© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat juli 2021


In het vorige citaat, afkomstig uit hoofdstuk 12 van het derde boek van de Theotimus, beschreef Franciscus van Sales de eenheid van de eerste twee personen die de goddelijke drie-eenheid vormen; Vader en Zoon. In dit dertiende hoofdstuk legt hij uit hoe de Heilige Geest eveneens tot die eenheid behoort:

Als we niet gelijk zijn, maakt de liefde ons gelijk. Als we niet verenigd zijn, verenigt de liefde ons. Vader en Zoon zijn niet alleen gelijk en verenigd, maar ook één God, één goedheid, één wezen en een eenheid. De liefde die zij voor elkaar koesteren lijkt niet op de liefde wij mensen voor elkaar of voor onze God hebben. (…) De goedheid van Vader en Zoon is één enkele goedheid die beiden delen, en ook de liefde voor deze goedheid is één enkele liefde. Er zijn wel twee minnaars, maar wat ze beminnen, delen ze, en dat geldt ook voor de wil waarmee ze beminnen. Zo koesteren ze slechts één en dezelfde liefde. (…) Vader en Zoon, die één oneindig wezen hebben, ademen dezelfde geest uit. Dat doen ze met een oneindige wil en met oneindige goedheid. Daarom zou het ronduit onmogelijk zijn dat deze verzuchting, deze uitademing, deze Geest, eindig is. De Geest die Vader en Zoon uitademen is ook oneindig en waarlijk God: één met de Vader en de Zoon. Ook al bezit de Geest dezelfde goedheid en hetzelfde wezen, toch is Hij niet de Vader en niet de Zoon. Dat maakt van Hem een derde goddelijk wezen, die samen met de Vader en de Zoon één is. En omdat deze liefde als adem, als geest wordt uitgeademd, noemt men deze de Heilige Geest.."

Uit: Franciscus van Sales, Verhandeling over de liefde tot God, boek 3 hoofdstuk 13.
Bekijk ook de foto van de maand