Archief voor categorie: Salesiaans Contact Archief

Salesiaans Contact mei 2024

Graag bieden we u weer een nieuw Salesiaans Contact aan. Hopelijk luidt dit nummer voor ons een nieuwe lente in. Het wil zijn als een hartelijke groet onzerzijds. We wensen u hierbij veel leesplezier. Hopelijk biedt het ook wat inspiratie op weg naar Pinksteren.
Namens de redactie groet ik u allen met een Salesiaanse groet,


Wim Holterman osfs

Bidden

In welk van de volgende uitspraken herkent u uzelf het meest: “Ik bid nooit” of “Ik bid soms, af en toe, geregeld” of “Ik bid altijd”? Om bij de eerste uitspraak te beginnen: “Ik bid nooit, of nooit meer”. Misschien zeg je wel dat je vroeger thuis bad en dat je ook (vaak) naar de kerk ging maar dat je er nu alleen maar komt als je moet, vanwege een uitvaart of iets anders waar je niet onderuit kunt. En thuis bidden, daar komt het ook niet meer van. Misschien ben je zo druk met alles wat je moet doen en ’s avonds plof je in bed en weg ben je. Ook maak ik mee dat mensen zeggen dat ze zo teleurgesteld zijn in hun gebed dat ze het maar opgegeven hebben. “Ik heb zo vaak gebeden dat mijn man/vrouw weer beter zou worden en ik heb zoveel kaarsjes opgestoken maar het heeft niets geholpen” hoor ik dan teleurgesteld zeggen. Voor mij is het afgelopen”.

Want zo verschillend als wij mensen zijn, zo verschillend is ook ons bidden.

Bidden is voor mij dat je met je hele hart voor God gaat staan; wie God dan ook voor je is en welke Naam je hem ook geven wil. Misschien is het woord God nietszeggend voor je geworden en weet je niet hoe je datgene of diegene moet aanspreken waar andere mensen “God” tegen zeggen. Misschien is het net een grote Leegte of misschien als een Licht of Warmte die soms in je komt. Misschien Iets waarvoor je huivert of wellicht iets waardoor je je gedragen voelt. God kan zich op zoveel manieren aan ons voordoen.

Bidden is voor mij: als je stil staat bij dat onuitsprekelijke in ons leven. En dat kan ook weer op zoveel manieren. Als je bijvoorbeeld heel dankbaar wordt en er spontaan een “Dank je wel” uit je hart komt. Maar je kunt ook vreselijk kwaad zijn en uitschreeuwen: “Ik wil niet meer leven, haal me maar op”. Het kan ook een kreet om hulp zijn als al het andere niet meer helpt en we zeggen: “Je kunt er alleen maar voor bidden”. Het kan zijn dat je het gevoel hebt dat je het tegen jezelf zegt of misschien wel dat je het de eindeloze verte van het heelal in stuurt.

Ik herken me vooral in wat onze patroon Franciscus van Sales over bidden zegt.

Franciscus van Sales plaatst het gebed in ons hart, ons verstand en onze ziel. Enerzijds zegt hij dat het gebed het water is dat leven geeft aan het hart en dat het hart de boom des levens is in de boomgaard van de mens. En hij maakt gebruik van hetzelfde beeld als hij in de Inleiding op het devote leven schrijft: “Het gebed opent ons verstand door de klaarheid van het goddelijke licht en onze wil voor de gloed van de liefde van God. Het gebed is een gezegende bron die de planten van onze goede voornemens besproeit, wasdom en bloei geeft.”

Die levende relatie, deze verbondenheid, het spreken met God -zoals een mens spreekt met zijn vriend of vriendin – heeft ook Jezus van Nazareth niet voor zichzelf gehouden, maar hij heeft erover verteld telkens weer opnieuw. Hij heeft er vanuit gehandeld en zich met hart en ziel aan mensen verbonden, zoals hij zich met hart en ziel verbonden voelde met God. Zo werd hij in zijn tijd een veilige gids voor mensen, iemand aan wie je je over kon geven, een mens bij wie je je thuis kon voelen. Niet voor niets zijn mensen hem “de weg” gaan noemen, “de waarheid”, “het woord van God”.

In zijn brieven probeert Franciscus vooral een antwoord te geven op de vraag die ook de leerlingen van Jezus aan hem stelden: “Heer, leer ons bidden” (Lucas 11,1). Franciscus van Sales geeft geen enkele keer als hij die vraag krijgt een standaardantwoord, in de brieven tracht hij steeds een persoonlijk antwoord te formuleren. Want zo zegt hij ieder mens is verschillend, dat is heel belangrijk om voor ogen te houden. Zelfs in de Inleiding tot het devote leven, en dit werk wordt vaak gezien als een handboek voor het spirituele leven, geeft hij niet louter algemene aanbevelingen. De weg van het devote of spirituele leven is een individuele weg, iedereen moet zijn eigen weg vinden. Franciscus van Sales is hierover heel duidelijk: “U wilt dat ik u iets over het gebed vertel. Velen vergissen zich enorm, ze geloven dat ze methodes en technieken zich eigen moeten maken´´

Franciscus van Sales breekt een lans voor het levensgebed. Het levensgebed wordt door hem heel eenvoudig omschreven: “Alle handelingen van degenen die met ontzag voor God en volgens zijn geboden leven, zijn voortdurend in gebed. Dit wordt levensgebed genoemd´´
Als er iemand van wie je houdt erg ziek is, ben je daar de hele dag mee bezig en je wilt zo graag dat hij of zij weer beter wordt. Of je bent verliefd geworden. Dan denk je ook de hele dag daar aan en je verlangt naar je geliefde. En zo kan het ook zijn met onze God. Je bespeurt achter de dingen die je meemaakt iets wonderlijks en dat houdt je bezig. En je verlangt er naar dat dit wonderlijke steeds dichter bij je zal komen. Als ik nu in de natuur loop met al dat tere groen dat opengaat, dan gaat in mij dat verlangen open naar het Leven dat zich in mij ontplooien mag. Ik hoor dan ook van veel mensen dat de natuur hen veel zegt.
Bidden is dan: in je dagelijkse leven met God bezig zijn. En dat kan ook in de drukte en de stress in een flits door je heengaan. Ik denk dat in onze tijd veel mensen op deze manier onophoudelijk bidden. En dan kan van daaruit ook de behoefte groeien om daar woorden aan te geven, een lied over te zingen of in stilte er tijd voor te nemen om dat Wonderlijke in je toe te laten

Ziekte en tegenslagen kunnen je het idee geven dat je niets meer voelt van het Wonder van het leven en dat God ver weg is. Maar ook kun je op de bodem van je hart God opnieuw ontmoeten, heel puur en uitgezuiverd. Tot slot zegt Franciscus: “Doe je gebed goed; leg je hart in de handen van God; laat je ziel rusten in zijn goedheid en vertrouw je zorgen toe aan zijn bescherming. […] Doe goed wat je kunt en laat de rest aan God over, hij zal vroeg of laat doen wat nodig is”

Dat wens ik je dan ook toe als ook jouw leven getekend is door leed en eenzaamheid. Dat je dan het pure verlangen in je mag voelen en daaruit sterkte mag putten.


Kees Jongeneelen osfs

 

MEIMAAND – MARIAMAAND

In Eerde – onder de rook van Veghel – is 26 jaar geleden een Mariakapel gebouwd. Een kapel die zomaar opduikt ‘op de Kuilen’ in het landschap van het buitengebied. Elk jaar op Moederdag is er bij die kapel een Eucharistieviering in de openlucht waarbij steeds heel veel mensen aanwezig zijn. Bij gelegenheid van het 25-jarig bestaan heb ik vorig jaar onderstaande tekst geschreven die ik graag met u wil delen.

MARIA OP DE KUILEN

Een stille landweg, een kleine kapel.
Een klein monument van gelovig vertrouwen.
Een ereplaats voor Maria,
een bidplek voor mensen uit d’Eerd.
Hier gaat de hemel open,
worden gebeden gehoord,
die klinken uit de diepte van mensenharten.
Een ‘Weesgegroet’, gezegd in stilte,
stijgt omhoog en komt aan.
Diepe verlangens, verpakt
in kleine of stille woordjes,
vinden hier een veilige plek.
Bij het vertrouwde beeld van Maria
weet je: ik mag zijn zoals ik ben:
met mijn dank en ook met mijn pijn.
Er is een onzichtbaar luisterend oor.
Hier vind je kracht naar kruis,
de nodige steun in de rug.
Een kleine kapel als een tussenstop
om weer verder te kunnen in het leven.
Je brandt hier een lichtje
als een gebed dat blijft doorgaan.
De vele kaarsjes geven nieuwe energie.
Ze verwarmen je leven,
je voelt je weer gedragen.
Deze kapel is als een asielplaats,
als je even niet weet waar het te zoeken.
Ze is rustgevend, geeft houvast
als je moeite hebt je staande te houden.
Maria spreidt hier haar mantel
waaronder wie dat wil mag schuilen.
Je mag hier binnen zonder afspraak.
Zij is er, zij heeft hier een thuis
waar je altijd welkom bent
al meer dan vijfentwintig jaar.

Wim Holterman osfs

Salesiaans Contact maart 2024

Op weg naar Pasen bieden we u weer een nieuw Salesiaans Contact met wat artikelen die u hopelijk tot nadenken stemmen. In mijn ogen zijn ze een overdenking waard, maar ook mogen ze uitnodigen tot een glimlach van herkenning. Ik wens u namens onze redactie veel leesplezier toe.

 RIJKDOM

Het is krokusvakantie en ik ben een dagje op stap met mijn kleindochter. Zij mocht kiezen waar ze heen wilde en het is een overdekt pretpark geworden waar figuren als Wickie de Viking, Maja de Bij, Mega Mindy en K3 ons rondleiden langs o.a. een superglijbaan, vliegende fietsen, een draaiend schip en nog vele  andere tot de verbeelding sprekende attracties. Nu ben ik beslist geen liefhebber van al dat gedraai en heen-en–weer-geslinger, maar vandaag kan ik er niet onderuit. Ook al is Eleanor inmiddels groot genoeg om zonder begeleiding toegang tot al dat vertier te krijgen, met z’n tweeën vindt ze het gewoon veel leuker. En dus zit ik met kloppend hart naast haar in het karretje van de achtbaan, mij voornemend om vooral te proberen mijn angst los te laten tijdens die duizelingwekkende rit die mij ongetwijfeld te wachten staat. De beugel gaat naar beneden, er klinkt een belletje, mijn kleindochter knijpt even in mijn hand (wie begeleidt nu wie?) en daar gaan we………….eerst heel langzaam omhoog een pikdonkere ruimte in en dan in vliegende vaart naar beneden, naar rechts, naar links, weer naar rechts. Met mijn ogen inmiddels stijf dicht dreig ik toch even in paniek te raken, maar dan ineens denk ik aan mijn voornemen. En zowaar, het lukt! Voor het eerst kan ik genieten van een rit als deze. Meegaan in de flow zoals dat heet, waarbij ik zelfs om mij heen durf te kijken. Wat een overwinning!

Vervolgens toch wel wat onvast op mijn benen naar een volgende uitdaging. Dat wordt de zweefmolen. Een gigantisch ding, dat niet alleen rond draait maar ook nog eens schuin omhoog beweegt. Terwijl mijn kleindochter vrolijk in een  stoeltje klimt, neem ik toch weer plaats met een knoop in mijn maag. Zal het me lukken om ook hier ontspannen in mee te gaan? Het eerste rondje gaat heel rustig maar dan komt de vaart er in en voor ik het weet suizen we in het rond.  “Lieve hemel……” Dan hoor ik naast mij ineens: “Oma, ik vlieg” en ik zie hoe zij haar armen uitstrekt en vliegbewegingen maakt. Op dat moment is het, alsof al mijn angst uit mijn lijf geslingerd wordt en voel ook ik mij als een vogel, frank en vrij, geheel omgeven en gedragen door de lucht, die mij als het ware opneemt. Ik kom los, los van het denken, los van de aarde, van de wereld om mij heen, los van het alledaagse. Ik ga  op in iets, wat ik eigenlijk niet benoemen kan. Het voelt als een soort van meditatie. Dan ineens is het voorbij. De zweefmolen komt weer tot stilstand.

Nogal onder de indruk van wat mij is overkomen val ik neer op een bankje en terwijl mijn “begeleidster” voor de tweede keer rond suist gaan mijn gedachten naar onze vorige kringbijeenkomst, waarin we ons aan de hand van de derde bijdrage van Wim Collin (Salesiaan v. Don Bosco)verdiepten in de aanwijzingen van Franciscus van Sales voor meditatie in het dagelijks leven. Ook al zal Franciscus nooit in attracties als deze hebben gezeten, de “achtbaan en de mallemolen van het leven” heeft ook hij wel degelijk aan den lijve ondervonden. Toch wist Hij gaandeweg onder alle omstandigheden de kalmte te bewaren en wist Hij het kompas van zijn hart altijd op God gericht te houden. De meditaties, waarover Hij schrijft in de “Inleiding” en die Hij ook ons van harte aanbeveelt, zullen hem daarbij beslist enorm geholpen hebben. Voor mij blijft mediteren echter toch lastig. Tegen de aanbevelingen van Franciscus in is het voor mij dan ook geen dagelijkse kost, daar ik maar moeilijk mijn “denken” uit kan schakelen omdat er elke dag opnieuw weer zoveel gebeurt of staat te gebeuren wat vanaf het ontwaken vrijwel meteen mijn aandacht opslurpt. Maar soms, heel soms lukt het, weet ik mijn gedachtenpatroon op pauze te zetten. Bijvoorbeeld als ik in alle vroegte mij laat raken door de stilte, de uitgestrektheid en de schoonheid van onze Eemnesser polder. Of, zoals nu dus, totaal onverwacht, in die zweefmolen. Franciscus zegt in al zijn geschriften dat God altijd om ons heen is, overal, in elke situatie. Dus niet alleen in de stilte, maar ook, misschien wel juist als onze wereld op zijn kop staat. Als alles om ons heen is verworden tot chaos en woestenij, juist dan is Hij er! In die zweefmolen mocht ik het even, heel even ervaren!

Oma, kom je?” klinkt het dan. Nog een beetje zweverig in mijn hoofd word ik weer opgenomen in het rumoer en de gezellige drukte om mij heen. En wat voel ik mij rijk!


Wil Vos – Post              

HET GOEDE DOEN

Soms trek je er met elkaar even op uit. Dat doet een mens goed. We wilden Marus en Igna de Koloniën van Weldadigheid in Frederiksoord (Drenthe) laten zien. Wij waren er al eens geweest; ook toen we er de tweede keer waren werd ik -zodra ik de eerste ruimte binnen kwam- meteen weer geraakt door wat goede mensen willen doen om anderen te helpen. In dit geval de armoede te boven helpen komen die in de 19e eeuw in de grote steden alleen maar toe nam. Wat kunnen mensen ons toch inspireren.

 Louis Brisson is voor ons allemaal een voorbeeld van een mens, een Franse priester die in staat was om het goede te doen in zijn tijd (1817-1908). En ook iemand die dat bleef volhouden ondanks alle tegenslagen. Hij groeide op in roerige tijden; de opstanden onder Karel X (1757-1836), zijn moeilijkheden en twijfel op het seminarie ,de houding van de Franse overheid naar de kerk toe (1900; opheffing van de congregaties), de industriële revolutie . We kennen allemaal zijn geschiedenis zoals opgetekend door Dirk Koster in zijn boek “Louis Brisson” (2007). We weten dan ook dat hij zich inzette voor het onderwijs aan jongens, de begeleiding en opvang van meisjes die in de fabrieken onder barre omstandigheden werkten en het weeshuis (1878).

Een tijdgenoot van hem was de Belgische priester Adolf Daens (1839-1907). Hij kwam uit een arbeiders- en klein middenstandsgezin. Zijn vader was leidekker, zijn moeder mutsenmaakster en winkelier. Ook Daens ondervond tegenstand in de kerk, bij de Jezuïeten, en werd uiteindelijk seculier priester. Hij ging terug naar Aalst waar zijn broer woonde, en werd getroffen door het lot van de arbeiders. Velen kwamen van het platteland. Misten de oude structuren. Er was een overaanbod aan arbeiders. Zeer lage lonen en dus grote armoede. Daens werd daardoor niet alleen priester van waaruit hij zijn werk verrichtte, maar ook politicus. Hij probeerde het goede te doen. Hij was de grondlegger van het Daenisme. Een christendemocratische beweging .(1893 Christene Volkspartij) Daens was geïnspireerd door de encycliek “Rerum Novarum” In 1894 werd Daens lijsttrekker van de partij.

Niet alleen priesters zetten zich in tegen de armoede in de steden. Ook anderen bedachten projecten om arbeiders uit hun armoede te halen. Zoals Jean Baptiste Godin, zoon van een metaalbewerker, zelf een fabrikant van haarden en fornuizen, in Guise in Frankrijk met zijn Familistère. Ook hij was geraakt door de werkomstandigheden van de arbeiders. Hij zorgde voor woonruimte, scholing, winkels en recreatie.

En ook hier in Nederland zijn mensen die geraakt worden door de noden van anderen. Dan denk ik aan Johannes van den Bosch die de Maatschappij van Weldadigheid oprichtte. Johannes was een hoge militair en staatsman, die ook gouverneur-generaal was in Nederlands Indië. Tijdens een van zijn verblijven in Nederland was hij enorm geschrokken van de grote armoede en achteruitgang in de grote steden. Beïnvloed door het verlichtingsdenken gaat hij er van uit dat met gezond verstand alles op te lossen valt. Hij gelooft in de maakbaarheid van de mens en het landschap. Ook hij wilde het goede doen. Hij maakt en berekent plannen. Hij richt een vereniging op waarvan de leden een contributie betalen en koopt vanaf 1818 grond waar hij de Koloniën van Weldadigheid sticht. Frederiksoord was de eerste kolonie, bedoeld als proefproject. De kolonie werd vernoemd naar Prins Frederik, de zoon van Koning Willem I. Zijn broer Benjamin werd de eerste directeur van 1818 tot 1821.

Om het doel te halen werden gezinnen uitgekozen met minimaal twee kinderen in de leeftijd van 10 en 12 jaar. Zij kregen een stukje grond om zelf te bewerken met een keurig huisje en spullen. De mannen en jongens werkten vooral op het land. Naast het huishouden zorgden de vrouwen ook voor inkomsten door te spinnen en te weven. Men verdiende stukloon, hiermee betaalde men , zo mogelijk, in 16 jaar, de schuld van huis, grond en spullen af. Niet iedereen bleek geschikt voor het boerenvak. Indien mogelijk konden zij bij voldoende vaardigheid werken als schoenlapper of in de bouw etc.

 Ook Johannes kreeg net als Brisson en Daens te maken met tegenvallers. Johannes had gehoopt dat de grond met eigen mest voldoende vruchtbaar zou worden en de opbrengsten van grond en handel voldoende om alle kosten te dekken. Het ledental van de vereniging nam niet meer toe, dus de inkomsten uit giften stagneerden. Er was extra personeel nodig om alles in goede banen te leiden. Er waren extra onkosten door zieken en gebrekkigen, die men niet in de steek wilde laten. Johannes kreeg een geheime subsidie van Koning Willem I. Dat dreigde te stoppen, maar na een bezoek van leden van het parlement aan de koloniën werd de subsidie hervat.

Daar waren voor de arbeiders en hun gezinnen goede voorzieningen. Kinderen gingen van hun 6 tot 12 jaar naar school. Daarna was er avondschool, om en om voor jongens en meisjes. Ook werd er een tuinbouwschool opgericht voor goede leerlingen. Er was een ziekenfonds, verplicht, bijdrage 1 cent per gezinslid per week. De ouderenzorg was gedeeltelijk geregeld. Indien mogelijk woonden de ouderen bij hun kinderen. Vanaf 1893 ontstaat Rustoord en in 1904 een groter bejaardenhuis. Dat alles dus ver voor onze sociale wetgeving.

Het goede doen blijkt niet echt eenvoudig te zijn. Tegenslagen komen op hun pad, zoals ook wij tegenslagen tegen komen. Geïnspireerd zijn al deze mensen wel, vanuit gelovige of menselijke betrokkenheid. Vanuit hun idee en tijd proberen zij bij te dragen aan de bestrijding van de armoede, een leefbare omgeving te maken, ontwikkeling van mensen te bevorderen. Ook wij laten ons inspireren door de spiritualiteit en Gods humanisme, ons voorgedaan door Franciscus van Sales. Ook op onze al wat oudere leeftijd, kunnen we “bloeien waar we zijn geplant”.


Wies de Groot

“GEZIEN UW LEEFTIJD”    

Een regenachtige middag, ja die waren er genoeg de laatste tijd, dus tijd om toch maar weer eens na te kijken wat er weg mag of kan.

“Gezien uw leeftijd”  zeggen artsen wel eens als je hen bezoekt voor ‘n gezondheidsprobleempje.

Even aan wennen denk ik dan, maar het zal zo in hun opleiding geschreven staan.

Maar… gezien mijn leeftijd is het ook wél verstandig om eens opruiming te houden.

Eerst die dozen maar eens, ze staan er al zo lang.

Als ik ze openmaak zie ik schriften, schrijfsels en brieven. Ik begin toch eerst maar eens te lezen voor ik alles weg doe. De brieven zijn van vrienden  en familie die reeds lang geleden zijn overleden. Lieve mensen waren dat. Mooie herinneringen aan hen. Bewaren? Nee, het was mooi,
maar de gedachtenis hieraan kun je  tenslotte ook wel in je hart bewaren.

Schriften, nog van cursussen en opleidingen, mogen ook weg, het belangrijkste weet ik nog wel. De rest is niet nodig om te onthouden.

Maar dan ik vind hierin ook brieven die anders waren.

Op bijeenkomsten: “Je levensverhaal schrijven” was er een opdracht: Schrijf eens een brief aan je vader, ja, ook al is deze reeds lang overleden, vertel hem eens over alles waar je  vroeger niet over praatte met hem.

Mooie maar zeker geen gemakkelijke opdracht, het is een open brief geworden.

De volgende opdracht was: Schrijf eens een brief aan jezelf, aan het kind dat je was op twaalfjarige leeftijd; wat zou je zeggen tegen haar, met de wijsheid die je nu hebt.

Dat gaf een goed gevoel, nou ja, toen de brief  klaar was tenslotte.

Prachtig zijn brieven, dat wel, zeker als ik nu   ook denk aan al die brieven van Franciscus van Sales, hoe ontzettend goed was hij daarin  en wijs! Om steeds weer te herlezen en nieuwe levenswijsheden in te ontdekken.  Bewaren dus!!

In de map zit ook nog een brief van God aan ons, naar Psalm 139. Mag blijven.

De regen was intussen opgehouden en de middag ten einde voor ik er erg     in had.

Gezien mijn leeftijd: tijd voor een wandeling!


 Annie van Heerebeek  

 

 

Salesiaans contact januari 2024

C O N T A C T     J A N U A R I    2 0 2 4

EEN NIEUWJAARSWENS

Leven wens ik jou toe:
jij die aan het begin van je leven staat,
een leven dat toekomst en ruimte schenkt.
Ik gun jou een leven van vrede en wijsheid:
dat je een geschenk mag zijn voor velen.

Leven wens ik jou toe:
jij die leeft en werkt voor je gezin,
een leven van geven van het beste in jou.
Ik gun jou blijdschap en vreugde,
maar ook kracht en uithoudingsvermogen:
dat je een geschenk mag zijn voor wie jou lief zijn.

Leven wens ik jou toe:
jij die terugkijkt op je voorbije leven:
dat je een dankbaar mens bent,
genietend van je gezin, van je werk.

Leven wens ik jou toe:
jij die ernstig ziek bent of levensmoe:
dat je hartelijke mensen om je heen vindt,
mensen die van je houden, die je niet in de steek laten.
dat de God van Leven en Liefde je blijft omringen.

Een zalig en gelukkig Nieuwjaar!

Wim Holterman

                                               

 

Wie gaat, blijft. En wie blijft, gaat. In je geest en met je liefde ga je immers met de ander mee, iets van jezelf gaat mee. Maar van die ander blijft ook iets hier: haar liefde. Zo ben je veel meer één hart en één lichaam dan je denkt.

                                                                         Franciscus van Sales

En dan ineens, ben je met pensioen. Iets waar ik toch best al even mee bezig ben geweest, maar dan toch is die laatste werkdag er. Ruim 26 jaar ben ik bij deze werkgever in dienst geweest. Een droombaan: begonnen met een uur of 3 per week, dat langzaamaan uitgebouwd naar bijna 20 uur en daarna weer rustig aan terug naar ca. 10 uur per week; werktijden naar eigen inzicht in te delen. Als het werk maar gedaan werd.

Ik deed de administratie van een hoveniersbedrijf en beplantingshandel; urenregistratie, facturen, offertes uitwerken, debiteuren, crediteuren, bankzaken en personeelszaken. Het was altijd erg afwisselend.

Mijn werkgever kende ik al heel lang voor ik bij hem in dienst kwam, hij is een neef van Cees, mijn man, en wij hadden al regelmatig contact met hem.

Vooral in de beginjaren met de kinderen nog thuis was die flexibiliteit heerlijk. In principe had ik wel vaste werkdagen, anders blijf je dingen vooruitschuiven, maar indien nodig kon ik makkelijk wisselen.

Het was een leuke baan waar ik veel collega’s heb zien komen en gaan, degenen die gingen zijn bijna allemaal zelfstandig hovenier geworden, die dan weer bij de beplantingshandel hun planten en bomen kwamen halen. Het was niet alleen het werk wat voldoening gaf maar ook de jaarlijkse uitstapjes, weekendjes weg naar de Ardennen en de laatste jaren naar Duitsland, BBQ en etentjes rond kerst het was allemaal erg gezellig.

Met een aantal oud collega’s spreken we regelmatig af om iets te eten of te drinken en weer even lekker bij te kletsen, dat zijn vrienden geworden.

Het jaar 2022 heb ik een papieren agenda bijgehouden met alles wat ik deed omdat je veel dingen op de automatische piloot doet en aan de hand daarvan heb ik een draaiboek gemaakt.

Er moest een opvolger gezocht worden, maar die liggen niet voor het oprapen. De oplossing kwam uit onverwachte hoek, een vrouwelijke collega, die op de kwekerij werkte, wilde eigenlijk minder lichamelijk zwaar werk gaan doen en wilde de administratie wel gaan proberen.

In maart 2023 zijn we begonnen en heeft ze langzamerhand steeds meer taken van mij overgenomen.

Mijn pensioendatum was eigenlijk 22-11 maar op verzoek heb ik het jaar uit gewerkt.  Ik heb ook moeten beloven dat ik af en toe nog eens langskom ,niet alleen om te helpen met administratieve vragen maar ook bij de vrijmibo. (vrijdagmiddagborrel)

Na de feestdagen is dan nu echt mijn gepensioneerde leven begonnen, en ik maak me geen zorgen dat ik in een gat zal vallen, ik heb genoeg om handen en wie weet komt de stapel boeken die klaar liggen om te lezen nu ook eens aan de beurt.

Loes Wiggerts

 

EEN BEMOEDIGING VAN FRANCISCUS VAN SALES EN JEANNE DE CHANTAL AAN HET BEGIN VAN HET NIEUWE JAAR                                                

 

 

Ik zal blij zijn als 2023 voorbij is, verzuchtte iemand, voor wie het blijk­baar niet zo’n goed jaar is geweest. En de laatste weken hoorde je van alle kanten sombere geluiden, oorlog overal, allerlei rampen, wat staat ons te wachten, we zijn er weer met onze neus opgedrukt, de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan, de gebrokenheid van onze wereld. En misschien hebben we dat ook wel heel dichtbij ervaren in ons eigen leven, teleurstelling, ziekte, pijn en verdriet, om een verbroken relatie, een vriendschap die stuk liep, de onmacht om dingen te veranderen. Dat alles laat pijnlijke sporen in je achter en de littekens draag je ervan mee.
Ik hoop dat het niet enkel angst is, die we meegenomen hebben of onzekerheid en pessimisme. Ik hoop dat we ook gedacht hebben aan dankbaarheid, geduld, doorzettingsvermogen, hoop en vertrouwen. Ik hoop in het nieuwe jaar op mensen die bergen verzetten, die door blijven gaan, ja zelfs tegen de verdrukking in, want ik onderschrijf wat iemand me deze dagen schreef als kerst en nieuwjaarswens: “wie gelooft kan bergen verzetten en zo iemand zal zich verzetten tegen bergen onrecht.”

Franciscus van Sales heeft voor ons een boodschap van vertrouwen, niet alleen op God, maar ook op het goede in de mens. Het positieve bena­deren ook al zijn er veel negatieve kanten.

De druppel honing doet meer dan het vat azijn. De mens die aan zichzelf twijfelt en het niet meer ziet zitten, kan van hem horen, dat hij bij God nooit afgeschreven is, dat hij honderd procent de moeite waard is, dat hij er mag zijn; een door God beminde mens.

Franciscus huldigt meer het principe: verbeter de wereld, begin met jezelf.

En Hij spreekt over een positieve houding tegenover jezelf, als mens tegenover mens, gefundeerd op een diep Godsvertrouwen. En hieruit vloeit voort hoe hij een lans breekt voor:” geduld, zachtmoedig­heid en vertrouwen”. Deze drie horen samen en Hij richt zich dan tot die mensen, die van goede wil zijn, maar zo vaak in de omgang teleurgesteld raken, omdat ze geen resultaten op korte termijn zien.

Franciscus waarschuwt in dit verband voor moedeloosheid en benadrukt juist geduld, zachtmoedigheid en vertrouwen, en hij heeft dan ongetwij­feld de bijbelse beeldspraak van de zaaier uit het Evangelie voor ogen.

Wij planten maar de Heer geeft wasdom; Wij mensen, wij zijn partners in het scheppingswerk van God, instrumenten voor zijn heilsplan met deze wereld. De een zaait en de ander maait en daar kan wel een generatie tussen liggen.

Ook Jeanne de Chantal bemoedigde haar zusters op de laatste zaterdag in december 1529 met de volgende woorden:

“De tijd gaat voorbij, de jaren komen en gaan en wij komen en gaan met hen mee. Toch moeten we een sterk en absoluut voornemen maken dat, als onze Heer wil dat we van dit komende jaar mogen genieten, we dit nieuwe jaar beter zullen gebruiken dan de jaren die eraan vooraf zijn gegaan.

Laten we met een nieuwe en levendige lente in onze pas lopen in dienst van God en van elkaar. Laten we ons opnieuw inspannen om te groeien in onze volmaaktheid. Laten we grote moed vatten om serieus te werken en onszelf te beheersen, en om onszelf te zuiveren van die dingen die ons verhinderen om meer te zijn van wie God ons roept te zijn. Het is gemakkelijk om aan een nieuw jaar te beginnen: het is niet zo gemakkelijk om het tot een goed einde te brengen. Het is niet zo gemakkelijk om onze handen te leggen op het werk dat God van ons verwacht gedurende elke dag van dit nieuwe jaar. Als we het jaar beginnen zonder plannen te maken om ons werk te doen, lopen we het risico dat we weer een jaar voorbij laten glijden zonder dat het iets oplevert voor ons leven. Laat dit niet met je gebeuren; overweeg liever hoe goed je gebruik maakt van elk moment dat God je geeft. We worden ouder en komen elke dag dichter bij de dood. Onze dagen, maanden en jaren gaan voorbij en komen uiteindelijk tot een einde. Hoe moeten we op deze realiteit reageren?  Door al het goede te doen en te hopen op de Heer! Laten we onze staat en levensfase zo goed mogelijk omarmen. Laten we de tijd die God ons geeft met grote zorgvuldigheid gebruiken. Hoewel we uiteindelijk moeten vertrouwen op Gods barmhartigheid, laten we tegelijkertijd onthouden dat we zoveel mogelijk goed moeten doen in de tijd die God ons nu geeft. Laten we dus een nieuw jaar beginnen in de naam van onze Heer. Laten we het beste doen wat we kunnen met het weinige dat we hebben. Terwijl God alleen wil wat we kunnen doen, verwacht God duidelijk van ons dat we doen wat we kunnen. Laten we daarom voorzichtig zijn om te geven wat – in rechtvaardigheid – verschuldigd is aan God en aan elkaar. Laten we doen wat goed is en onze hoop en vertrouwen stellen op Gods oneindige barmhartigheid”.

Laten we in dat geloof en vertrouwen elkaar vasthouden en bemoedigen in het nieuwe jaar.

 

Kees Jongeneelen osfs

 

24 januari is de feestdag van Franciscus van Sales.

Samen vieren we dit met onze Salesiaanse Familie op zaterdag 27 januari in Eemnes.

 

 

 

 

 

Salesiaans contact december 2023

Zalig Kerstmis

Met welk gevoel ga je dit jaar het Kerstfeest tegemoet? Misschien is het licht in je hart en kijk je met een blij en dankbaar gevoel uit naar de feestdagen aan het eind van 2023. Maar het kan ook zijn dat het donker is in je binnenste en dat je tegen Kerstmis opziet als tegen een berg. Zoals iemand zei: Ik wou dat de feestdagen maar vast voorbij waren. Ik zal blij zijn als het januari is”.
Maar het kan ook zijn dat je van beiden iets hebt: Dat het licht en het donker zich in jou afwisselen, dat er een eindeloos verlangen naar geluk uit je diepste naar boven komt en dan weer angst en eenzaamheid je overvallen.

Het is net alsof we met Kerstmis veel intenser voelen wat er in ons is. De goedheid en de liefde van onze medemensen raken ons dieper maar ook het gemis van mensen, de pijn van ziekte en tegenslag of de herinnering aan mensen die van ons heengingen. Het licht en het donker raken ons meer dan anders. Wellicht dat ook de verwarring in ons land en de vreselijke dingen die op onze aarde gebeuren je hart donker maken.

Het licht is een wonderlijk geschenk. Niet alleen het licht van de zon en de maan of van een kaars of de lichtjes in de kerstboom. Maar nog meer het licht in onszelf. Het licht laat ons iets ervaren van een andere wereld die dwars door ons leven heen schijnt. Licht dat ons uitzicht geeft, licht dat onze angst wegneemt, licht dat ons de weg wijst, licht dat ons doet leven ondanks alle donkerte en dood. Licht ook zo kwetsbaar en vluchtig. Geen wonder dat we in deze donkere tijd van het jaar overal lichtjes aansteken. “Laat het licht maar toe in je hart”, zeggen ze ons. Dat licht kunnen we bij elkaar oproepen als we elkaar met liefde en goedheid tegemoet treden. Als we zelf een levend licht worden in onze wereld. Als we elkaar met begrip en warmte omringen, heel dichtbij van mens tot mens. En er dan op vertrouwen dat dit licht ook door mag schijnen naar alle mensen wereldwijd.

In het kerstverhaal lezen we: “De herders werden omgeven door het stralende licht van God”. Dat dit ook met jou en met al onze medemensen mag gebeuren.

Dat wens ik je van harte toe, vooral als het donker is in je hart door ziekte, verdriet, angst of pijn. Dat het licht jou mag aanraken en strelen en je vrede mag schenken.

Namens mijn medebroeders wens ik u allen van harte  een Zalig Kerstfeest en een goed Nieuwjaar.

Geloof in het leven,

Hoop op de toekomst

Liefde die donkere dagen verlicht

……als een ster in de nacht                            

Kees Jongeneelen osfs 

 INNERLIJKE RUST

 “Al gaat de hele wereld rondom je op zijn kop staan, dan moet jij nog een punt van onveranderlijke rust blijven, …………………

Aldus het eerste gedeelte van een uitspraak van Franciscus van Sales.  (de Inleiding, deel 4, hfdst. 13). Ik heb hier nogal eens moeite mee. Te vaak, te snel laat ik me beïnvloeden door dingen, die van buiten op mij afkomen met soms grote innerlijke onrust tot gevolg. Maar vandaag even niet! Op deze winterse decembermorgen zit ik heerlijk warm bij mijn houtkachel, waarin een prachtig vlammenspel zichtbaar is. Op het tafeltje naast mij een brandende kaars en een boek uit de bibliotheek. Dit keer “Sonny Boy”, geschreven door Annejet van der Zijl. En het bijzondere hieraan is, dat het nu eens niet geleend is, maar gekregen. Zomaar een cadeautje van de leeszaal, bedoeld om het lezen te bevorderen. Maar niet alleen dat. Aan het geschenk is ook een opdracht verbonden: het boek ter sprake brengen bij mensen om je heen. Nou, daartoe ben ik gaarne bereid, maar dan zal ik het toch eerst gelezen moeten hebben. Vandaar dat ik mij op deze maandagochtend in mijn stoel genesteld heb. Terwijl ik het boek ter hand neem, gaat mijn blik nog even naar het vuur in de kachel en blijft daar hangen.

“lezen en vervolgens met anderen daarover het gesprek aangaan”

hoor ik in gedachten de medewerkster van de bibliotheek weer zeggen.

Een leuke uitdaging, maar niet nieuw! Want dat doen we immers al jarenlang binnen onze kringen met de teksten van Franciscus van Sales.  Teksten die hij schreef met zijn ganzenveer bij het schamele licht van een brandende kaars, terwijl een vuur in de open haard de kou probeerde te verdrijven. Hoe vaak zal Frans, evenals ik nu, zich ook niet gekoesterd hebben in die warmte. Vuur, ontstaan uit slechts één vonk. Vuur, dat allesvernietigend kan zijn, maar dat ook warmte, licht en inspiratie geeft. Van het vuur in de kachel gaat mijn blik naar mijn brandende kaars, ook ontstoken met één vonk. Ook die kaars verspreidt licht en warmte, maar wel op een geheel andere wijze. De kachel heeft een prominente plaats in mijn kamer, de positie van de kaars is veel bescheidener. Maar waar de warmte van de kachel slechts een beperkte ruimte vult, reiken het licht en de warmte van de kaars veel verder! Die  kachel mag dan mijn huis verwarmen, die kaars verwarmt mijn hart. En niet alleen dat van mij!

Deze kaars heb ik ontstoken met de bede, dat ze ook wat licht, warmte en  hoop zal brengen in de harten van de mensen die dat zo goed kunnen gebruiken. Bij het aansteken van de kachel is zo’n bede nog nooit bij mij opgekomen. Waarom dan wel bij een kaars? Wat is dat “geheim”?

Het is Wim Collin, Salesiaan van Don Bosco, die voor mij een tipje van de sluier rond dat “geheim” heeft opgelicht. Binnen onze kring lezen wij momenteel zijn bijdragen over Franciscus van Sales die hij schreef rond het dubbeljubileum van Franciscus en Jeanne de Chantal (2022). In zijn tweede bijdrage schrijft Wim over het goddelijke en het menselijke in de spiritualiteit van Franciscus en zegt hij o.a. dat volgens Franciscus de mens niet compleet is, als er in hem of haar geen eenheid is tussen geest en lichaam. Volgens Wim wist Frans dat uit te leggen aan de hand van een kaars, waarvan de lont en de was noodzakelijkerwijs met elkaar in verbinding moeten staan. Zo zou Frans in een preek op het feest van Lichtmis het volgende gezegd hebben:

“De aard van de lont is edel, omdat de lont wordt gemaakt van katoen en katoen groeit in bomen en bomen staan dichter bij de hemel en dus dichter bij God. De was, daarentegen, geproduceerd door bijen komt van bloemen. Bloemen staan dicht bij de aarde en daarom is de was minder nobel.

Nu gebied de eerlijkheid mij te zeggen, dat ik mijn wenkbrauwen fronste bij zijn uitspraak betr. de katoen, die in bomen zou groeien…..Echter, na enig speurwerk ontdekte ik dat er inderdaad katoenbomen zijn………Ook hier sprak Frans dus vanuit gedegen kennis…….

Door de ogen van Franciscus naar mijn kaars kijkend, begin ik er misschien iets van te begrijpen. Via de edele lont, die de was doet smelten, worden onze aardse menselijke noden als het ware opgezogen en via het licht van de vlam bij God gebracht. Wat een prachtig beeld! Net zoiets als wierook, waarmee onze gebeden opstijgen. Een simpele kaars kan ons dus dichter bij God brengen. Dat brengt mij bij het tweede deel van de  uitspraak waarmee ik dit verhaal begon:

…………..de rust vanwaar je uitziet naar God, verlangt naar God, streeft naar God”

Uitzien naar God. Misschien doen we dat wel meer dan ooit in deze adventstijd, in een wereld, die zo ten prooi is aan geweld, haat en onbegrip. Uitzien naar God, die als een klein kind naar onze wereld kwam om zijn boodschap van liefde uit te dragen. Dat we in deze tijd innerlijke rust mogen vinden om vanuit die rust met vertrouwen het nieuwe jaar in te gaan. Bij mijn brandende kachel en mijn brandende kaars sla ik nu dan toch mijn boek open.

Wil Vos

Aan de rand van de Hemel; Visioenen

Museum Krona in Uden heeft een plekje ingenomen in ons, in mijn hart. Het museum is gevestigd in het klooster van de zusters Birgittinessen. Birgitta van Zweden leefde van 1303-1373. Zij trouwde, kreeg acht kinderen en na de dood van haar man besloot zij kloosterling te worden. Het eerste klooster in Nederland werd gesticht in Koudewater en was een dubbelklooster voor broeders en zusters. De zusters dragen een sluier met de vorm van een kroon, en daar komt ook de naamgeving van het museum vandaan. Er wonen nog zusters in het complex.     

De tentoonstellingen die in Krona worden gehouden verbinden verleden en heden met elkaar. Dat is een kracht die inspiratie geeft, die je begeestert, die je visioenen geeft in de breedste zin van het woord. Je verlaat het museum niet zonder stof, beelden en geluid om over na te denken. Het museum werd gesticht in 1973 en bestaat dus 50 jaar. In het kader van dit jubileum worden drie tentoonstellingen georganiseerd waarvan de middelste getiteld is ‘Aan de rand van de hemel: visioenen’. Het thema sluit goed aan bij Birgitta van Zweden en de zusters Birgittinessen. Birgitta is bekend geworden door haar visioenen en boodschappen, aan haar -naar haar overtuiging- geopenbaard door de Heer zelf. In deze visioenen werd grote nadruk gelegd op het lijden van Christus en de deelname daaraan door de          biddende gelovigen. In haar Revelationes beschrijft zij 700 visioenen. Visioenen waarin -volgens de museumgids- Jezus en Maria haar meenamen in het geheim van hun leven, hun geluk en lijden. Leven, geluk en lijden komt in heel de tentoonstelling naar voren.

Vier objecten, die op mij grote indruk hebben gemaakt, heb ik gekozen om hier met jullie te delen.

“How is your own dead so inconceivable? (Emma Talbot, 2019)
Het is een meer dan mensgrote oermoeder, gemaakt aangekleed met prachtige stoffen, borduurwerk en meer. Ik wordt alleen al sprakeloos en verwonderd bij het aanzien van dit kunstwerk, zonder dat ik eerst de beschrijving in de museumgids heb gelezen. “Een mantel madonna, een voorstelling van Maria die de gelovigen met haar mantel beschermend omvat, omsluit deze oermoeder een stervend figuur op een steen.” Iets van die ondoorgrondelijke dood licht op in dit kunstwerk.

 

Mantel der liefde (Alexandra Drent 2011)
Ook deze “mantel der liefde“ roept bij mij de verwondering op. Sprakeloos word ik van het prachtige borduurwerk, de kleuren, de gebruikte symbolen. Dat een mens zo iets spiritueels kan maken is echt verbazend. Alexandra roept door het borduren -volgens de museumgids- “levendige en mystieke textielcollages op waarin de vrouw de hoofdrol speelt. Ze noemt haar textielstukken ‘Female Totems’. Ze toont de vrouw in al haar kwetsbaarheid, met haar verlangens, mystieke ervaringen, melancholie, haar zoektocht naar ware liefde en vult deze aan met elementen uit de natuur, zoals planten en bloemen”. Laat het voor mij een beschermende mantel zijn en niet een mantel die bedekt wat niet gezien mag worden, een mantel waar je warmte en veiligheid kan zoeken, waar onder je kunt schuilen, je geheimen kunt bewaren, je verdriet kunt delen en kunt uithuilen en de moed kunt verzamelen om opnieuw te beginnen. Dat is voor mij een mooi visioen.

Unitied (Femmy Otten, 2021)
Het kunstwerk hangt op een mooie lichte muur en trekt absoluut de aandacht. Je kunt er heel verschillend naar kijken. Is het een oog? Is het een vulva? Is het een knoest in een boom waarin we iets herkennen? Wat benadrukt de gladde, witte, vlakgemaakte rand? Welke verbeelding roept dit bij je op? Het mooie aan dit werk is, dat je er als kijker verschillende kanten mee op kunt. Je gedachten laten je dan een beeld ervaren dat bij die gedachte past, door te denken zie je dingen, je neemt waar. De tekst op de muur bij het kunstwerk geeft de volgende uitleg. “Een visionair toont het verschil tussen kijken en zien. Het reliëf lijkt daar – als een schematische weergave van een oog- naar te verwijzen. Oplichtend als een aureool verschijnt in de pupil een vorm die het midden houdt tussen het blad van een plant, een vrouwelijk geslacht en een wond. Het werk herinnert in zijn compositie aan de kosmos miniatuur uit de Scivias van Hildegard von Bingen, waarin de hemelse oneindigheid wordt verbonden met het vrouwelijk geslacht en de baarmoeder, symbool van de menselijke geboorte op aarde. De keuze van de houtsoort, burl of wortelknel, een soort wondhout uit Australië, brengt de devotie van de zijdewond van Christus in gedachte die in de late middeleeuwen haar hoogtepunt bereikte. Daarmee hint Otten naar de onverbrekelijke band tussen zacht en hard, wond en heling, dood en geboorte, het aardse en het transcendente en droom en werkelijkheid.”

Two Sacrifices (Femke van Wijk, 2021)
Het laatste tentoongestelde werk dat ik hier aan jullie wil laten zien en laten ervaren is zeker een opvallend werk, dat ook nog past in deze tijd van het jaar. Als je de ruimte binnenkomt valt het werk je direct op. Een grote ossenkop met een glinsterend vlak. Van binnen verlicht. Het trekt je aan, je wil er naar toe, kijken wat dit beeld je te vertellen heeft. Binnen in het glazen vak zie je op een prachtig azuurblauw kleed een piepkleine goudgekleurde kerststal. Zo mooi dat goud op blauw, je zou het in je handen willen nemen, het willen vasthouden. Wat wil dit nu zeggen, behalve dan dat het ondanks het vreemde van in het ossenhoofd te zitten het je toch aantrekt en verwondert. De titel van het kunstwerk wordt toegelicht in een begeleidende tekst. “In het voorhoofd van een monumentale ossenkop zit een glazen luikje, waarachter een kerststal op een blauwe doek ligt. Van Wijk speelt daarmee in op het visioen van Birgitta van de geboorte van Jezus. De os Two Sacrifices lijkt een reliekhouder te zijn geworden voor dit droombeeld. Birgitta’s visioen heeft de verbeelding van de geboorte in de kunst blijvend beïnvloed. “In 1372 schijnt Birgitta van Zweden op pelgrimage naar Palestina in de geboortegrot te Bethlehem in een visioen allerlei informatie gehad te hebben van Maria over en rondom de geboorte van Jezus. Op dit visioen is in de kunst vaak teruggegrepen en het is nu nog herkenbaar in onze kerststal.

Tenslotte: Ook wij zetten zoals elk jaar de kerststal neer, nu wetend dat het beeld al bepaald werd in de middeleeuwen door de beschrijvingen van de visioenen van Birgitta van Zweden. Maar ons gevoel bij de stal, zal er niet minder om zijn. En nu vooral hopend op meer vrede en verdraagzaamheid in de wereld. Zalig Kerstfeest!

 

  Wies de Groot

Aan de rand van de Hemel: Visioenen is nog te zien t/m 1 april 2024
Van Birgitta van Zweden en Hildehard von Bingen tot Femmy Otten en Emma Talbot: Aan de rand van de Hemel. Visioenen verbindt middeleeuwse heiligen met hedendaagse kunst van toonaangevende vrouwelijke kunstenaars uit binnen- en buitenland. Allemaal benaderen zij het thema ’visioenen’ op hun eigen manier. De ene keer ingetogen, een andere keer uitbundig. Van interactieve installaties tot geurervaringen en filmbeelden die je doen huiveren en glimlachen. De tentoonstelling laat zien dat het visioen ons geregeld aan de grens van ons voorstellingsvermogen brengt of daar zelfs overheen gaat. Het zijn de onnavolgbare wegen van het visioen die ons voeren naar de rand van de hemel.

Innerlijke rust

“Al gaat de hele wereld rondom je op zijn kop staan, dan moet jij nog een punt van onveranderlijke rust blijven, …Aldus het eerste gedeelte van een uitspraak van Franciscus van Sales. (de Inleiding, deel 4, hfdst. 13). Ik heb hier nogal eens moeite mee. Te vaak, te snel laat ik me beïnvloeden door dingen, die van buiten op mij afkomen met soms grote innerlijke onrust tot gevolg. Maar vandaag even niet! Op deze winterse decembermorgen zit ik heerlijk warm bij mijn houtkachel, waarin een prachtig vlammenspel zichtbaar is. Op het tafeltje naast mij een brandende kaars en een boek uit de bibliotheek. Dit keer “Sonny Boy”, geschreven door Annejet van der Zijl. En het bijzondere hieraan is, dat het nu eens niet geleend is, maar gekregen. Zomaar een cadeautje van de leeszaal, bedoeld om het lezen te bevorderen. Maar niet alleen dat. Aan het geschenk is ook een opdracht verbonden: het boek ter sprake brengen bij mensen om je heen. Nou, daartoe ben ik gaarne bereid, maar dan zal ik het toch eerst gelezen moeten hebben. Vandaar dat ik mij op deze maandagochtend in mijn stoel genesteld heb. Terwijl ik het boek ter hand neem, gaat mijn blik nog even naar het vuur in de kachel en blijft daar hangen.

“lezen en vervolgens met anderen daarover het gesprek aangaan” hoor ik in gedachten de medewerkster van de bibliotheek weer zeggen. Een leuke uitdaging, maar niet nieuw! Want dat doen we immers al jarenlang binnen onze kringen met de teksten van Franciscus van Sales. Teksten die hij schreef met zijn ganzenveer bij het schamele licht van een brandende kaars, terwijl een vuur in de open haard de kou probeerde te verdrijven. Hoe vaak zal Frans, evenals ik nu, zich ook niet gekoesterd hebben in die warmte. Vuur, ontstaan uit slechts één vonk. Vuur, dat allesvernietigend kan zijn, maar dat ook warmte, licht en inspiratie geeft. Van het vuur in de kachel gaat mijn blik naar mijn brandende kaars, ook ontstoken met één vonk. Ook die kaars verspreidt licht en warmte, maar wel op een geheel andere wijze. De kachel heeft een prominente plaats in mijn kamer, de positie van de kaars is veel bescheidener. Maar waar de warmte van de kachel slechts een beperkte ruimte vult, reiken het licht en de warmte van de kaars veel verder! Die kachel mag dan mijn huis verwarmen, die kaars verwarmt mijn hart. En niet alleen dat van mij! Deze kaars heb ik ontstoken met de bede, dat ze ook wat licht, warmte en hoop zal brengen in de harten van de mensen die dat zo goed kunnen gebruiken. Bij het aansteken van de kachel is zo’n bede nog nooit bij mij opgekomen. Waarom dan wel bij een kaars? Wat is dat “geheim”?

Het is Wim Collin, Salesiaan van Don Bosco, die voor mij een tipje van de sluier rond dat “geheim” heeft opgelicht. Binnen onze kring lezen wij momenteel zijn bijdragen over Franciscus van Sales die hij schreef rond het dubbeljubileum van Franciscus en Jeanne de Chantal (2022). In zijn tweede bijdrage schrijft Wim over het goddelijke en het menselijke in de spiritualiteit van Franciscus en zegt hij o.a. dat volgens Franciscus de mens niet compleet is, als er in hem of haar geen eenheid is tussen geest en lichaam. Volgens Wim wist Frans dat uit te leggen aan de hand van een kaars, waarvan de lont en de was noodzakelijkerwijs met elkaar in verbinding moeten staan. Zo zou Frans in een preek op het feest van Lichtmis het volgende gezegd hebben: “De aard van de lont is edel, omdat de lont wordt gemaakt van katoen en katoen groeit in bomen en bomen staan dichter bij de hemel en dus dichter bij God. De was, daarentegen, geproduceerd door bijen komt van bloemen. Bloemen staan dicht bij de aarde en daarom is de was minder nobel.”

Nu gebied de eerlijkheid mij te zeggen, dat ik mijn wenkbrauwen fronste bij zijn uitspraak betr. de katoen, die in bomen zou groeien… Echter, na enig speurwerk ontdekte ik dat er inderdaad katoenbomen zijn… Ook hier sprak Frans dus vanuit gedegen kennis… Door de ogen van Franciscus naar mijn kaars kijkend, begin ik er misschien iets van te begrijpen. Via de edele lont, die de was doet smelten, worden onze aardse menselijke noden als het ware opgezogen en via het licht van de vlam bij God gebracht. Wat een prachtig beeld! Net zoiets als wierook, waarmee onze gebeden opstijgen. Een simpele kaars kan ons dus dichter bij God brengen. Dat brengt mij bij het tweede deel van de uitspraak waarmee ik dit verhaal begon: …de rust vanwaar je uitziet naar God, verlangt naar God, streeft naar God”. Uitzien naar God. Misschien doen we dat wel meer dan ooit in deze adventstijd, in een wereld, die zo ten prooi is aan geweld, haat en onbegrip. Uitzien naar God, die als een klein kind naar onze wereld kwam om zijn boodschap van liefde uit te dragen. Dat we in deze tijd innerlijke rust mogen vinden om vanuit die rust met vertrouwen het nieuwe jaar in te gaan. Bij mijn brandende kachel en mijn brandende kaars sla ik nu dan toch mijn boek open.

Wil Vos

Zalig Kerstmis

Met welk gevoel ga je dit jaar het Kerstfeest tegemoet? Misschien is het licht in je hart en kijk je met een blij en dankbaar gevoel uit naar de feestdagen aan het eind van 2023. Maar het kan ook zijn dat het donker is in je binnenste en dat je tegen Kerstmis opziet als tegen een berg. Zoals iemand zei: Ik wou dat de feestdagen maar vast voorbij waren. Ik zal blij zijn als het januari is”. Maar het kan ook zijn dat je van beiden iets hebt: Dat het licht en het donker zich in jou afwisselen, dat er een eindeloos verlangen naar geluk uit je diepste naar boven komt en dan weer angst en eenzaamheid je overvallen.

Het is net alsof we met Kerstmis veel intenser voelen wat er in ons is. De goedheid en de liefde van onze medemensen raken ons dieper maar ook het gemis van mensen, de pijn van ziekte en tegenslag of de herinnering aan mensen die van ons heengingen. Het licht en het donker raken ons meer dan anders. Wellicht dat ook de verwarring in ons land en de vreselijke dingen die op onze aarde gebeuren je hart donker maken.

Het licht is een wonderlijk geschenk. Niet alleen het licht van de zon en de maan of van een kaars of de lichtjes in de kerstboom. Maar nog meer het licht in onszelf. Het licht laat ons iets ervaren van een andere wereld die dwars door ons leven heen schijnt. Licht dat ons uitzicht geeft, licht dat onze angst wegneemt, licht dat ons de weg wijst, licht dat ons doet leven ondanks alle donkerte en dood. Licht ook zo kwetsbaar en vluchtig. Geen wonder dat we in deze donkere tijd van het jaar overal lichtjes aansteken. “Laat het licht maar toe in je hart”, zeggen ze ons. Dat licht kunnen we bij elkaar oproepen als we elkaar met liefde en goedheid tegemoet treden. Als we zelf een levend licht worden in onze wereld. Als we elkaar met begrip en warmte omringen, heel dichtbij van mens tot mens. En er dan op vertrouwen dat dit licht ook door mag schijnen naar alle mensen wereldwijd.

In het kerstverhaal lezen we: “De herders werden omgeven door het stralende licht van God”. Dat dit ook met jou en met al onze medemensen mag gebeuren. Dat wens ik je van harte toe, vooral als het donker is in je hart door ziekte, verdriet, angst of pijn. Dat het licht jou mag aanraken en strelen en je vrede mag schenken. Namens mijn medebroeders wens ik u allen van harte een Zalig Kerstfeest en een goed Nieuwjaar.

Geloof in het leven, Hoop op de toekomst
Liefde die donkere dagen verlicht
……als een ster in de nacht

Kees Jongeneelen, osfs

Stichtersdag 14 oktober 2023

Zaterdag 14 oktober zijn wij bijeengekomen in de Schoter te Eemnes, als familie van Frans van Sales. 5 tafels vol mensen, ik schat zo’n 40 personen. Enkele mensen kwamen met enige vertraging wegens verkeershinder. Ondertussen zaten we gezellig aan de koffie met tompouce met elkaar te praten.

Het thema van de dag was het leven van onze stichter Louis Brisson. Na het openingswoord van Kees hebben we een film gezien over het inspirerende leven van Louis Brisson. Ondanks zijn onwil om te gehoorzamen aan wat zuster Maria de Sales Chappuis van de Visitatie hem opdroeg, heeft hij dankzij een goddelijke ingeving op 12 oktober 1873 een mannelijke religieuze gemeenschap gesticht om het werk van Frans van Sales levend te houden. Zo ontstonden de Oblaten van Franciscus van Sales.

Louis Brisson was een ondernemende man. Hij zorgde voor armen en zieken. Hij opende verschillende opvanghuizen voor meisjes om ze te beschermen. Hij stichtte een grote school voor mannelijke Oblaten. Hij richtte ook een vrouwelijke tak op, met medewerking van Leonie Aviat en Lucie Canuet, de Oblatinnen van Franciscus van Sales. Ondanks de moeilijke omstandigheden en grote tegenwerking bleef hij geloven dat de Oblaten ergens anders in de wereld het woord van FvS zouden verkondigen. En hij heeft gelijk gekregen. Hij was gewaardeerd door zijn beide congregaties. Op 12 oktober 2012 is hij zalig verklaard.

Na de film over zijn leven hebben we groepjes gevormd en gepraat over de laatste 1000 da- gen van ons leven, naar aanleiding van het schrijven van Annie van de Heerenbeek. Welke bagage neem ik mee de laatste 1000 dagen… Wat willen we meenemen, wat willen we doorgeven, wat en wie willen we vergeten en vergeven. Wat wil ik vasthouden en loslaten. Er ontstond een levendige discussie. Onze bevindingen wer- den tijdens de Eucharistieviering in de kerk voorgelezen.

Wat erg belangrijk is, is liefde, een mens naast je, familielid, vriend, gelijkgestemde. Ook hoop en geloof spelen een grote rol. Ook hoopvolle zorg voor de toekomst voor de komende generaties, zorg om onze aarde zo goed mogelijk achter te laten voor onze kinderen, kleinkinderen en diegenen die nog na ons komen. Maar die zorg kunnen we uiteindelijk uit handen geven. Dan blijft nog geloof in een goede toekomst.

Na de lunch was er tijd om met elkaar te praten of een stukje te wandelen. Daarna had Kees nog een paar mededelingen. Onder andere over de site van de Oblaten en de nieuwe beheerders Loes en Belinda. Super dames! Over de reis van Wim van Rooden naar zijn missiepost in Brazilië . Wijnand van Wegen vertelde in het kort over zijn verblijf in Zuid Afrika. 27 Januari is er weer een Frans van Sales familiedag. Om 15 uur begon onze H. Mis waar we dankbaar aan deelnamen. En daarna restte nog het afscheid en ging iedereen vol positieve gedachten op weg naar huis. Het was mooie, waardevolle en warme dag. Bedankt daarvoor! Dank aan de organisatoren en alle aanwezigen.

Ania Hillebrandt

Eigenzinnig

In oktober waren Riky en ik na 13 jaar weer op vakantie in Zeeland. Ditmaal niet op fietsvakantie maar met een georganiseerde busreis. Vanuit ons hotel in Aardenburg op Zeeuws-Vlaanderen maakte we diverse uitstapjes, ook naar andere delen van Zeeland, zoals Tholen, Walcheren en Zuid-Beveland. Ook het Visserijmuseum in Breskens, gevestigd op de bovenverdieping van de voormalige vismijnafslag bij de haven, stond op het programma. Een tweetal medewerkers van dit museum gaf ons daar een rondleiding. Ik was heel benieuwd of in dit museum iets nog herinnerde aan die in 2017 op 91-jarige leeftijd overleden pastoor van de Sint Barbarakerk, Omer Gielliet.

Wij mochten hem in 2010 ontmoeten en hebben hem toen uitvoerig gesproken. Een van de gidsen wist te vertellen dat het museum in het bezit was van een hoofd van klei van Omer en dat aan de haven een door hem gemaakt kolossaal beeld van 3.50 meter stond met als titel de Wachters van de Schelde. Hij typeerde Omer als een eigenzinnige pastoor, die erg gezien was en heel populair bij de bevolking.

Wij vonden al snel het beeld van deze priester, kunstenaar, schrijver, dichter, filosoof, milieuactivist en vluchtelingenhelper en togen toen naar de haven. En daar stond dan zijn Wachters van de Schelde. Over de vervuiling van de Schelde mocht van Omer namelijk nimmer gezwegen worden. Wij moeten een strijd blijven voeren tegen het gevestigde bestaan, waarbij de vervuiling van de natuur een grote plaats inneemt. Er moest, aldus Omer, weer vriendschap komen tussen mens en natuur.

Bij dit in 1990 geplaatste kolossale beeld stond de tekst:

Horen, zien en niet zwijgen
Roepen, ruiken, huilen desnoods
Nadenken
Zoeken wat verloren is
Redt de Schelde.

Had Omer nu nog geleefd dan zou hij zich volgens mij zeker hebben aan- gesloten bij de Christian Climate Action, de christelijke variant van Extinction rebellion. Deze beweging staat voor geweldloze directe actie en open- bare getuigenissen rondom de klimaat- en ecologische crisis. Ons geloof is volgens Omer een actief en deelnemend geloof. We zijn geroepen om deel te nemen aan de vernieuwing van Gods schepping. Trouw zijn aan God is een reis die soms betekent dat we de regerende autoriteiten niet kunnen volgen.

Omer Gielliet was een opvallende verschijning, niet passend in het gewone plaatje, een bijzondere priester, een toch wat excentrieke pastoor, wars van regels. Met grote regelmaat durfde hij zijn hoofd boven het maaiveld uit te steken, af te wijken van gebaande paden en op zijn eigen gevoel af te gaan. Hij had lak aan structuren. Hij verfoeide de kerk als systeem en was van mening dat de mensen daardoor misvormd werden.

Van een pastoor verwacht je ook niet dat hij zich daadwerkelijk inzet voor de opvang van vluchtelingen. Is dat niet een taak die je moet overlaten aan de wereldlijke macht? Omer vroeg zich dat niet af. Hij trok zich het lot van deze mensen aan, ook van illegale vluchtelingen, en verleende ze daadwerkelijk onderdak. Het ging hem aan het hart dat zoveel mensen gedwongen zijn hun land te verlaten om elders asiel aan te vragen.

Hij zou graag zien dat kerk en samenleving meer een eenheid was. Hij wilde graag priester zijn zonder grenzen, solidair met mensen en dingen die onze steun hard nodig hebben. Ik voel me, aldus Omer, solidair met alles waar het leven bedreigd wordt. Als ik iets zie of hoor dat niet goed is, voel ik me nogal eens geroepen om er wat voor te doen. Daar maak ik me niet altijd populair mee, maar waarom zou ik bang zijn om mezelf te zijn. God houdt toch van ons, zoals Hij ons geschapen heeft? Zelfs volgens de toenmalige bisschop van Breda, Huub Ernst, moest niemand proberen om Omer Gielliet in een bepaald keurslijf te plaatsen. Dat was gedoemd te mislukken. Van deze eigenzinnige priester-kunstenaar sierde een reliëf van Franciscus van Sales en Johanna de Chantal vanaf 1993 tot en met 2022 de kaft van Salesiaans Contact. Ook nu nog wordt het in de digitale versie ervan gebruikt.

Over het maken van dit reliëf las ik onlangs dat Gielliet in Annecy de mensen hoorde praten over de liefde tussen Franciscus en Johanna. Dat ontroerde hem erg en inspireerde hem tot het maken van een beeld. Hij had wel geworsteld met de opdracht hoe hij Franciscus van Sales met zijn vriendin naast elkaar kon zetten, vervuld van liefde tot God, en tegelijk met een intieme maar ook serene vriendschap voor elkaar. En op dat reliëf beitelde hij de tekst: Dieu est Amour.

Er zouden meer van zulke eigenzinnige mensen moeten bestaan. We hebben ze nodig.

Jan van de Vossenberg

Over God gesproken

Al enkele jaren maak ik deel uit van een leesgroepje, dat zich verdiept in een aantal filosofen. Gewoon vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Het valt me op, dat bij de meeste filosofen de vraag naar God steeds weer opduikt. Veel van die denkers proberen God weg te redeneren. Want D(d)eze is niet te bewijzen. Ze krijgen geen grip op Hem. De God van religies is vaak een bron van macht en onmacht. Ik kan me niet aan de indruk onttrek ken, dat God voor het denken van mensen een bijna onoplosbaar probleem is. Maar als het gaat over de oorsprong van de wereld en van leven of over de zin van het leven dan lopen de meningen vaak ver uiteen. Ook in ons kleine leesgroepje. Het gaat van geloven tot twijfelen en van ont- kenning tot onverschilligheid. Het boeiende (want dat is het steeds) ge- sprek daarover heeft aan mij eens de vraag ontlokt: “Als je niet gelooft in God, in welke God geloof je dan niet?”. Naar mijn mening hebben we na- melijk telkens andere beelden van God. God laat zich niet vangen in eenformule of in een door mensen bedacht dogma. Bovendien ligt in elkwoord dat we over God zeggen een heel persoonlijke beleving ten grond- slag. De dichter Bertus Aafjes heeft dit mijn inziens schitterend verwoord in zijn gedicht ‘Godsbegrip’, waar hij over God zegt, dat Deze “een nu, een hier, een altijd soms” is.

Beeld van God
Reeds in het eerste Bijbelboek kunnen we lezen, dat de mens geschapen is ‘naar Gods beeld en gelijkenis’. Zegt dat niet, dat er minstens evenveel beelden van God zijn als er mensen zijn. Mensen zijn geen God, maar beeld van God. Je zou kunnen zeggen, dat iedere mens een tipje van de sluier van het mysterie van God oplicht. Beelden van God zijn ook aan verandering onderhevig.
De Bijbel laat God zien als Schepper, als Bevrijder, als Richting-gever. Soms heeft Hij hele menselijke trek- ken. Hij wordt ‘verbeeld’ als de Wijsheid, maar
soms ook als een strenge, oordelende God. Deze beelden zijn als het ware belevingen van mensen, woorden van mensen, die gebonden zijn aan situaties en aan tijd. Het bijbelse verbod om van God een vast beeld te maken is daarom ook veelzeggend. Denk maar aan het bekende beeld van het gouden kalf, dat ogenblikkelijk een afgod blijkt te zijn. In onze dagen zoeken we telkens weer naar nieuwe beelden. We noe- men God de ‘Eeuwige’, de ‘Barmhartige’, de ‘Levende’. Of we spreken over God als ‘Gij die liefde zijt’, ‘U die mensen geneest’ of ‘die mensen verge- ving schenkt’. Een beeld van God is ‘een altijd soms’. En wat te denken van het beeld van de evangelist Johannes, die God ‘Liefde’ noemt. Dit is geen definitie, maar een levende werkelijkheid, die in alle tijden en in alle situaties een andere verschijningsvorm krijgt. Zo schept ieder mens zich een ander beeld van God. Hét beeld van God is Jezus van Nazareth. Wie Hem ziet, ziet God. Door Hem komt God aan het woord. Zo Vader zo Zoon, als twee druppels water. Jezus: hét beeld van God die mensen nabij is, Die met hen mee-lijdt, Die telkens nieuwe toekomst aanreikt. Elk Bij- belverhaal over Jezus laat een ander facet van God zien: God die altijd ‘groter is dan ons hart’.

Het Godsbeeld van Frans van Sales
Van Frans van Sales is bekend, dat hij in zijn studentenleven in Parijs een diepe geloofscrisis heeft doorgemaakt. Met name de door de Reformatie geformuleerde leer, dat God de mens heeft voorbestemd voor het eeuwig leven of voor de eeuwige verdoemenis heeft hem grote angst opgeleverd. Hij was er letterlijk ziek van, wanhopig omdat hij vreesde dat hij gedoemd zou zijn tot een eeuwig donkere nacht. Hij vertrouwde zijn ‘intiemste gedachten toe aan het geschreven woord. Hij sprak met zijn dag- boek: “Zal ik dan echt beroofd worden van Hem wiens zachte liefde ik zo mild gesmaakt heb en die zich zo beminnelijk aan mij getoond heeft?” ‘(D. Koster, Fran- çois de Sales, blz. 27). Hij overwon deze crisis door zijn gebed bij de Zwarte Madonna. Opnieuw kon hij zich laten inspireren door het ‘Hooglied’ waarin hij de liefde tussen God en de mens bezongen zag. Vanaf dat moment werd zijn geloven in een God, die elk mens liefheeft en nabij is, het fundament voor zijn leven. In al zijn pastorale geschriften legt hij daarvan getuigenis af. Zijn mond is er vol van, zijn hart loopt er van over: God en mens verbonden in een eeuwige liefde. Zijn belangrijkste boek – De Verhandeling over de liefde tot God – is niet voor niets als één persoonlijke lange brief aan Theotimus, aan “de lieve mens van wie God houdt” (Hannemie van Dijck). In dat toch moeilijk toegankelijke werk spreekt hij zijn diepe wens uit om “samen eens aan te komen bij de liefde van God” (van Dijck, blz. 29). Zo wil hij leven, zo wil hij leren. En dat levert hem de eretitel ‘Doctor Amoris’ , ‘leraar van de liefde’ op. Aan ons is het om goede leerlingen van hem te worden.

Wim Holterman osfs