© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

3. Waar is een 'evenwichtig' leven mogelijk


Beste Philothea,

ik heb je vorige keer verlaten met de belofte, dat we nog wat nauwkeuriger zouden gaan kijken naar mensen die 'evenwichtig' leven. Waar vind je zulke lieden eigenlijk? Misschien ben je helemaal niet verwonderd als ik zeg: overal. Of was ook jóuw eerste gedachte, net als bij mijn lezers van lang geleden, dat je daarvoor in het klooster of zo moest zijn? Zet dan maar meteen radicaal uit je hoofd! Zoals elke plant op zijn eigen manier bloeit en vruchten draagt, zo kan iedereen zijn of haar eigen, persoonlijke evenwicht vinden. Het zou niet goed zijn, als een bisschop zoals ik daarin op een zakenman of -vrouw zou moeten lijken, of als een secretaresse op vaste momenten zou willen bidden zoals kloosterzusters doen. Toch waren er – zeker in mijn tijd – mensen die zulke toeren wilden uithalen en daarin nog gesteund werden door geestelijke leiders ook!

Geloof me eens en voorgoed: het eerste evenwicht dat je moet vinden, is dat tussen je natuurlijke, door allerlei omstandigheden bepaalde situatie en de diepere betekenis van je leven. Dat zijn twee grootheden die niet los van elkaar kunnen bestaan. De laatste is de voornaamste, dat begrijp je zelf ook wel. Maar er is altijd een heel nauwe verbinding, die met elke situatie kan meegroeien. Je zou mogen zeggen: elke situatie krijgt een bijzondere glans door de zin die je erin ontdekt. Zoals wanneer je een gouden munt, een zilveren schaal, maar ook een koperen deurknop of een sieraadje van kunststof mooier maakt door ze af en toe op te poetsen.

Ik heb altijd een gloeiende hekel gehad aan raadgevers die serieuze meisjes per se naar een klooster willen hebben, of denken dat een jongeman die soldaat wordt, als mens is afgeschreven. Ze vergeten dan, dat er in elke levensstaat, in ieder beroep, op elke denkbare plek in het leven een schitterend evenwicht kan opbloeien tussen de 'gewone' en de diepste kwaliteiten van de mens. (Omdat bij die diepste kwaliteiten van de mens ook zijn openheid naar God hoort, noemden we dat evenwicht vroeger graag 'godsvrucht', maar ik heb je eerder al uitgelegd dat dit een wat eenzijdige visie was.) En net zo min als een of andere situatie het ideale evenwicht bij voorbaat onmogelijk maakt, is er een situatie te bedenken die dat evenwicht garandeert. Je kunt bloeien waar je bent geplant, maar je kunt er ook verdorren.