© De Nederlandse Provincie van Oblaten osfs | contact
Philothea

Wegen tot een evenwichtig leven
Willem Spann osfs

1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | nawoord | naar index

9. Over het contact met God - Hoe je goud kunt blijven koesteren (1)

('Inleiding', deel II, 10)

Beste Philothea,

de voorgaande twee hoofdstukjes hebben je misschien geholpen om je dag te beginnen met een kortere of langere bezinning. Dit zal niet altijd op dit moment van de dag kunnen gebeuren. Je bent dan ook vrij om er een andere, jou beter liggende tijd voor te kiezen. Hoe dan ook, er is voor de momenten kort na het opstaan nog een andere, minder veeleisende oefening, die we kortweg het morgengebed noemen. Ik wil je met nadruk vragen, dat gebed nooit na te laten. Het bereidt je namelijk op de best mogelijke manier voor op alles wat die dag je gaat brengen.

Je zou je morgengebed kunnen beginnen met (op je knieën, bijvoorbeeld op een daarvoor bestemde bidstoel) God te bedanken dat je er nog bent, dat er weer een dag met zonlicht, met mensen en dieren en zoveel ander moois om je heen is aangebroken.

Dan kun je proberen je alvast een voorstelling te maken van wat je vandaag allemaal gaat doen en meemaken. Wees daarbij gerust heel concreet. In mijn boek heb ik het letterlijk ongeveer zó gezegd: Als je bijvoorbeeld weet dat je vandaag te maken zult hebben met een man die zich slecht kan beheersen en vlug woedend wordt, moet je eerste zorg zijn hem niet tegen je in het harnas te jagen. Maar bedenk ook eens een hartelijk woord dat zijn slechte humeur vóór is. Of zorg dat je in gezelschap bent van iemand anders, die hij beter uit kan staan… Wil je die dag een zieke bezoeken, denk dan tevoren na over het goede moment en over de woorden en daden waarmee je de zieke een plezier kunt doen…

Doordring je dan van het besef, dat je uit eigen kracht al die mooie voornemens niet kunt volbrengen, dat je je zelfs wel eens heel belabberd zou kunnen gedragen als je niet werd gesteund. Neem als het ware je hart in je beide handen (vergelijk hoofdstuk 30!) en ga er mee naar Hem toe van Wie je alle hulp verwachten mag. Spreek je vertrouwen op die hulp en je verlangen ernaar met intensiteit uit en aarzel niet om ook een beroep te doen op Maria, je beschermengel en Gods lieve heiligen, die heel goed weten waar je het over hebt.

Dit hoeft allemaal maar heel kort te gebeuren, op je kamer of in een andere stille ruimte. Je zult de zegen van deze momenten nog lang voelen. Draag dit als kostbaar goud met je mee, zeker als er ook nog een morgenmeditatie mee verbonden is geweest. Weet je nog, van die geestelijke ruiker?