© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat juni 2022


In dit dubbeljubileumjaar is deze rubriek gewijd aan de getuigenis die Jeanne de Chantal aflegde over Franciscus van Sales. Die getuigenis was onmisbaar voor het canonisatieproces, dat wil zeggen de zalig- en heiligverklaring van Franciscus van Sales. Waar het citaat in de vorige maand gewijd was aan het geloof van Franciscus van Sales, gaat het nu over de hoop die hij koesterde. Die hoop is standvastig gericht op het leven na de dood ofwel het hiernamaals, zoals uit het citaat blijkt, en op de barmhartigheid die we van godswege tegemoet mogen zien. In het citaat gaat het over 'ellende' en 'toegeven dat we niets anders dan de hel verdienen'; dit verwijst niet naar grote zonden, bedreven misdaden of een buitengewone slechte inborst, maar naar de gewone, dagelijkse staat van de mens in dit leven. Deze wereld is niet de plaats waar we ons al op heiligheid kunnen beroepen, dat is pas mogelijk als we naar de eeuwigheid zijn overgegaan.

In mijn gesprekken met Frans is mij overduidelijk gebleken dat hij van God een diepgevoelde, tedere en stabiele liefde had gekregen voor de goede dingen die ons in het andere leven zijn beloofd, en dat hij daar op hoopte, vol nederig vertrouwen in Gods barmhartigheid en in de verdiensten van het heilig lijden van onze Lieve Heer. Zijn hoop ging voortdurend uit naar de gelukzalige eeuwigheid. Naar mijn inschatting zijn er wel honderd plaatsen in zijn brieven te vinden over deze waarheid. (...) Hij gaf eerlijk toe dat hij, met het oog op zijn ellende, niets dan de hel verdiende, maar dat hij, lettend op de oneindige verdiensten van zijn Verlosser en diens grote barmhartigheid, met nederig vertrouwen hoopte in de hemel de oneindige goederen te zullen bezitten die bereid zijn voor de kinderen van God. O, zei hij, zullen we niet eens allemaal samenzijn in de hemel? Ik hoop het en verheug me er op. (...) Hij heeft eens het volgende gezegd tegen een groot prelaat, de bisschop van Belley, die het sindsdien in zijn preken gebruikt: de mens moet doodgaan tussen twee oorkussens: het ene is toegeven dat we niets anders dan de hel verdienen, het andere is volledig en volmaakt vertrouwen op de barmhartigheid van God, die ons zijn paradijs zal geven. Ik herinner me hoe Frans me, op een dag dat ik doodziek was kwam troosten en kwam helpen om over de drempel van de dood te stappen. Hij zei me mijn hoofd neer te leggen aan de voet van het kruis en daar te blijven liggen, als een scheurtje in het hout, om de kracht in me op te nemen van het kostbaar bloed dat er uitstroomde, vol vertrouwen in de barmhartigheid van onze Lieve Heer."

Uit: Franciscus van Sales, een getuigenis van Jeanne de Chantal. Vertaald door Willem Spann OSFS.
Bekijk ook de foto van de maand