Kerstmis
Kerstmis
Jesaja 9, 1-3.5-6; Lucas 2, 1-14

Herders, Hij is geboren
Midden in die donkere nacht van toen
klonk een blijde boodschap.
Deze was niet bestemd voor mensen
als Augustus en Quirinius;
niet voor mensen, die verheven leefden.
Hij was gericht aan herders,
zwervers in het veld,
mensen, die van waken wisten,
die de duisternis doorzagen.
Ze leefden op het randje;
ook voor hen was er geen plaats.
Hen werd een Redder aangezegd.
De duisternis van hun doodse leven
werd in lichterlaaie gezet.
Er kwam nieuwe warmte,
goddelijke geborgenheid.
Een nieuwe dageraad brak aan.
Midden in de donkere nacht van nu
klinkt die pastorale boodschap opnieuw.
Hij klinkt voor ons, mensen,
op wacht voor het behoud van leven.
We dwalen in de duisternis
van ons bezit, van onze haat.
Het is moeilijk in te zien,
dat we een Redder nodig hebben.
Maar soms breekt even een nieuw licht door
in de schaduwkanten van ons leven.
We zien dat solidariteit toekomst maakt.
Onze blindheid wordt doorbroken,
ons lamgeslagen leven krijgt geestkracht.
De stad van David wordt de onze,
een pasgeboren Kind onze herder.
Door onze duisternis heen gloort leven.
Een nieuwe toekomst breekt naar buiten
“Eer aan God” en “Vrede voor mensen”:
ze gaan hand in hand op weg
naar een nieuw paradijs,
naar volop leven voorgoed.
Wim Holterman osfs


