© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat november 2019


In dit hoofdstuk uit de Theotimus citeert Franciscus van Sales uit het Bijbelse Hooglied. Het gebruikte citaat, uit Hooglied 3, 4 is de wapenspreuk van de Oblaten van Franciscus van Sales. In het Latijn luidt die ‘Tenui nec dimittam’: ik houd hem vast en laat hem niet meer los. Het derde boek van het Hooglied begint met het zoeken van de bruid naar haar beminde. Hoe ze ook zoekt, ze vindt hem niet. Maar ineens is hij daar dan toch en dan pakt ze hem vast om hem niet meer los te laten. Dit rusteloze zoeken naar wat je bemint, naar degene van wie je houdt, wordt ook in dit citaat uit de Theotimus beschreven. De zoektocht kan bij Franciscus van Sales alleen maar bij God uitkomen, want God is het hoogste Goed. Voor dat zoeken en vinden gebruikt Franciscus van Sales de taal van de liefde: het gaat om het hart – zetel van de liefde – en om het verlangen dat met liefde gepaard gaat. Eenmaal gevonden, ofwel door het geloof bekend geworden, leidt het tot grote, met niets te vergelijken vreugde.

Onverwacht en zonder aanleiding of oorzaak voelen we ons soms tevreden of verwachtingsvol. Vaak is dat het voorstadium van een grotere vreugde. Sommige mensen denken dat het engelen zijn die ons dit voorgevoel schenken, omdat zij kunnen voorzien wat voor goeds ons te wachten staat. Het zijn immers ook engelen die ons als er gevaar dreigt, komen helpen met angst en onrust zodat we God aanroepen en voorzichtig zijn. Als het moment daar is dat het aangekondigde goede gekomen is, is ons hart helemaal gereed om het met open armen te ontvangen. Dat hart wist nog niet wat er zou komen, maar had al wel een zeker voorgevoel en weet dan ineens dat het geluk gekomen is. De liefde van ons hart, lieve Theotimus, gaat zonder het te weten uit naar het opperste Goede. En zodra het geloof aan ons hart heeft laten zien waar het zozeer naar heeft verlangd, weet ons hart dat ze het gevonden heeft. Dit was het waar onze ziel naar verlangde, wat onze geest heeft gezocht en waar ons verlangen naar uitkeek. Of we het nu willen of niet, alles in ons neigt naar het hoogste Goed. Wat dat is? (…) Ons hart zoekt en zoekt, aangezet door diepzinnige en mysterieuze kennis, naar wat het nog niet weet of kent: wat is het, en waar verbergt het zich? Alleen het geloof kan dit aan het hart laten zien. De voldoening en vreugde in zo’n arm mensenhart als het gevonden heeft wat het zocht, is onbeschrijfelijk. Zonder hem te kennen, vond ik hem, die mijn ziel zocht (Hooglied)."

Uit: Franciscus van Sales, Verhandeling over de liefde tot God, boek 2 hoofdstuk 15.
Bekijk ook de foto van de maand