtige zorg voor lijf en leden

(Inleiding, deel III, 23)

Beste Philothea,

de profeet Balaäm, die op zijn ezel in slaat en die ik dan als voorbeeld neem van de overdreven strengheid waarmee wij soms tegen ons lichaam tekeer gaan, zal in jullie moderne tijd niet de juiste toon zetten. Jullie horen er teveel de oude tegenstelling in tussen "geest en vlees", ziel en lijf, "hoger en lager deel" van de mens. De 21e eeuw gaat liever uit van de ondeelbare éénheid van de mens. Ik ga me hiertegen niet verdedigen. Ik merk alleen even op, dat ik een voorbeeld als dit of ook de geschetste overdrijvingen uit de levens van heiligen (mijzelf niet uitgezonderd) gebruik met de bedoeling, tot matiging en evenwicht aan te sporen. Misschien ben ik daarin dan tóch een beetje modern…

Het zal je misschien zijn opgevallen, dat ik in dit hoofdstuk teruggrijp op het gebed van toewijding waarmee ik mijn boek begonnen ben en dat eindigde met een lied van overwinning als getuigenis van mijn trouw aan Christus: "Leve Jezus! Ja, Heer, leef en heers in onze harten…". Dat beeld werk ik nu nader uit. Ik spoor je daarbij aan, de woorden "Leve Jezus!" in je hart te griffen, omdat "je daden zullen zijn zoals je hart is". Hier is meer sprake van eenheid dan van tegenstelling! De kernspreuk "Leve Jezus!" is dan ook bij de Oblatenfamilie nog altijd zeer geliefd en geeft aanleiding tot nieuwe vertaalpogingen als: Jezus opnieuw tot leven brengen, Jezus' leven leven. We moeten dus, is mijn conclusie, inderdaad met het hart beginnen, want wie het hart (ook zijn/haar eigen hart) wint voor de Heer, wint de hele mens.

In de praktische raadgevingen die dan volgen, komen natuurlijk de vroeger gebruikelijke "verstervingen" als vasten, geseling en boetegordel ter sprake. Ik beperk me hier tot het eerste. Mijn mening daarover is in de volgende grondregels samen te vatten:
- Het is goed, jezelf af en toe eens wat te ontzeggen. Het versterkt je gevoel van vrij staan tegenover het materiële, nog afgezien van het feit dat meestal ook je gezondheid (lichamelijk én geestelijk!) ermee gediend is.
- Het is beter, vanaf het begin maat te houden in wat je jezelf toestaat of ontzegt, dan later spijtig te moeten toegeven dat je jezelf door tevéél of te wéinig in de problemen hebt gebracht. "Een volle maag studeert niet graag", maar een knorrende maag is óók een plaag…
- Als je moet kiezen tussen stevig werken of streng vasten, verdient het eerste altijd de voorkeur. Dat stevige werken legt je immers ook allerlei beperkingen op, en die doen Gods rijk en de lieve medemens méér goed dan al jouw privé ontzeggingen.
- "Het is voorts in elk geval beter tevéél lichaamskracht te hebben dan te wéinig. Jezelf afzwakken kun je nog altijd, maar je krachten herstellen kun je niet wanneer je wilt."
- Een goede richtlijn, die uit Jezus' eigen mond komt (Lucas 10, 8), is de volgende: "Eet wat je wordt voorgezet". Met deze "heilige onverschilligheid" laat je zonder ophef blijken, dat je niet aan de materie gebonden bent, en deze manier van ontzegging is voor je omgeving prettiger dan welke andere ook.
- Tot slot en als samenvatting: "Je moet, als je je fouten wilt overwinnen, je zeker wel af en toe lichamelijk iets ontzeggen (hoe je dat dan ook noemen wilt), maar het is beter je wensdromen te zuiveren en – nogmaals gezegd – je hart te verfrissen".