Archief van jaar: 2025

Salesiaans Contact juni 2025

In het laatste Salesiaans Contact hebben we beloofd om nog even terug te komen op ons 150 – jarig jubileum. Marja Willink heeft gepoogd om zo goed mogelijk de sfeer en de inhoud van dit geweldige feest weer te geven.
Verder willen we in dit nummer onze medebroeder Willem Spann gedenken, die op 8 april 2025 in de leeftijd van 91 jaar is overleden. Zijn ‘In memoriam’ is als een klein monument om hem te blijven gedenken en als een teken van onze dankbaarheid voor alles wat hij heeft gedaan en betekend in zijn lange leven.
Namens de redactie wens ik u een mooie junimaand toe en graag tot ons volgende ‘Contact’.
Wim Holterman osfs

 

EEN FEESTELIJK JUBILEUM: 150 JAAR OSFS

Wat was 8 mei 2025 een bijzondere dag! We vierden het feest van het 150-jarig bestaan van de congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Sommigen van ons dachten op deze dag met een zekere weemoed terug aan de 8-meibeweging waarbij duizenden katholieken in veemarkthallen bij elkaar kwamen en zongen dat de steppe zou gaan bloeien. En aan het eind van deze dag kwam Kees langs de tafels om te vertellen dat er een nieuwe paus was. Maar dat was pas aan het slot van een heel feestelijke dag.
We begonnen de dag in Sprundel waar we werden ontvangen met koffie en het traditionele Brabantse worstenbroodje en welkom werden geheten door Don, Marie-José en Igna die – samen met Netty – de voorbereidingen op zich hadden genomen.
We waren met een grote groep, ook Oblaten uit Frankrijk en Duitsland, vertegenwoordigers van verschillende religieuze organisaties in

Nederland, zusters uit Schijndel waren aanwezig en met alle vriendenkringen erbij kwamen de gesprekken al snel op gang.
Het officiële welkom was in de kapel en op weg daarnaar toe bewonderden wij de bijzondere verbouwing van het hele complex en de wijze waarop een deel van de oorspronkelijke kerk behouden was. Kees is in Sprundel opgegroeid en had allerlei herinneringen aan de tijd dat hij er misdienaar was en gevaarlijke toeren moest uithalen om kaarsen in de hoogte aan te steken.
De kapel was een prachtige omgeving om samen te zijn en ook het lied te zingen dat Jack de Groot voor deze gelegenheid had geschreven: ‘Komt vrienden, laat ons hier verheugen…” De melodie was bekend genoeg om uit volle borst mee te zingen.
Vervolgens luisterden wij naar een tekst die geschreven was door prof. Peter Nissen. Helaas kon hij ons niet zijn verhaal persoonlijk vertellen, omdat hij enkele dagen daarvoor getroffen was door een beroerte. Kees nam het op zich om de tekst uit te spreken.
Het is ondoenlijk om een samenvatting te geven van de lezing, maar ik heb hem kunnen nalezen waardoor de essentie nog beter doordringt. Zijn verhaal is het herlezen waard.
Peter Nissen nam ons mee in de ontstaansgeschiedenis van vele congregaties en plaatste die in hun tijd. Het begon met inspiratie in gemeenschappen en die raakte gestold in bepaalde kaders en vormen. De beweging werd een instituut. In onze tijd moeten we afscheid nemen van de congregaties in hun oude vorm en van de instituten. We moeten weer terug zien te gaan naar de beweging, de oorspronkelijke inspiratie. En dan komt Peter Nissen uit bij de kwetsbaarheid van de mens die wij moeten zien en accepteren en die ons oproept tot barmhartigheid. Daarin herkennen we Frans van Sales. Er is in onze tijd een nieuwe theologie in opkomst die de kwetsbaarheid van de mens tot uitgangspunt neemt en die in die kwetsbaarheid God ontwaart.

Na de lezing begaven wij ons weer naar de zaal beneden, waar vrijwilligers van de parochie en het dorpshuis ‘De Trapkes’ ons verwenden met een lekkere lunch. Er was ook nog tijd voor een wandelingetje en velen liepen even het aangrenzende Fatimapark met Mariabeeld in.
Om 15.00 uur vierden we samen in de kapel de eucharistie. Alle Oblaten waren erbij betrokken. Kees Jongeneelen en Wim Holterman vertelden hoe zij ooit hun roeping hadden gevolgd om in de voetsporen van Franciscus van Sales te treden.

Het meest ontroerende moment van de dag vond ik de lichtprocessie aan het eind van de viering. We kregen allemaal een mooie kaars die werd aangestoken aan de grote jubileumkaars en we zongen ‘Licht dat terugkomt, hoop die niet sterven wil, vrede die bij ons blijft’. Door de voortdurende herhaling werd het een mantra dat hart en ziel raakte.
Een feest met de Oblaten is niet compleet als er niet ook lekker gegeten kan worden, dus we waren uitgenodigd om na de viering naar restaurant Le Jardin te gaan voor een diner. Van het aperitief konden we op het terras in de zon genieten en daarna gingen we aan mooi gedekte tafels voor het diner. We kregen prachtig opgemaakte gerechten die heerlijk smaakten en we dronken daarbij een goed glas. Zo werd de dag heel feestelijk afgerond.
Het jubileum was zorgvuldig voorbereid met een mooie uitnodiging, een programmaboekje en liturgieboekje. De bloemen op de tafels en in de viering, verzorgd door Annerie, maakten het geheel feestelijk.

 

Dankzij de liefdevolle samenwerking van veel mensen werd het een bijzondere dag waarin dankbaar werd teruggekeken en hoopvol vooruit .
Het is een mooie herinnering geworden.


Marja Willink

 

Een dankbare herinnering aan het leven van
Pater Willem Spann

Willem werd geboren in Millingen aan de Rijn op 9 juni 1933. Hij trad op 30 augustus 1951 toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales en werd door Mgr. W. Bekkers priester gewijd op 21 februari 1959. Op 8 april 2025 is hij – gesterkt door het Sacrament van de Zieken – overleden. Op 15 april 2025 hebben we in een plechtige Eucharistieviering afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn medebroeders op het kerkhof Broekhoven in Tilburg.
Bij dit afscheid mogen we het levensboek van Willem Spann nog eens openslaan. Het is een boeiend levensverhaal geworden van een lang en veelzijdig leven. Eigenlijk was het nog niet af. Hij wilde – zoals hij altijd zei – net als zijn moeder 102 worden. De schrijver van zijn levensverhaal heeft echter anders beslist.
Het eerste hoofdstuk speelt zich grotendeels af in Millingen aan de Rijn. Hij was de oudste van het gezin. Zijn vader was een van de laatste zalmvissers, die zich later omschoolde tot metselaar. Het waren tijden van armoede en crisis en later van oorlog. Willem werd er misdienaar en koorknaap. In 1944 moest het hele gezin evacueren naar Lichtenvoorde. Daar kreeg hij les van een frater van Utrecht. In die tijd werd hij geraakt door een granaatscherf. Hij verloor veel bloed. Dankzij het bloed van een frater heeft hij kunnen overleven.
Het tweede hoofdstuk brengt ons naar Tilburg naar het klein seminarie van de Oblaten in Tilburg. Hij was een goede student. Na zes jaar verkaste hij naar Nijmegen voor het noviciaat. Daarna nog zes jaar Beek en Donk voor zijn filosofie- en theologiestudie. Hij werd in 1959 priester gewijd door bisschop Bekkers. Vervolgens studeerde hij klassieke talen aan de Universiteit van Nijmegen. Daarna was hij 25 jaar lang leraar aan het Mill-Hill-college. Samen met de leerlingen runde hij het tijdschrift ‘Argemo’. Hij ging met hen op kamp, ook om hun interesse voor archeologie te wekken. In de weekenden was hij bovendien assistent bij pastoor Hexspoor in Goirle.
Het derde hoofdstuk begint in 1986 met zijn benoeming als pastoor van de H. Geestparochie in Goirle. Met zijn zus Ria als gastvrouw was hij er werkzaam tot in 1998 ‘zijn’ kerk werd gesloten. In die jaren vond hij daar zijn favoriete plek: de preekstoel, want zo zei hij: ‘Ik wil het geloof verkondigen’. Na de sluiting van de kerk bleef hij pastoraal nog vier jaar actief in Goirle, o.a. in de Guldenakker. Het waren voor hem goede en zinvolle jaren.
Op verzoek van Willems moeder om een medaille van frater Andreas belde hij aan bij het Generalaat van de fraters. Dit luidde het vierde hoofdstuk van zijn levensverhaal in. Hij werd uitgenodigd om te komen wonen op het Generalaat, o.m. om zich bezig te gaan houden met de coördinatie van het Frater-Andreasbureau. In maart 2015 werd hij voorgedragen als vice-postulator voor de zaligverklaring van Frater Andreas.
De laatste negen jaren woonde Willem in de communiteit van fraters in dit huis. Hij voelde zich hier goed. Zolang hij kon ging hij hier in deze kapel voor in de Eucharistievieringen en gaf steeds weer een pakkende gedachte mee.
Als een rode draad door al die hoofdstukken loopt zijn binding met zijn geboortedorp. Heemkunde was zijn grote hobby. Hij publiceerde er regelmatig over in de periodiek van ‘de Duffelt’. Als waardering voor al zijn onderzoekingen kreeg hij zelfs een koninklijke onderscheiding. Ook het ‘Willem Spann bankje’ op de dijk is er een blijvende herinnering aan hem.
Het belangrijkste hoofdstuk vormt zijn Oblaat zijn. Al vanaf zijn jonge jaren heeft hij zich verdiept in de Salesiaanse spiritualiteit. Hij heeft enorm veel teksten van onze heilige vertaald en zich eigen gemaakt. Jarenlang heeft hij geschreven voor ons Salesiaans Contact. Ook was hij – als enige Nederlandse Oblaat- zes jaar lid van ons Generaal Bestuur. Hij droeg zorg voor onze bibliotheek en was altijd aanwezig op onze gezamenlijke bijeenkomsten. Zijn inbreng werd steeds erg gewaardeerd. Belangrijkste was dat hij probeerde te leven in de geest van onze stichters in een geest van geduld, van zachtmoedigheid en optimisme.
Zijn novicemeester schreef ooit over Willem: ”hij is zeer goed onderlegd, gedienstig, en ingetogen. luistert wel naar de overste, maar heeft de neiging om zijn eigen weg te gaan of te eigenwijs te oordelen. Ook dat was Willem.
Wij als Oblaten zijn hem veel dank verschuldigd en zullen hem blijven herinneren als een fijne medebroeder.
Ten afscheid hebben we – in deze Goede Week – gelezen in het evangelie over het lijden en sterven van Jezus. Willem kende ook het lijden. We herinneren ons zijn open hartoperatie. Later moesten zijn krachten opgepept worden met epo. Een val in januari j.l. luidde zijn heengaan in. Ook zijn laatste heupoperatie kon hem niet redden. En zo is hij op 8 april rustig in zijn slaap overleden. Zijn levensboek werd gesloten, maar niet voorgoed zo hopen en geloven wij.
Daarom hebben we ook het Paasverhaal gelezen, een verhaal van gelovig vertrouwen over de grens van de dood heen. Het is een verhaal van onze God, die ook het leven van Willem vasthoudt. Ook al lijkt zijn levensboek gesloten: God legt het weer open. Zo mogen wij geloven. God schrijft zijn verhaal verder met letters van licht en vrede. Een verhaal van een eeuwig Pasen, van een hemels Paradijs.

Willem, bedankt om wie je was als broer en oom, als vriend en medebroeder. We bidden, dat je nu al mag delen in het leven van de verrezen Heer.
Voor uw medeleven, belangstelling en zorg tijdens zijn leven, zijn ziek zijn, als nu bij zijn afscheid zeggen wij u hartelijk dank.
Familie Spann
Oblaten van Franciscus van Sales

 

 

Op onze website: www.oblaten.osfs.nl

Elke vrijdag: een overdenking op het evangelie van de komende zondag door Wim Holterman
Elke maand: – Een mooie foto van Riky van de Vossenberg

– Het citaat van de maand van Hannemie van Dijck

– Een bericht uit het buitenland, Nuusbrokkies van
Martin van de Avoird

– Het Salesiaans Contact

Weet u nog iemand die geïnteresseerd is in het Salesiaans Contact; geef dan het emailadres aan ons door!

14e zondag door het jaar 2025

14e Zondag door het jaar
Jesaja 66,10-14c; Lucas 10,1-12.17-20 of 10,1-9.

DOOR JEZUS AANGEWEZEN
Jezus zond 72 leerlingen voor zich uit.
Zij zijn medewerkers aan zijn boodschap.
Hij geeft hen een aantal richtlijnen mee.
Door geen enkele ballast mogen ze gehinderd worden.
Ze hebben maar één boodschap:
“Vrede, want het Rijk Gods is u nabij!”.
Het is een boodschap, die kwetsbaar maakt.
Er is geen plaats voor macht of aanzien.
Niemand kan zich op iets laten voorstaan.
Voor Hem telt alleen maar wie je bent,
niet wat je bent of wat je hebt.
De leerlingen – en zijn wij dat ook niet? –
gaan met lege handen maar met een hart vol liefde.
Want in het Rijk van God gaat het
om mensen en om een paradijselijke wereld.
Iedereen moet daar tot zijn recht kunnen komen.
Het gaat er om een leven van delen,
zodat er voor allen genoeg is.
Ieder van ons is de aangewezen persoon
om in die geest de weg te gaan
van mens tot mens, van hart tot hart.
Het is de weg, die Jezus zelf is gegaan;
een weg van de stervende graankorrel
die leven geeft in overvloed.

Wim Holterman osfs

Feest van Petrus en Paulus

HEILIGE PETRUS EN PAULUS
Handelingen 12, 1-11; Matteüs 16, 13 – 19

PETRUS EN PAULUS
Twee grondleggers van onze kerk.
Twee verschillende naturen:
de eerste impulsief en hartstochtelijk,
de tweede theoloog en organisator.
Beiden verkondigers van het evangelie,
vermoord om hun overtuiging.

Petrus: een wispelturig mens,
die verraad pleegt uit lijfsbehoud.
Hij, die uitkomt voor zijn liefde
voor Jezus en zijn evangelie.
Hij wordt benoemd tot rots,
tot fundament van de kerk.
Hij mag de ‘lammeren weiden’
en wordt de grote voorganger
in het geloven van mensen.
Van gewoon maar een eenvoudige visser
wordt hij onmiskenbaar mensenvisser.

Paulus: een ‘geleerde’,
gepokt en gemazeld
in het Joodse geloven.
Van fanatiek vervolger wordt hij
een diep overtuigd en overtuigend
volgeling van Jezus.
Hij organiseert de christelijke gemeenten,
onderhoudt schriftelijk contact met hen.

Petrus en Paulus:
soms met uiteenlopende meningen,
maar voortdurend bereid tot gesprek.
Ze leren gaandeweg te luisteren
naar elkaars overtuiging,
synodaal vanaf het begin.
Twee voorgangers:
ideale getuigen om na te volgen
op de liefdesweg van Jezus.

Wim Holterman osfs

 

Sacramentsdag 2025

Sacramentsdag
Spreuken 8,22-31; Johannes 16,12-15.

TOT ZIJN GEDACHTENIS

Tot zijn gedachtenis
zijn we hier samengekomen.
Zijn woord klinkt in ons midden
en door brood en wijn
is Hij levend onder ons aanwezig.
Hij is onze Redder,
eens en voorgoed.
Hij deelt met ons
van de overvloed van Gods Rijk.
Hij zegt ons aan,
dat het leven niet op kan.
als ook wij delen met elkaar.
Wij mogen zijn woorden,
zijn daden tot de onze maken.
Door zijn gedachtenis te vieren
worden wij zijn mond, zijn handen.
Eten van Zijn brood,
drinken uit Zijn beker,
zetten ons aan tot delend leven.
Hij schenkt ons levenskracht
om onszelf mee te kunnen delen.
In brood en wijn geeft Hij zichzelf
zodat ook wij op de bres kunnen staan
om elkaar alle goeds te gunnen.
Tot Zijn gedachtenis mogen wij worden
als Hij: brekend en delend met hand en hart.

Wim Holterman osfs

Heilige Drie-eenheid 2025

Heilige Drie-eenheid
Exodus 34,4b-6.8-9; Johannes 3,16-18.

EEN GOD MET VELE GEZICHTEN

Het is ons mensen eigen
om een beeld te vormen van God.
We vinden dit al in het eerste bijbelboek:
de scheppende Geest boven de wateren.
En verderop is Hij als een lichtende wolk,
die de weg wijst door de woestijn.
Er is het beeld van de Herder,
die waakt over zijn kudde;
of van de moeder, die zorg draagt
voor haar kwetsbare mensenkind.
Hét beeld van God is Jezus,
een mensenkind uit Nazareth,
Gods welbeminde.
Hij is sprekend Zijn Vader,
Zijn volmaakte beeld en gelijkenis.
Zijn woorden en daden:
zij wijzen allen in Gods richting.

God laat zich anders aan ons zin
naargelang onze situatie anders is.
Soms is Hij ver weg,
omdat we zelf onze richting kwijt zijn.
Hij is onbegrijpelijk en hard,
als een geliefde van ons is weggenomen.
Maar Hij kom ook in zicht,
als onze dankbaarheid niet op kan
bij de geboorte van nieuw leven.
God heeft vele gezichten,
omdat Zijn naam is: Ik ben er voor jou.
Hij is er op elk moment van onze levensweg,
in goede en in kwade dagen.
Hij is als een mantel om ons heen.

Wim Holterman osfs

Pinksteren 2025

Handelingen der Apostelen 2,1-11; Johannes 20,19-23.

PINKSTEREN

Een wonderlijk gebeuren:
allen die bijeenzijn raken in vuur en vlam.
Er waait een frisse wind door hun leven.
Het is alsof ze nieuwe mensen worden:
enthousiast voor het nieuwe Verbond.
Ze worden op het spoor gezet
van bevrijding en van nieuw leven.
De Geest van God heeft voor hen
een verrassend nieuw begin gemaakt.
Ze beginnen een nieuwe taal te spreken:
verstaanbaar voor iedereen.
Het is een taal die eenheid schept,
die mensen ruimte geeft
en nieuwe perspectieven biedt.
De woorden en daden van Jezus:

ze komen in hen tot nieuw leven.

Pinksteren nù vraagt,
dat wij ons opnieuw laten raken
door de Geest van God.
Het daagt ons uit om orde te scheppen
overal waar het leven van ons en onze wereld
een chaos is of dreigt te worden.
Het nodigt ons opnieuw uit
om te getuigen van de geest die in ons leeft:
een geest die ruimte schept;
een geest die vuur en liefde is.
Om die geest mogen we blijven bidden,
zodat we telkens omgevormd worden
tot nieuwe mensen.

Wim Holterman osfs

7e zondag van Pasen

7e Zondag van Pasen
Handelingen der Apostelen 7,55-60; Johannes 17,20-26.

BIDDEN OM EENHEID

Eén zijn zoals Hij en zijn Vader:
dat is de laatste hartenkreet
van Jezus voor zijn heengaan.
Het is zijn testament,
dat hij ons heeft nagelaten.
Die eenheid, die relatie
tussen mensen en God
en tussen mensen onderling:
daarvoor heeft Hij geleefd,
daarvoor is Hij gestorven.
Hij geeft ons als zijn laatste adem
de opdracht mee om gestalte te geven
aan die intieme verbondenheid.
Mensen mogen elkaar op handen dragen,
omdat we weten, dat God
niemand van zijn mensen laat vallen.
We leven allen op dezelfde aarde,
we breken en delen hetzelfde brood,
we geloven in dezelfde God:
daarom zijn we Zijn mensen
en zijn we mensen voor elkaar.
In onze zorg voor anderen,
in onze liefde en verbondenheid
laten we iets zien van
Gods liefde voor ons.
Biddend mogen we de diepste bronnen
in ons aanboren om mens van God te zijn
en mens voor ieder die we ontmoeten.
Het is gehoor geven aan
het altijd weer nieuwe gebod
van liefde en solidariteit.

Wim Holterman osfs

 

 

6e zondag van Pasen

6e Zondag van Pasen
Handelingen der Apostelen 15,1-2.22-29;
Johannes 14,23-29.

GEDREVEN DOOR DE GEEST

Angstig leven met gesloten deuren
dat maakt duister
en snijdt toekomst af.
Het beneemt je je adem.
Je hebt geen stem meer.
Je bent monddood
zoals zovelen in onze wereld.

Angstig leven met gesloten deuren
dat verstikt je
en pint je vast.
Er is geen toekomst meer.
Alles wordt zinloos.
Het is geen leven meer
zoals voor zovelen in onze wereld.

Gedreven door de geest
worden deuren opengegooid,
onweerstaanbaar.
Er komt leven, lucht, adem.
Een nieuwe energie en creativiteit
maakt zich van je meester.
Het hoge woord moet eruit:
verstaanbaar voor iedereen.

Gedreven door de geest
worden mensen enthousiast.
Er gaat een nieuwe wind waaien.
Een storm van bevrijdende liefde
waait over de hele wereld.
Vurig en vol van inspiratie
ontstaat er nieuw leven
voor mensen van goede wil.

Kom, Geest van God,
drijf ons aan.
Laat ons Pinkstermensen worden:
enthousiast om te gaan leven
vanuit Jezus’ Geest.

Wim Holterman osfs

Salesiaans Contact mei 2025

 

Op 8 mei hebben we stilgestaan bij het 150-jarig bestaan van onze congregatie, de Oblaten van Franciscus van Sales. Het was niet mogelijk om u daarvan nu al een verslag aan te bieden. U houdt dat van ons tegoed. In het kader van de meimaand bieden we u een overweging aan over Maria en opnieuw putten we uit het boekje van Astrid van Engeland ‘Schatten van mensen’. Hierdoor bieden we u hopelijk weer een lezenswaardig Contact.
Namens de redactie wens ik u veel leesplezier.

Wim Holterman osfs

 

ONZE LIEVE VROUW VAN GOEDE RAAD

Begin mei mocht ik een overweging houden bij gelegenheid van het patroonsfeest van de geloofsgemeenschap van Mariaheide, een dorpje onder de rook van Veghel; het feest van Onze Lieve Vrouw van Goede Raad. Bij die gelegenheid heb ik een brief geschreven aan Maria. Hopelijk kunt u zich hierin ook herkennen. Deze brief ging als volgt:

Dag Maria, wees gegroet,

Als klein kind leerde ik al dat beroemde gebed: “Wees gegroet, Maria”. Talloze keren heb ik het gezongen in het latijn: “Ave Maria”. Hier in het Brabantse zingen mensen over jou als ‘Lief Vrouwke’. Allemaal heel goed en heel mooi. Maar eigenlijk zou ik je wel eens in levende lijve willen ontmoeten. Gewoon maar, om naar je te luisteren. En ik zou je ook heel veel vragen willen stellen. Vragen uit het leven gegrepen: over liefde, over geloof en ongeloof, over onzeker zijn, over de toekomst van onze kerk. En ik zou wel eens van je willen horen wat het voor jou heeft betekend om op de vlucht te zijn, en hoe het was om moeder van Jezus te zijn. Waar haalde jij de kracht vandaan om Hem trouw te blijven, zelfs toen Hij gemarteld werd, toen je Hem voorgoed moest loslaten? Voor ouders toch het ergste wat hen kan overkomen. Dat kan voor jou toch niet anders zijn geweest!

Maria, jij was een mens als wij, een sterke vrouw, aan mensen heel nabij. Je was een moeder, een echtgenote. Je hebt net als wij in het gewone alledaagse leven vreugde en ook verdriet gekend. Daarom ben je voor ons ook zo herkenbaar. Toen je van de engel die verrassende blijde boodschap kreeg, dat je moeder ging worden, voelde je je onzeker. “Hoe zal dat geschieden?”, vroeg je. Het was heel bijzonder en gewoon tegelijk, dat je je nicht Elisabeth bezocht. Jullie moesten blijkbaar het Blijde Nieuws ook met elkaar delen. Zo diep menselijk. Je zong toen dat prachtige lied “Magnificat”, dankbaar en strijdlustig, heel dicht bij gewone kleine mensen als wij. Hadden ze over jou ook maar een evangelie geschreven, want in onze verhalen sta je steeds in de schaduw van je Kind. Ook zou ik wel eens meer willen weten over de kracht van jouw geloven. Hoe kon je uit de grond van je hart zeggen: “Mij geschiede naar uw Woord”. Daaruit spreekt toch een enorm Godsvertrouwen. Niet jij staat voorop, maar jouw Zoon, Hij die soms voor jou onbegrijpelijke wegen ging. Want zeg nu zelf: op de eerste plaats voor kleine mensen bereikbaar zijn is toch geen sinecure. En toen op die bruiloft in Kana, toen de wijn op was. Jij stelde het bruidspaar gerust en zei tegen de bedienden: “Doe maar wat Hij u zeggen zal”. Wat een krachtig vertrouwen, dat mede door jou het feest van het leven kan doorgaan. Maria, jij bent zo een goddelijk geschenk geworden voor ons. Een voorbeeld, een bron van inspiratie en vooral een houvast, een steun en hoop in bange dagen.

De engel noemde je ‘vol van genade’. Wij zouden misschien zeggen: “God had een oogje op jou”. Je werd een instrument in Zijn handen. En je antwoordde Hem met hart en ziel. Jouw leven is voor ons een uitdaging om je na te volgen. Ook wij mogen vol worden van genade, mensen die God heel nabij weten. We noemen je ‘sterre der zee’, omdat je voor ons een licht bent, een richtingwijzer, ook als het stormt in ons leven. We nemen dan soms de rozenkrans in onze handen, alsof we ons willen vasthouden aan jou.

Ja, dat is nog zo’n vraag: “wat is bidden voor jou?” Is dat luisteren naar de woorden van de Schrift? Of is het gewoon stil worden, zodat God in je aan het woord kan komen? Of is het met eigen woorden vertellen wat je bezighoudt: je vreugde en je verdriet. Bidden als vragen om een steuntje in de rug, om een toegestoken hand, zodat je niet valt. Soms ben ik jaloers op je. Je leefde volgens mij in zo’n diepe verbondenheid met God, dat je uitgegroeid bent tot een gelovige, sterke vrouw; voor ons een krachtig voorbeeld, alle eeuwen door.

Maria, heel vaak noemen we je een moeder. Je spreekt de zachte krachten in ons aan. Je zegt ons aan, dat machtige en trotse mensen aan het kortste eindje zullen trekken. En wij, kleine en gewone mensen, wij mogen schuilen onder jouw mantel. Je geeft warmte en hart aan ons geloven. Je bent een moeder van goede raad. Daarom gedenken we je hier vandaag, in deze kerk in het centrum van ons dorp. Dat zegt dat je een plaats mag hebben te midden van ons, midden in ons leven. En als we hier een kaarsje voor je branden: geef ons dan een beetje licht en leven asjeblieft.

Maria, ik ga deze brief eindigen. Ik heb geen enveloppe bij me. En PostNL heeft ook geen postzegels voor de hemel, maar ik vertrouw erop, dat je deze brief wel zult ontvangen. Hij is een groet van eenieder hier aan jou. We houden jouw voorbeeld in gedachten: dat we ons willen blijven inzetten voor het Rijk van God net zoals jij dat deed.

Ave Maria, Wees gegroet.

Wim Holterman osfs

Eigenwaarde

Enkele jaren geleden deed ik mee aan de Sallandse fietsvierdaagse. Tijdens een van de tochten rust ik even uit op een bankje.

Een vrouw komt mijn kant op lopen. Bij het bankje waar ik zit blijft ze stilstaan. Al snel zie ik dat het een dakloze en/of verslaafde is. Ze vraagt of ik een euro voor haar heb. Omdat ik in de periode, dat ik vrijwilligerswerk deed bij dak- en thuislozen in Nijmegen, geleerd heb nooit geld te geven, aarzel ik. Ik vraag de vrouw: ‘Waarvoor hebt u het geld nodig?’ Haar antwoord is verrassend: ‘Voor nieuwe make-up.’ Ik ben stomverbaasd en vraag haar: ‘Meent u dat nou?’ De vrouw knikt bevestigend en gaat naast mij zitten.

In een kleine tien minuten vertelt ze mij haar hele levensverhaal. Hoe ze opgegroeid is in een rijk gezin, dat ze misbruikt is door haar vader, het gymnasium met glans heeft doorlopen, maar dat het op de universiteit mis is gegaan. Ze kwam met verkeerde vrienden in aanraking, raakte met zichzelf in de knoop en kon haar studie niet aan. Steeds verder raakte ze in de problemen. Steeds meer drugs en drank had ze nodig om overeind te blijven. Thuis was ze niet meer welkom. Haar kamer in de stad kon ze niet meer betalen. Zo raakte ze dakloos; nu al weer bijna tien jaar geleden. ‘Er is nog weinig over van wie ik écht ben’, vertelt ze. ‘Het enige wat mij nog een beetje eigenwaarde geeft is dat ik me elke morgen een beetje mooi kan opmaken.’ De vrouw liet me een vuile plastic tas zien met allerlei make-up. Best veel voor mijn gevoel. Ze vertelde verder: ‘Elke maand, als het geld binnenkomt, maak ik het op aan drugs en drank. Maar een klein bedrag geef ik uit aan lippenstift of oogschaduw. Dat geeft me een goed gevoel. Deze maand is het er echter bij ingeschoten en heb ik niets voor mezelf kunnen kopen. Vandaar dat ik u om een euro vraag.’ Het valt even stil. Haar verhaal raakt mij. Ik ben er door ontroerd.

Als iets belangrijk is voor de mens, dan is het wel dat hij of zij eigenwaarde heeft, zo schiet het door me heen. In de Heilige Schrift horen we niet voor niets:

‘Heb uw naaste lief als uzelf’ (Marcus 12, 31). Wat gun ik het die vrouw, een beetje zelfrespect, een beetje kunnen houden van zichzelf.
Ik besluit haar niet één, maar twee euro te geven. Misschien kan ze dan toch ook deze maand nog wat nieuwe make-up kopen en draag ik zo een heel klein steentje bij aan haar eigenwaarde. Ik hoop het, maar of het werkelijk zo is, weet ik niet en zal ik ook nooit te weten komen. In ieder geval was het een bijzondere ontmoeting met een bijzonder mens. Het heeft zeker sporen nagelaten bij mij. Vaak denk ik in mijn gebed nog aan deze vrouw.

Astrid van Engeland

 

 

 

5e zondag van Pasen

5e Zondag van Pasen
Handelingen der Apostelen 14,21-27;
Johannes 13.31-33a.34-35.


EEN NIEUW GEBOD

Het gebod van de liefde
is niet alledaags, niet gewoon.
Het is een voortdurende uitdaging
tot radicaal leven.
Een woord, een gebaar:
ze kunnen wonderen doen.
We weten het.
Maar toch zwijgen we soms.
Het valt ons moeilijk
om daadwerkelijk te geloven.
Het is niet gemakkelijk
om uit ons eigen centrum te komen.
Een ander in het centrum
van onze aandacht en goedheid plaatsen:
het lijkt zo moeilijk.
En toch weten we ook,
dat de waarde van ons leven
wordt bepaald door ons geven en delen.
Niet wat we hebben is belangrijk,
maar wel wie we voor een ander zijn.
Jezus houdt ons een nieuw gebod voor.
Het nieuwe is misschien wel:
telkens met nieuwe ogen kijken
naar mensen en naar onze wereld;
telkens weer nieuwe creativiteit
ontwikkelen om goed te doen.
Liefde is nooit aftands, nooit uit de tijd.
Ze is altijd nieuw,
omdat ze altijd opnieuw gedaan moet worden.
Een nieuw gebod, een nieuwe uitdaging
om echt mens te worden.

Wim Holterman osfs