© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

22. METTERDAAD – Zorg voor je kleding

('Inleiding', deel III, 25)

Beste Philothea,

Er zullen weinig dingen zó tijdgebonden zijn als kleding en mode. Het is daarom wat komisch, dat je hierover raad komt zoeken bij iemand die vier eeuwen geleden heeft geleefd, en die je dan bovendien nog eens eeuwen terugwijst: naar koning Lodewijk, de apostelen Petrus en Paulus, de "sterke vrouw" uit het Boek der Spreuken*) en zelfs naar de profeet Jesaja…

Maar goed: je vraagt me desondanks om raad. Ik licht daarom drie elementen uit de raadgevingen die ik mijn nichtje indertijd gegeven heb:
- "Als ik het voor het zeggen had, zou ik willen dat mijn godvruchtige man of vrouw altijd de best geklede van ieder gezelschap was; maar tegelijk de onopvallendst, de meest bescheiden geklede". Zoals je ziet: opnieuw een kwestie van (wankel en fijn luisterend) evenwicht!
- Wat de heilige Lodewijk eerder al zei, lijkt me zo gek nog niet: "Kleed je volgens je stand, maar laat wijze en goede mensen niet zeggen dat je tevéél om kleren geeft en geef jonge mensen geen kans om te zeggen dat je jezelf verwaarloost". Opnieuw een zaak van het juiste midden…
- Je zult zelf al wel hebben opgemerkt, dat ik de volgende raad ooit letterlijk heb toegepast op mijn 'beste leerlinge' Jeanne, die we al kennen uit nummer 16: "De echte weduwen, die weduwe zijn naar lichaam en ziel, kunnen geen andere sieraden dragen dan nederigheid, eenvoud en godsvrucht. Als ze nog liefde aan mannen willen geven, zijn ze geen echt weduwen; als ze dat niet willen doen, waarom dragen ze dan dingen die tot verliefdheid verleiden? Wie geen herberg voor gasten wil hebben, die moet ook geen uithangbord van een herberg gebruiken."

Het is voor jullie een vraag, voor mij een weet, of ik bij het formuleren van deze laatste raadgeving heb teruggedacht aan mijn eerste ontmoeting met Jeanne, die nog vers in mijn geheugen lag. Diverse beschrijvers van mijn leven hadden wat moeite met een opmerking die ik toen tegenover haar gemaakt heb. De jongste biograaf vertelt het voorval aldus: 'Voor François, 36 jaar, was dit de eerste keer, dat hij z'n hart vrijuit voelde uitgaan naar een vrouw. Het was voor hem een ongekende ervaring. Zei hij daarom wat onhandig: "Is het waar, mevrouw, dat u niet meer wil trouwen en God wil dienen?" "Ja, monseigneur", antwoordde ze. François wees toen op haar sieraden en zei: "Waarom draagt u dan al die kostbaarheden, alsof u nog te koop bent?" Jeanne keek hem aan en zou ze niet meer dragen'(D. Koster, François de Sales, p. 102-104). Noem het onhandigheid, zo je wil, maar het was in elk geval de uiting van een diepe pastorale overtuiging!

*) Het citaat van Frans uit Spreuken is nogal vrij en onnauwkeurig en werd door sommigen niet eens herkend, maar als 'spreekwoord' opgevat. Waar Spreuken zegt: "Haar verschijning straalt kracht en luister uit" (Spr. 31, 25 in de weergave van N. ter Linden), lezen we bij FvS, dat hij zijn vromen "zou willen sieren met bevalligheid, wellevendheid en waardigheid", een stuk braver en slapper dus dan het origineel!