© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

26. METTERDAAD – Lofzang op het huwelijk

('Inleiding', deel III, 38)

Beste Philothea,

Een zestiental Bijbelcitaten en nog enkele andere bronnen waren mijn hulp om een gloedvolle schildering te geven van het huwelijkssacrament. Elf bladzijden lang was ik goed op dreef, ongetwijfeld mede geïnspireerd door het levendige gezin waar ik zelf (mijn leven lang) een actief onderdeel van ben geweest. "Bakermat van het christendom…, oorsprong en bron van alle levensaderen van de menselijke samenleving": het kon niet op!

Ik denk dat ik aardig op weg ben geweest naar een evenwichtige, noem het "moderne" theologie van het huwelijk, toen ik de gevolgen van de "heilige, gewijde, goddelijke" huwelijksliefde als volgt rangschikte:

- Allereerst een onverbrekelijke eenheid van twee harten, "door God verenigd met zijn eigen bloed".
- Als tweede een onkreukbare trouw, die ik gesymboliseerd zie in de riten rond de huwelijksringen, die vroeger het stempel, het zegel van de eigenaars droegen en nu vaak de namen van de geliefden.
- Tenslotte het voortbrengen en opvoeden van kinderen, waardoor de gehuwden medewerkers worden in Gods scheppingswerk.

Iets minder gecharmeerd zullen sommigen van jullie zijn door mijn gevolgtrekkingen uit de plek waaruit volgens de Bijbel de vrouw is voortgekomen: Er lijkt niets aan de hand als ik zeg: "geschapen voor de liefde van de man, genomen als ze is uit een plek heel dicht bij zijn hart". Maar wat te denken van: "geschapen uit een deel van de man van onder zijn mannelijke arm… zij moet hem onderdanig zijn, hij moet haar de hand boven het hoofd houden, hij moet haar leiden"? Intussen lijken enkele oudchristelijke citaten het óók op die onderdanige afhankelijkheid van de vrouw te houden…

En na dit alles zijn er dan natuurlijk legio aansporingen te geven om zoiets heiligs en schoons in ere te houden, goed voor wel tien preken. Heel nuttig en leerzaam om het eens aandachtig door te lezen, met een glimlach misschien af en toe voor de gebezigde toon uit hoofse tijden. Het pleidooi om er elk jaar weer een vroom en plechtig feestje van te maken, waarbij natuurlijk de wijn van Cana, die ik al heel in het begin van het hoofdstuk noem, niet hoeft te ontbreken, zal iedereen ook nu nog met instemming lezen!