© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat december 2021


Het vierde boek van de Theotimus geeft een indruk van de verschillende manieren waarop we de liefde Gods kunnen verliezen, of dat nu voor een moment is, langere periodes of voor altijd. In een reeks hoofdstukken wordt dit verder uitgewerkt. In dit hoofdstuk, het derde uit het vierde boek van de Theotimus, legt Franciscus van Sales uit dat de liefde Gods ons kan verlaten als we te veel van de wereld houden of ons te enthousiast storten in het vermaak er van. De wereld is behalve veranderlijk ook verleidelijk, vol prettige en aantrekkelijke zaken die ons afleiden van wat wezenlijk is. Zo wordt de mens tot prooi van wat tegengesteld is aan de liefde Gods; Franciscus van Sales vergelijkt zo iemand met een duif die door een roofvogel wordt geslagen:

Je ziet weleens duiven als opgetuigde fregatten door de lucht zeilen. Het ziet er uit alsof de ijdelheid ze in de greep heeft; sierlijk zwenken ze heen en weer, speels vangen ze het zonlicht in hun veren. Maar plotsklaps zie je dan een havik of een valk, die hen in het spel heeft bespied: de roofvogel valt vanuit de hoogte razendsnel neer en grijpt ze. Als de duif rechttoe rechtaan was gevlogen, was dat niet gebeurd, want iedereen weet dat een duif sneller vliegt dan een roofvogel. Zo is het ook met ons, Theotimus. Ook wij vliegen soms niet recht op het doel af dat de heilige liefde ons wijst, maar fladderen wat heen en weer in de ijdelheid van vergankelijk vermaak dat onze eigenliefde streelt. Zo kunnen bekoringen en verleidingen ons vangen: als door eigenliefde verblinde duiven draaien en duikelen we om onszelf en elkaar heen. Dan kunnen onze vijanden ons verrassen, met hun klauwen grijpen en ons meenemen om ons te verslinden."

Uit: Franciscus van Sales, Verhandeling over de liefde tot God, boek 4 hoofdstuk 3.
Bekijk ook de foto van de maand