3e Zondag van de advent
Jesaja 35,1-6a.10; Mattheüs 11,2-11.

EEN BLOEIENDE WOESTIJN
‘Woestijn’ is het beeld van doodsheid.
Dorre droogte en verzengende hitte
maken het leven op die plek onmogelijk.
Er zijn geen andere wegen dan doodlopende.
‘Woestijn’ is ook het beeld van grootsheid.
De enorme rotspartijen met hun gouden glans
zijn fascinerend, van onmetelijke verhoudingen.
Het is een plek waar een mens zich nietig voelt,
maar ook waar God aan het licht kan komen.
Het is een plek waar dood en leven
elkaar rakelings nabij zijn.
Dit beeld staat Jesaja voor ogen.
Zijn leven en dat van zijn eigen volk
balanceert op leven en dood.
Los van Jeruzalem, los van eigen wortels
is het geen leven, is er alleen maar dood.
Het leven boet aan waarde in,
als God niet langer de bron van leven is.
Eenzaamheid en Godverlatenheid
grijpen je naar de keel, zijn verstikkend.
Jesaja legt zich niet neer bij deze doodswoestijn.
Zijn vertrouwen in God doet hem zingen
van een woestijn vol bloemen.
Het is een lied van hoop op toekomst,
een droom van het onmogelijke,
dat ondanks alles waar wordt.
Woestijn verandert voor hem in een plek
van lachen en juichen, van overvloedige oogst.
Woestijn wordt een beeld van zijn onverwoestbaar geloof,
dat God toekomst is en toekomst schept.
Blijven uitzien naar Hem
doet de woestijn bloeien, onweerstaanbaar.
Wim Holterman osfs