© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat september 2021


In dit vijftiende hoofdstuk van boek 3 van de Theotimus gebruikt Franciscus van Sales de zee en het luchtruim om aan te duiden hoe groot en groots God is. Zoals een vis nooit de hele zee kan zien en een vogel nooit de hele lucht, zo vergaat het ook de mens: God is altijd groter.

Vissen kunnen genieten van de hele, onvoorstelbaar grote oceaan. Toch heeft geen enkele vis alle kusten gezien of al het water van de zeeën langs zijn schubben voelen strijken. Vogels hebben de hele uitgestrekte hemel ter beschikking om naar eigen inzicht in te vliegen. Toch heeft geen enkele vogel ooit alle luchtstreken met zijn vleugels doorkruist, of al vliegend de hoogste regionen bereikt. Zo gaat het ook met onze geest, Theotimus. Die zal, als ze dat wil en verlangt, in de oceaan van Gods wezen zwemmen of door het luchtruim van Gods wezen vliegen, en zich eindeloos verheugen over de grenzeloosheid en uitgestrektheid ervan. Zo groot is die, dat het door vleugels niet kan worden gemeten en door vinnen niet kan worden doorkruist. Ook al geniet je geest zonder enige begrenzing of beperking van die niet te peilen grootsheid, toch gaat God daar niet in over: voortdurend blijft God ons bevattingsvermogen overtreffen."

Uit: Franciscus van Sales, Verhandeling over de liefde tot God, boek 3 hoofdstuk 15.
Bekijk ook de foto van de maand