© De Nederlandse Provincie van Oblaten osfs | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

5. Over het contact met God - Aan Zijn hand


Beste Philothea,

de vorige keer beloofde ik je, manieren aan te reiken om vorm te geven aan je contact met God. Ik heb dit onderwerp altijd van groot belang gevonden. Dat is wel te merken, denk ik, aan de vele bladzijden die ik er in de 'Inleiding' aan heb gewijd.

Vandaag wil ik met je stil staan bij een eerste belangrijk stap op de weg naar innerlijke diepgang. Zonder die diepgang zal naar mijn overtuiging ook je uiterlijk gedrag niet evenwichtig zijn, maar eerder lijken op het gefladder van een voorjaarsvlinder. Laat ik beginnen met dit: Als ik nú leefde, zou ik misschien niet meer durven zeggen wat ik in 1609 schreef: "Er zijn in onze tijd maar weinig mensen die hiervan (van het inwendig gebed bedoelde ik) verstand hebben". Ik denk namelijk, dat er in jullie tijd, ondanks of misschien zelfs dóór het vervallen van veel uiterlijke vroomheid, overal vormen van verinnerlijking ontluiken. Kloosters en andere centra van gebed hebben een grote aantrekkingskracht, ook op jonge mensen, en de religieuze literatuur is onuitputtelijk! Ik ben daar heel blij om, want in mijn tijd moest ik echt pionierswerk doen om diepere gedachten over te brengen van de geleerde schrijvers naar de mensen aan de basis, die ze zo hard nodig hebben.

Eigenlijk is het onbegonnen werk, uit de veelheid van mogelijkheden tot verdieping bepaalde manieren speciaal te belichten. Als je de boven aangegeven hoofdstukken van de "Inleiding" achter elkaar doorleest, zal het je duizelen van de vele gedachten over de tegenwoordigheid van God. Je mag van mij die duizeling op je laten inwerken, maar ik denk dat het daarna goed is, er één gedachte uit te nemen die past bij jouw aard. We zitten immers niet allemaal hetzelfde in elkaar, en onze geestelijke ontwikkeling is onvoorspelbaar.

Zelf heb ik elders in de 'Inleiding' (deel III, hoofdstuk 10) het volgende beeld gebruikt, dat me heel dierbaar was: "Doe zoals kinderen doen: met één hand houden ze de hand van hun vader vast, met de andere plukken ze wat ze vinden langs de rand van de weg. Zó zou jij ook met je beslommeringen bezig moeten zijn: van tijd tot tijd even kijken of alles naar Gods wens verloopt. Die andere hand niet loslaten omdat je meent dan beter af te zijn: je zou met je neus in de modder kunnen belanden…". Ik kon het niet laten, daar nog een mooi beeld aan toe te voegen, waar je maar eens aan moet terugdenken straks in je plezierjacht of op die boottocht in de vakantie: "Wanneer schippers ergens naar toe willen, kijken ze, om koers te houden, meer naar boven, naar de hemel, dan naar beneden, naar het water waar ze op varen".

Vaar wel, Philothea, tot de volgende keer. Ik heb dan een eigentijds bewijs, dat de raad die ik je geef ook in 2003 nog werkte! !