© De Nederlandse Provincie van Oblaten osfs | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

28. STANDHOUDEN – Onverstoorbaarheid en 'optimisme'

('Inleiding', deel IV, 1-2)

Beste Philothea,

Je zult het, na je keuze voor een evenwichtiger leven, in het begin niet gemakkelijk hebben met je omgeving. Die snapt natuurlijk niets van je besluit en probeert je op allerlei vaak minder prettige manieren terug te halen in de oude plooi. Stoor je er niet aan; of zoals ik het toen nog uitdrukte: beoefen de "heilige onverschilligheid". Sta er boven; beschouw het als dom geklets; je kunt het toch nooit goed doen. Een beetje tegenwind is trouwens juist gunstig; je zou je anders te licht iets kunnen gaan verbeelden.

Maar ook afgezien van de reacties van je naaste vrienden en kennissen zul je door een gewenningsperiode heen moeten. Heb dus wat geduld met jezelf. Bekijk de dingen "optimistisch"; een term die ik persoonlijk nog niet kende, maar die men later graag met mijn levensvisie in verband heeft gebracht. Als je even doorbijt, zul je er spoedig een stuk beter tegen kunnen.

Mooi is in dit verband de vergelijking met de bijen-in-wording: Wanneer bijenlarven uit hun cocon zijn gekropen, … hebben ze nog geen vorm, ze moeten nog groeien; ze kunnen niet naar de bergen vliegen, niet naar de nabije heuvels om op de bloemen honing te zoeken; maar ze eten honing en zo krijgen ze na een poosje vleugels, zo worden ze sterk; en dan pas vliegen ze uit over heel het land. Zó zijn ook wij maar pas ontpopte larven in de godsvrucht; wij kunnen nog niet omhoog vliegen zoals wij wel zouden willen; wij zijn wel van plan en het is ook ons doel om de top van de volmaaktheid te bereiken, maar we zijn er nog niet toe in staat. Maar wanneer onze wensen en besluiten vaste vorm beginnen te krijgen, dan worden we sterk, dan krijgen we vleugels, dan zullen we eenmaal kunnen uitvliegen, zoals de jonge bijen zijn uitgevlogen. Intussen moeten we ons voeden met de honing van zoveel goede lessen die de vromen van weleer ons hebben nagelaten.

En mijn laatste vermaning in dit verband houdt dit beeld nog even vast: Bid tot God dat Hij je vleugels mag geven, bid tot Hem en vraag Hem dat je niet alleen mag vliegen zolang je op aarde leeft, maar dat je ook eenmaal tot rust mag komen in de eeuwigheid van het komende leven (ps. 54, 7).