Archief van jaar: 2025

24e Zondag door het jaar 2025 Kruisverheffing

Kruisverheffing
Numeri 21, 4-9; Johannes 3, 13-17

VOLGELING ZIJN

Meelopen met de massa
geeft een veilig gevoel.
Niet je eigen mening,
niet je eigen verantwoordelijkheid
zijn dan niet het geding.
Meelopen met de massa
kost niet zoveel pijn.
Je loopt gemakkelijk in de pas.
Een ander gaat voor
en vangt de klappen op.

Volgeling zijn:
dat is een persoonlijke keuze.
Je kunt je niet verschuilen
achter een ander.
Je maakt zelf je keuze.
Je ideaal is je richtingwijzer.
De obstakels op je weg
moet jezelf overwinnen.
De tegenstand van anderen
moet je zelf een plaats geven
en overkomen.
Volgeling zijn vraagt
een zekere radicaliteit,
maar ook de durf
om consequenties
niet uit de weg te gaan.
Het is niet roekeloos meegaan,
maar wel goed overwogen
gestalte geven
aan het ideaal van Jezus.

Wim Holterman osfs

 

23e zondag door het jaar 2025

23e Zondag door het jaar
Wijsheid 9,13-18b; Lucas 14,25-33.

MET HEM MEEGAAN…

Het is niet eenvoudig
om in Jezus’ spoor te blijven.
Steeds opnieuw komt dan de vraag
of je niet teveel gebonden bent,
gebonden aan mensen, aan dingen.
Je bezit kan zijn als een ballast
die je afremt en tegenhoudt.
Mensen kunnen een sta-in-de-weg zijn,
omdat ze je van je ideaal afhouden.
Met Jezus meegaan is mogelijk
als je Zijn ideaal tot de jouwe maakt,
als je al je mogelijkheden benut
voor geluk en vrede van anderen.
Het is afzien van eigenbelang
om het belang van anderen te dienen.
Kiezen voor Zijn weg
is radicaal op de bres gaan staan
voor liefde en gerechtigheid,
te beginnen in je eigen omgeving.
Het is gaan staan in de droom
van het paradijs
en van een nieuwe hemel en aarde.
Meegaan met Hem vraagt,
dat je de pijn van die keuze aandurft,
maar ook dat je mag delen
in de vreugde van het Godsrijk.

Wim Holterman osfs

 

22e zondag door het jaar 2025

22e Zondag door het jaar
Ecclesiasticus 3,17-18.20.28-29; Lucas 14,1.7-14.

EERSTEN EN LAATSTEN

Het evangelie zet onze wereld op z’n kop.
Wij, die zo graag eersten willen zijn,
worden daar laatsten.
Armen en gebrekkigen
komen op de eerste plaats.
Zo doet God ook.
Hij staat aan de kant van de slaven
en onderdrukten in Egypte.
Hij ziet naar de ballingen
en gaat met hen mee
op zoek naar het oude land.
Hij is als een Samaritaan,
die zich buigt over wie
gekwetst en gewond is.

Wij worden geroepen
om door de bril van de kleinen
naar onze wereld te zien.
Wat klein is en onaanzienlijk,
dat mag voorop staan.
Mensen die niet gezien worden,
mogen opvallen.
Zij verdienen onze eerste zorg.
Onze wereld omgekeerd:
dat is een evangelisch ideaal.
Mensen mogen zich buigen
naar elkaar en naar God.
Zo kan iedereen
tot zijn recht komen
en plaatsnemen
aan Gods bruiloftsmaal.

Wim Holterman osfs

 

21e zondag door het jaar 2025

21e Zondag door het jaar
Jesaja 66,18-21; Lucas 13,22-30.

EEN NAUWE DEUR

Jezus heeft voor ons een Blijde Boodschap.
Hij zegt ons toekomst en leven aan.
Zijn Rijk heeft alles weg
van een geweldig bruiloftsfeest,
een feest van overvloed aan geluk.
En God zelf is de gastheer.
Ook al nodigt Hij iedereen uit,
vanuit alle windstreken:
die uitnodiging is geen garantie,
dat we binnen mogen.
De deur naar het feest is nauw.
Het zal inspanning kosten
om binnen te mogen gaan.
We hoeven ons niet laten voorstaan
op onze rechtgelovigheid,
niet op onze kerkbetrokkenheid.
Hoe belangrijk dit alles ook is,
voor Jezus telt nog iets meer:
het doen van gerechtigheid.
Gezapige zelfgenoegzaamheid
is voor hem uit den boze.
Hij roept ieder van ons op
om ons tot het uiterste in te spannen.
En dat zegt genoeg.
Het is niet aan ons
om ons zeker te stellen
van een goede plaats op het feest.
Dat mogen we overlaten
aan Gods liefdevolle barmhartigheid.
Eerst zullen wij moeten zorgen,
dat recht en vrede waar worden,
in onze eigen omgeving, in onze families
en ook in onze wereld.
Spant u tot het uiterste in,
want de deur is nauw:
het is geen veroordeling maar een uitdaging.
Ons past geen moedeloosheid,
wel een geprikkeld zijn
om mens en wereld recht te doen.

Wim Holterman osfs

 

Feest van Franciscus van Sales 2026

Op zaterdag 24 januari zullen we het Feest van Franciscus van Sales vieren.

Alle leden van de Salesiaanse familie zullen hiervoor binnenkort een uitnodiging in de (mail)bus krijgen.

Familiedag 2026

De familiedag 2026 wordt op zaterdag 11 april gehouden.

Stichtersdag 2026

De Stichtersdag 2026 zal plaatsvinden op zaterdag 10 oktober

Salesiaans Contact augustus 2025

Bij het verschijnen van dit Salesiaans Contact is voor velen in ons land de vakantie al voorbij. Hopelijk is het gelukt om – zoals Kees Jongeneelen schrijft – te komen tot herbronning en tot herontdekking van wat en wie in je leven werkelijk van waarde is. Ook kijken we in deze aflevering even terug op de viering van het 150-jarig bestaan van onze congregatie door middel van een samenvatting van de toespraak van Peter Nissen zoals die is samengevat door Erica op ’t Hoog voor het bulletin van de KNR. Veel leesplezier!

Wim Holterman osfs

 

VAKANTIE EN RUIMTE SCHEPPEN VOOR WAT JE DIERBAAR IS

Volgens het scheppingsverhaal in de Bijbel is er elke week een zevende dag om tot rust te komen en te reflecteren op je leven. In het verlengde hiervan kunnen we de zomervakantie als een jaarlijks terugkerende periode beschouwen om onze lichamelijke, geestelijke en spirituele batterij weer op te laden. Het woord vakantie is afgeleid van het Latijnse werkwoord ‘vacare’, dat staat voor leegmaken, vrij worden, ontvankelijk worden voor wat is, mediteren. Een vakantie, in de echte betekenis van het woord ‘vacare’, kan je helpen te herbronnen door tijdelijk afstand te nemen van dagelijkse routine. Door tijd vrij te maken voor nieuwe ervaringen en voor alles wat jouw aandacht verdient, (her)ontdek je wat en wie er in je leven echt van waarde is. Het maakt hierbij niet uit of je een verre reis maakt of dat je die bezinning dichterbij vindt.

 

Dat kan overal, ook in je eigen land, stad, dorp en tuin. De essentie van een dergelijke vakantie is dus: tijd vrijmaken om ruimte te scheppen voor alles wat je dierbaar is. Tijd voor je gemoed om zorgen en beslommeringen te relativeren of een plek te geven zodat je het leven weer als een geschenk kunt ervaren. Tijd voor verwondering om te genieten van natuur, cultuur en het onverwachte dat op je weg komt. En natuurlijk ook tijd om het leven te vieren en te genieten.

 

‘Alles heeft zijn tijd’ kunnen we lezen in het boek Prediker van het Oude Testament. Prediker houdt mensen een spiegel voor die menen dat alles maakbaar is en die met een overvolle agenda ploeterend door het leven gaan. Hij geeft hen een goed advies: ‘Het lijkt me het beste, dat de mens vrolijk is en geniet van het leven, want als hij eet en drinkt en plezier heeft van zijn werk, dan is dat immers een geschenk van God’. Ons kwetsbare leven als een geschenk blijven ervaren, dat is dus ware levenskunst. Ook voor ons kan de natuur een verkwikkende bron van rust en spiritualiteit zijn. Niet voor niets zijn lange-afstandswandelingen en pelgrimstochten populair. Al wandelend kun je verwondering voelen over de schepping en ervaren dat je als mens onlosmakelijk deel bent van een groter geheel, waardoor je je zelf overstijgt. Hierdoor kan ook het besef van verantwoordelijkheid groeien, en dus ook de zorg voor de heelheid van de schepping, de leefomgeving en alle levende wezens.
Het zou goed zijn om dat vakantiegevoel, of minstens iets daarvan, het hele jaar door vast te houden. Elke dag een moment van rust en stilte te zoeken, even stil te staan en ons bewust te worden dat ons leven een gave is en dat we mogen leven in verbondenheid met allen die ons lief zijn. Stil te staan bij de Bron van ons leven die ons het eerst heeft lief gehad.

In zijn boekje – FRANS VAN SALES Op weg naar een evenwichtig leven -dat onze medebroeder pater Willem Spann osfs (z.g.)schreef als een eigentijdse vertaling van de Philotha schrijft hij:
“ Er is bijna geen woord dat in de tijd waarin jij leeft vaker wordt gebruikt dan ‘vlug’: “Ik moet nog vlug even…”, ‘kijk snel op…, puntennél!”Het is natuurlijk prima, dat je de jouw opgelegde taken met zorg uitvoert, maar zorg is heel iets anders dan gejaagdheid. Zorg en ijver zijn tekens van liefde, gejaagdheid heeft heel andere wortels. Daarom wordt je gemoedsrust door zorgzame ijver niet verstoord, maar des te meer door overdreven haast. Probeer je daarom bij je werk echt nooit te haasten. Je komt dan namelijk niet aan een goed oordeel toe en daardoor behartig je je zaken slecht. “Martha toch, wat maak je je druk over allerlei dingen”, zegt Jezus (Lukas 10,41). Het bevalt Hem niet, dat de gastvrouw zich zo onnodig van streek maakt. Daarmee bewijst ze haar gast immers juist een slechte dienst.
Wil je voor deze waarheid enkele gevleugelde woorden? Denk maar aan: “Haastige spoed is zelden goed” of (Spreuken 19,2): “Wie rent, valt op z’n neus”. Je kunt ook denken aan het verschil tussen rustige, traag stromende rivieren in vergelijking met onstuimige bergbeken: je snapt vanzelf, welke van de twee soorten het best berekend is op het handelsverkeer. En om in de stijl van jouw tijd te spreken: het zijn zeker niet de snelwegen waar je aan een prettige reis toekomt, met tijd voor de natuur en zorg voor de mensen die je ontmoet. Waar je anders alleen noodgedwongen, in de file, aan toekomt, dat kun je op een rustige binnenweg zonder onderbreking doen: je ogen, je oren en je hart de kost geven. Vermijd dus, ook op je geestelijke tocht, zoveel mogelijk de snelweg!
Nu kan ik je natuurlijk wel enkele vuistregels geven, zoals: probeer niet alles tegelijk te doen, breng orde en balans in je dagorde, maar veel belangrijker vind ik het, dat je evenwicht brengt in je taakopvatting. Ik bedoel dit: wanneer jullie Nederlanders zeggen: “Doe je best, God doet de rest”, slaan jullie de spijker precies op z’n kop. De doeltreffendste manier om je rust te bewaren is, te vertrouwen op Gods zorg voor jou en je wereld ”.
Dat wens ik u allen van harte toe nu u na de vakantie uw dagelijkse drukke leven weer oppakt.

Kees Jongeneelen osfs

150 JAAR OBLATEN VAN SINT FRANCISCUS VAN SALES

                                                                     Van religieus instituut naar beweging van het hart            

Op 8 mei vierden de Oblaten van Sint Franciscus van Sales (OSFS) hun 150-jarig bestaan. Naast een feestelijk samenzijn en een mooie viering stond er in de ochtend een inleiding van Peter Nissen gepland. Door omstandigheden kon hij deze zelf niet uitspreken. Pater Kees Jongeneelen, overste van de OSFS, nam de honneurs waar. Peter Nissen spreekt in zijn verhaal over een golfbeweging: van beweging naar instituut en weer terug naar beweging. Iets wat niet alleen voor de Oblaten geldt, maar ook bij andere congregaties te zien lijkt. Hieronder een samenvatting van zijn lezing:

Vanaf het jaar 1800 zijn er wereldwijd naar schatting zo’n 1250 nieuwe congregaties voor paters, zusters en broeders gesticht. Vele van die congregaties worden nu, althans in de westerse wereld, met sterke krimp en zelfs opheffing geconfronteerd. Die situatie nodigt uit om na te denken waar het bij al die congregaties eigenlijk om te doen was.

Onderscheid tussen inspiratie en vorm 

Het is belangrijk om daarbij onderscheid te maken tussen de inspiratie en de vorm. De vorm van de congregaties was tijdgebonden en passend bij de 19e eeuw. Hun kerkrechtelijke vorm paste bij de eeuw waarin de vrijheid van vereniging, een van de verworvenheden van de Franse Revolutie, op vele terreinen leidde tot een enorme institutionalisering.
Denk maar aan de vakbonden, de politieke partijen, de literaire en wetenschappelijke genootschappen. De congregaties waren het rooms-katholieke antwoord daarop. Op deze manier probeerde de katholieke Kerk invloed te houden op zorg en onderwijs. Wie vanuit gelovige inspiratie op die vlakken iets wilde doen, was door diezelfde kerk, een van de meest geïnstitutionaliseerde fenomenen uit die tijd, gedwongen om dat te doen in een kerkelijke erkende vorm, zoals een congregatie. Deze vorm was in 1566 onder paus Pius V ontstaan om meer grip te krijgen op groeiende religieuze gemeenschappen van vooral vrouwen (begijnen etc.). Er moest voortaan toestemming van een bisschop zijn en de leden moesten geloften afleggen. De congregaties van de negentiende eeuw waren zo een min of meer gestolde vorm van de inspiratie die tot hun ontstaan heeft geleid.
Tegenwoordig blijkt deze vorm haar langste tijd te hebben gehad. In Nederland bijvoorbeeld is sinds 1967 geen nieuw lid meer toegetreden tot de Nederlandse provincie van de OSFS, en sinds 2016 bestaat er alleen nog een Nederlandse communiteit. Veel vergelijkbare congregaties ondervinden dezelfde krimp. Dit leidt tot de vraag: waar lag de ware inspiratie van deze congregaties? Historisch gezien was de overgang van beweging naar instituut kenmerkend, maar nu ligt de uitdaging juist in de omgekeerde beweging: van instituut terug naar beweging.

Van institutie naar beweging

De huidige situatie in de Kerk en in religieuze instituten wordt gekenmerkt door een sterke institutionalisering en een klerikale structuur. Paus Franciscus riep via het synodale proces op tot een Kerk die meer beweegt dan institutioneel is, een Kerk die luistert en meebeweegt met de samenleving. Veel congregaties en gemeenschappen proberen deze uitdaging aan te gaan door bewegingen te vormen die hun oorspronkelijke inspiratie in eigentijdse vormen voortzetten. Voorbeelden hiervan zijn de Beweging van Barmhartigheid van de Fraters van Tilburg, de onlangs opgerichte Vincentiaanse beweging van de Lazearisten en de groei van benedictijnse oblaten die niet in kloosters wonen maar wel vanuit deze spiritualiteit leven. Ook de Oblaten van Sint Franciscus van Sales hebben hun Salesiaanse kringen.

Salesiaans Pinksteren

Voor verschillende in de negentiende eeuw gestichte congregaties van vrouwen en mannen ligt hun inspiratie in wat de kerkhistorica Wendy Wright, emerita van de Oblate School of Theology in Creighton, in navolging van de Franse oblaat en historicus Henri 1’Honoré, het ‘Salesiaanse Pinksteren’ van die eeuw noemt. Uit dat Pinksteren zijn verschillende congregaties voortgekomen, waarvan de Salesianen van Don Bosco en de Oblaten van Sint Franciscus van Sales met hun mannelijke en vrouwelijke takken in Nederland de bekendste voorbeelden zijn. Dit Pinksteren was het resultaat van de confrontatie met maatschappelijke noden tijdens de industrialisatie en de herontdekking van de boodschap van Franciscus van Sales (1567-1622), na Erasmus de grootste christen- humanist van zijn tijd. In 1877 werd Franciscus van Sales door paus Pius IX tot kerkleraar uitgeroepen, wat zijn spirituele erfenis onderstreept.
De spiritualiteit van Franciscus van Sales wordt gekenmerkt door een ruimhartige barmhartigheid, gebaseerd op het uitgangspunt dat God ons door Christus nabij is, vooral in de kwetsbaarheid van arme en gekwetste mensen. Zijn bekendste werk, Introduction à la vie devote (1609), inspireerde velen, waaronder Marie-Thérèse de Chappuis en Louis Brisson, die 150 jaar geleden aan de wieg stonden van de Oblaten van Sint Franciscus van Sales. Hun missie was gericht op onderwijs en pastoraat voor kinderen uit de arbeidersklasse, die door industrialisatie in armoede en sociaal isolement waren geraakt. De Oblaten wilden deze kwetsbare mensen nabij zijn, hen begeleiden en ondersteunen.

Beweging van het hart

Het idee dat God zelf kwetsbaar kan zijn, zoals door de kruisdood van Jezus, opent een heel nieuw perspectief op de ultieme relatie tussen mens en God. Het herinnert ons eraan dat ware kracht niet altijd ligt in onkwetsbaarheid, maar juist in het durven tonen van onze kwetsbaarheid en het openstaan voor de ander. Ze pleit voor het belang van gemeenschappen met een hart, waarin kwetsbaarheid niet wordt vermeden, maar gedeeld en omarmd wordt, wat kan leiden tot meer barmhartigheid en verbondenheid.
Dat brengt ons terug bij de Salesiaanse inspiratie, die van beweging tot institutie werd in congregaties als die van de Oblaten van Sint Franciscus van Sales. Het instituut lijkt zichzelf te hebben overleefd. Maar de beweging die eraan ten grondslag lag, heeft onze tijd misschien wel meer nodig dan ooit. Er is nood aan mensen en gemeenschappen met een hart, aan luisterende en niet-oordelende mensen en gemeenschappen, aan mensen die willen luisteren met het oor van hun hart. Het hart was in de iconografie het symbool bij uitstek van Franciscus van Sales. Over 25 jaar zullen we waarschijnlijk niet meer het 175-jarig bestaan van de congregatie OSFS kunnen vieren in ons land. Maar misschien kunnen wij dan wel het vijfentwintigjarig bestaan vieren van een Beweging van het Hart, die, geïnspireerd door de spiritualiteit van Franciscus van Sales, zich sterk maakt voor mensen en gemeenschappen met een hart.

ERICA OP ’T HOOG

Bovenstaand artikel is een samenvatting van het artikel dat in het bulletin van de KNR is verschenen.

 

 

Salesiaans Contact juli 2025

Met een ware hittegolf zijn we begonnen aan een heerlijke tijd van vakantie. Een tijd van genieten hopelijk, van vrij zijn voor elkaar, van verwondering om de natuur en om ‘mooie’ mensen op onze weg. Er is tijd voor een goed gesprek, voor hartelijke ontmoetingen. We mogen als ‘pelgrims van hoop’ op zoek gaan naar evenwicht en verbinding. Een goede gids daarvoor reikt Wil Vos ons aan. Astrid van Engeland sluit daar op aan. De enig goede instelling van je navigatie is ‘volg je hart’. Ik wens u allen – namens de redactie – een goede ‘reis’ toe en fantastische ontmoetingen.

Wim Holterman osfs

 

PELGRIMS VAN HOOP

10 Jaar geleden was ik voor het eerst in Rome. Een stad, die zo’n overweldigende indruk op mij maakte, dat ik destijds spontaan de belofte uitsprak om mijn kleinzoon Caesar, toen nog maar 2 jaar oud, daar mee naar toe te nemen als hij de basisschool zou verlaten. Deze zomer gaat dat gebeuren en dus boekten we vorig jaar de reis, waar al zo lang naar was uitgekeken. De beste optie was de meivakantie. Daar deze dit jaar aansloot op het Paasfeest verwachtten wij al extra grote drukte, maar dat in die week de Paus zou overlijden en er vervolgens een nieuwe gekozen moest worden, dat hadden we toch echt niet kunnen bedenken. Tjonge, wat een mensenmassa daar! Ondanks dat hebben we enorm genoten van wat Rome te bieden heeft. Wat een verhalen, wat een geschiedenis! Maar de beroemde kerken en musea waren eigenlijk niet te doen. Rijen van uren! En als je eenmaal binnen was, wilde je zo snel mogelijk weer naar buiten, omdat je het Spaans benauwd kreeg van al die mensen om je heen. Murw van alle drukte rond de St. Pieter ontdekten we de Kerk der Friezen, waar ik niet eerder in was geweest en na het beklimmen van de trap vonden we daar eindelijk een oase van rust, waar we even bij konden komen.

Gelukkig zijn er nog van die “toevluchtsoorden”. Onze eigen kerk in Eemnes is er ook zo een. Een plek, waar je niet afgeleid wordt door overdadige pracht en praal, maar waar ruimte en stilte is voor gebed en bezinning, een plek waar je voor even thuis kunt komen bij God. En het was op de eerste Pinksterdag, dat ik nog zo’n kerkje mocht ontdekken en wel in de Krim. Dat kleine dorpje in Overijssel, waar mijn oudste zoon woont en dat ik zo’n beetje als mijn buitenverblijf beschouw. Dit kerkje is op loopafstand van zijn huis en heeft altijd al mijn aandacht getrokken.

Toch had ik nooit de moed om er eens binnen te gaan. Het is een kerk van de Protestantse gemeente en meestal koos ik toch voor de RK kerk in Dedemsvaart of in Coevorden. Die Pinksterdag dus niet. Was het het werk van de H. Geest? Hoe dan ook, die ochtend werd ik er als het ware naar toe getrokken. Zoals ik al verwacht had, was de kerk van binnen heel sober: eenvoudige blauw-grijze banken, deuren in dezelfde kleur en voorin een enorme, eveneens blauw-grijze preekstoel. Aan het plafond een aantal kroonluchters en aan de muren een paar borden met teksten, die voor mij van afstand niet te lezen waren. Verder nog een paaskaars en een boeket bloemen. Anders niets. In de banken zo’n honderd mede-gelovigen, maar op die preekstoel een heel bijzondere dominee!

“Wie in voor- of tegenspoed hier zegen zoekt, mag hier binnentreden”, zo klonk in het in het openingslied. Nou, intens dankbaar voor en gelukkig met mijn nieuwe “oude” huis, waar ik sinds begin mei weer mag wonen, zat ik daar in “voorspoed” en voelde mij dan ook meteen meer dan welkom. Het lied eindigde met de woorden: “Waar de kerk van Liefde leest, is het feest”. Mijn hart maakte een sprongetje! Een kerk die van Liefde leest, kan het nog Salesiaanser? Die dominee bracht het die ochtend in praktijk en wel zodanig, dat je een speld kon horen vallen in dat kerkje. Centraal stonden de tien woorden, die Mozes in vuur en rook ontvangen had op de berg. “Want”, aldus de dominee, “Pinksteren is het feest van het woord. En in deze tien woorden, die door ieder van ons in onze eigen taal verstaan mogen worden, wil God ons niets opleggen, maar wijst hij ons liefdevol een richting, een richting ten leven. Het zijn dan ook woorden van hoop en toekomst.” Wat klonk dat vertrouwd. Deze taal vinden we immers ook bij Franciscus van Sales.
Op zijn geheel eigen wijze heeft deze Franse bisschop, in vuur en vlam gezet door Gods’ liefde, getracht de boodschap van het evangelie, de boodschap van liefde, hoop en toekomst, toegankelijk te maken voor alle mensen, ongeacht hun afkomst of hun levensstaat. En de woorden die hij daarbij koos, hadden niets van doen met opgelegde regels of wetten, nee, het waren en zijn woorden van bevrijding, van goede raad, die richting wijzen naar een andere manier van leven. Een manier van leven, waarbij God betrokken wordt, die op God is gericht. Frans noemde dat een “devoot” leven, oftewel een aan God gewijd leven. Dat klinkt nogal vroom in deze tijd, maar onze pater Willem Spann osfs, die een paar maanden geleden helaas is overleden en aan wie wij veel te danken hebben, wist er andere woorden aan te geven. Hij noemde het “een evenwichtig leven”. “Evenwicht tussen je natuurlijke, door allerlei omstandigheden bepaalde situatie en de diepere betekenis van je leven”, aldus Willem Spann in zijn bewerking van het boek van Franciscus van Sales: “Inleiding tot het devote leven”.

Die dingen doen, die je dichter bij de diepere betekenis van je leven brengen. Zijn dat niet die dingen, die je met liefde doet? Uit liefde voor je medemens, voor de schepping, uit liefde voor God, maar ook uit liefde voor jezelf?

DOE ALLES UIT LIEFDE, NIETS UIT DWANG

is een bekende uitspraak van Franciscus van Sales. En daarbij vertrouwt hij ons ook nog eens de geest van vrijheid toe. Met zo’n geest mogen wij de 10 woorden van Mozes verstaan, klonk het vanaf de kansel in dat kerkje in de Krim. Woorden van hoop, met liefde uitgesproken.

Voor het kerkje staat een bord, waarop de tekst: “Het geloof is als Wifi, je ziet het niet, maar het verbindt wel”. Franciscus en die dominee, even “raakten” zij elkaar op die Pinksterdag, twee Pelgrims van hoop!

Hoop, dat, wat er ook mag gebeuren in onze wereld, er een liefdevolle God is, die met ons is begaan.                                                                 Hoop, die ik mee naar huis nam en die ik hier met u wil delen!

Wil Vos-Post

 

JE HART VOLGEN

In ontmoetingen met mensen hoor ik regelmatig iemand zeggen: ‘Het is dat er van mij verwacht werd dat ik de boerderij over zou nemen, maar ik ben geen boer in hart en nieren.’ Of: ‘Er was vroeger geen geld voor een opleiding, anders was ik de verpleging in gegaan.’ Of: ‘Ik had graag voor de klas gestaan, maar vroeger was het nu eenmaal zo dat je thuis bleef en voor je kinderen zorgde. Een werkende moeder zijn kon helemaal niet.’

Het zijn zomaar enkele voorbeelden die aangeven hoe moeilijk het kan zijn om je hart te volgen, je passie achterna te gaan, te doen waartoe je je ten diepste geroepen voelt. Allerlei zaken kunnen je daarvan afhouden: de verwachting die je ouders van je hebben en waar je niet tegenin durft te gaan, niet de opleiding gaan volgen die je eigenlijk al zolang wilt doen omdat je het geld dat je met je huidige werk verdient niet wilt of kunt missen, de angst voor wat de omgeving wel niet zal zeggen van de keuze die je maakt, bang zijn om anderen te kwetsen of teleur te stellen.

Allerlei redenen zijn er om niet te doen wat je eigenlijk graag zou willen of waarvan je voelt dat het eigenlijk je weg is. Wij mensen hebben nu eenmaal de neiging om de gemakkelijkste en veiligste weg te kiezen als dat enigszins mogelijk is. Immers, waarom zouden we moeilijk doen als het gemakkelijk kan? Het vinden van je bestemming in het leven is misschien soms ook wel gemakkelijk, maar van dichtbij maak ik maar al te vaak mee dat het tegengestelde waar is. Niet voor niets zegt ook Jezus: ‘Nauw is de poort van het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden (Matteüs 7,14).’ En Jezus spreekt uit ervaring. Hij komt op voor mensen voor wie niemand opkomt. Hij houdt mensen een spiegel voor en zegt hun soms eens goed de waarheid. Hij gaat in tegen regels die de mens niet gelukkig maken. En dit alles doet hij niet voor zichzelf, maar vooral omdat hij medemensen gelukkig wil zien.

De weg van Jezus is geen eenvoudige weg. Jezus roept allerlei weerstanden op. Mensen maken het hem niet gemakkelijk. En toch… toch blijft hij die weg bewandelen. Niets of niemand kan hem daarvan weerhouden. Iets of Iemand moedigt hem steeds weer aan om door te gaan. Luisterend naar zijn hart weet Jezus dat hij niet anders kan. Het is zijn roeping, zijn levensbestemming om ‘zo goed als God’ te zijn, ondanks alles.

Zo worden ook wij uitgenodigd door Jezus, door God, door Iets of Iemand, om altijd opnieuw te blijven zoeken naar onze bestemming, naar de weg die God in ons hart heeft gelegd. Als wij in alle eerlijkheid en oprechtheid luisteren naar ons hart, dan kunnen wij uitgroeien tot de mens zoals we ten diepste bedoeld zijn. Tot een écht gelukkig mens, al is en blijft het misschien een weg van bergen en dalen. Zo is het leven!

Astrid van Engeland

 

20e zondag door het jaar 2025

20e Zondag door het jaar
Jeremia 38,4-6.8-10; Lucas 12,49-53.

VASTBERADEN ZIJN WEG GAAN
De boodschap van Jezus is niet vrijblijvend.
Hij daagt je uit tot een keuze.
Meedraaien met alle winden komt niet ter sprake.
Hij is vuur komen brengen, oplaaiend vuur.
Dat vuur kan pijn doen; het kan je bang maken.
Het kan je doen kiezen voor een andere weg.
De weg van Jezus is niet gemakkelijk.
Hij gaat in de richting van het kruis
zoals Jeremia richting ‘put’ ging.
Maar zij lieten zich niet klein krijgen.
Vastberaden gingen ze hun weg,
wetend dat ze door God verheven zouden worden.
Ze zochten niet de duisternis van de dood,
maar de hoogte van het leven.
Het leven van de profeten,
– ook het leven van de grootste onder hen –
is voor ons een uitdaging.
Durven wij hen vastberaden volgen?
Durven wij het aan
om een teken van tegenspraak te zijn?
Hun weg gaan roept weerstand op en onbegrip.
En toch is het een weg van toekomst, van leven.
Want op die weg mogen we God aan onze kant weten.
Namens Hem mogen wij werken aan leven,
aan toekomst voor mens en wereld.
Vastberaden mogen we op die weg gaan:
door Hem gezegend en begeleid.

Wim Holterman osfs