© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat juni 2021


In en buiten de theologie of godgeleerdheid werden heftige disputen gevoerd over de eenheid van God. Wie God ziet en voorstelt als Vader, Zoon en heilige Geest, zou namelijk ook tot de slotsom kunnen komen dat het om drie goden gaat en niet om één. Dat het in het christelijk geloof juist om een goddelijke drie-eenheid gaat, had veel uitleg en toelichting nodig. In de brief aan de Hebreeën, waar Franciscus van Sales in dit citaat aan refereert, staat een beknopte christologie ofwel een leer over wie Christus is en wat zijn betekenis is. De aanhef van de brief luidt als volgt: ‘Nadat God vroeger vele malen en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij nu, op het einde van de dagen, tot ons gesproken door de Zoon, die Hij tot erfgenaam heeft gemaakt van al wat bestaat, door wie Hij ook het heelal heeft geschapen. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen, en Hij houdt alles in zijn stand door zijn machtig woord. En na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, heeft Hij zich neergezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge’. De eenheid van Vader en Zoon wordt hier door Franciscus van Sales nog eens onderstreept en, zo schrijft hij, ons verstand zal dat pas echt kunnen zien en begrijpen als we zelf bij God zijn:

Ons verstand zal God zien, Theotimus, van aangezicht tot aangezicht, het zal Hem zien als werkelijk aanwezig, als God in al Zijn stralende glorie. In Hem zal ons verstand de almacht, goedheid, wijsheid, gerechtigheid en al die andere volmaakte schatten zien. Helder en duidelijk zal ons verstand dit alles zien en dan verstaan we ook de eeuwige kennis die de Vader heeft en die tot uitdrukking kwam en komt in dat ene, oneindige Woord. Dat Woord bevat Hem en stelt Hem voor en is één met God, ondeelbaar en niet te scheiden. Ons verstand zal het eeuwige, wonderbaarlijke ontstaan zien van Gods Zoon, die het Woord is en geboren wordt naar het beeld en de gelijkenis van de Vader. Hij is een levend, natuurlijk beeld en gelijkenis en niets van Hem is bijkomstig of niet-goddelijk, want in God is alles wezenlijk. De Zoon van God is een wezenlijk, waarachtig evenbeeld, gelijkenis en ‘afstraling’ (Brief aan de Hebreeën 1, 3) van de heerlijkheid van de Vader, want Hij leeft eeuwig en de oneindige volmaaktheid van de Vader wordt door Hem uitgebeeld en tegenwoordig gesteld. Dat kan alleen maar omdat dit evenbeeld van God zelf ook oneindig volmaakt is. En dit evenbeeld kan alleen maar oneindig volmaakt zijn als het zelf God is. En het kan alleen God zijn als het één is met de Vader."

Uit: Franciscus van Sales, Verhandeling over de liefde tot God, boek 3 hoofdstuk 12.
Bekijk ook de foto van de maand