© De Nederlandse Provincie van Oblaten osfs | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

8. Over het contact met God - Morgenstond heeft goud in de mond (2)

(Inleiding, deel II, 6-8)

Beste Philothea,

We gaan, zoals gezegd, nog even verder met het bespreken van het mediteren.

4. De mens zit zó in elkaar, dat voorstellingen en gedachten ook gevoelens oproepen, en dat zal in de meditatie eveneens gebeuren. Het is van belang dat je daar niet van schrikt; je moet er juist enige moeite voor doen om ook je emoties mee te laten spelen (en ze ook uit te spreken tegen God, Jezus, je engel of een of andere heilige). Want juist zulke emoties zetten je het krachtigst tot daden aan. En om die daden is het eigenlijk te doen. Straks stap je immers weer die andere pool van je dagelijkse leven binnen: de mensenwereld om je heen met al haar uitdagingen, problemen en mogelijkheden tot verbetering. Laat het goed tot je dóórdringen, niet alleen tot je verstand, maar vooral tot je hart, dat er nog veel werk aan de winkel is!

5. Wanneer je een bekend iemand tegenkomt, zul je hem of haar hartelijk groeten. Het zou wat lomp zijn, als je dan later zonder een woord weg zou lopen. Hetzelfde geldt voor het contact met God. In het geval van de meditatie besluit je daarom de besproken oefening niet zonder je nog even uitdrukkelijk tot God te keren. Bedank Hem voor wat er in je is gebeurd, bied het Hem aan en vraag er zijn zegen over. Je hebt dan misschien nog tijd en inspiratie genoeg om Gods zegen ook te vragen over allerlei actuele intenties. Gebruik daarbij gerust – ik zei het al een keer – de bekende en inhoudrijke christelijke formulegebeden als het Onze Vader en het Weesgegroet.

6. Je zult je herinneren dat ik in hoofdstuk 4 al iets heb gezegd over de zogenaamde geestelijke ruiker, je weet wel: die bloem in je knoopsgat. Probeer de sfeer van je meditatie een beetje bij je te houden; wees zuinig op de zegen die je hebt gekregen. Zó zuinig, zeg ik in de "Inleiding" bij dit punt, alsof je in je hart een kostbare vaas met geparfumeerde olie draagt, die je niet graag wil laten stukvallen. Nee, zo'n vaas breng je heel voorzichtig naar huis, je zorgt dat je niet struikelt en je wil geen druppel over de rand laten weglopen! Zó rustig en evenwichtig moet je van je gebed teruggaan naar je werk en naar de mensen in je omgeving.

Nu dit allemaal is gezegd, moet me nog iets belangrijks van het hart. Het is heel goed mogelijk, dat je aan alle beschreven punten helemaal niet of niet in deze volgorde toekomt. Ik zou zeggen: geef God en jezelf dan alle kans en laat je niet door een methode weerhouden om in te gaan op het waaien van de Geest! Het is en blijft wél van belang weer met allebei je benen op de grond terug te komen; ik bedoel: ga niet de dag in zonder een duidelijk besluit voor de uren die volgen. Al kwam je daar in het vuur van je gebed niet aan toe, zo'n besluit is van belang om het evenwicht tussen bidden en werken, tussen God en medemens in stand te houden.