Archief voor categorie: Salesiaans Contact Archief

Salesiaans Contact mei 2026

“Een nieuwe lente, een nieuw geluid”. Met deze woorden bied ik u graag weer een nieuw Salesiaans Contact aan. Wil Vos laat ons meegenieten van haar ‘gouden dag’. Verfrissend en optimistisch, Frans van Sales waardig. Astrid van Engeland deelt met ons van haar pastorale ervaringen. Eenvoudig maar rijk. Geniet ervan op een stil moment.
Een hartelijke Salesiaanse groet namens de redactie,

Wim Holterman osfs

EN DE KLEUR IS………..                                             

Ik voel mij een rijk mens! Op deze prachtige 2de mei ben ik een dagje uit met mijzelf. Niet naar een drukbezocht toeristisch gebeuren. Gewoon een tochtje op mijn fiets door de prachtige omgeving van ons dorp Eemnes. Water en brood in de fietstas en wat geniet ik! Allereerst van de bermen die, zover als mijn ogen reiken, geel kleuren met koolzaad. Ik word altijd zo blij van gele bloemen! Zelfs op sombere, grauwe dagen laten zij de zon schijnen. Koeien lopen al in de wei, lammetjes huppelen overal in het rond. Een meerkoetenpaartje durft het aan om met hun nog zeer prille kroost de beschutting van het riet van de Vaart te verlaten. Riet, waarin karekieten hun karakteristieke lied laten horen, terwijl ze acrobatisch meebewegen met de rietstengel waaraan ze zich hebben vastgeklampt. In het jachthaventje bij de Sluis heerst een vrolijke bedrijvigheid. En dat alles omgeven met de zinnenstrelende geur van het eerste pas gemaaide gras en van bloeiende meidoorns, die her en der in het landschap staan.

Nu zit ik even op een bankje, te midden van een zee van gele paardenbloemen. Elke bloem een wonder van de natuur op zich, bestaande uit wel meer dan 100-200 afzonderlijke bloempjes, die elk hun eigen nectar en stuifmeel hebben, waar insecten dol op zijn. Wat een weelde! Dan ineens breekt er tumult uit in de lucht: een grutto gaat ter bescherming van haar kuikens de strijd aan met een kraai. Ja, ook in de natuur gaat het er niet altijd vreedzaam aan toe. Daar is het “eten en gegeten worden”, waardoor er nogal eens strijd wordt geleverd. Kennelijk is ook dieren niets menselijks vreemd. Maar waar het er in de dierenwereld meestal puur om gaat te overleven (wolven en vossen daargelaten), raakt onze mensenwereld meer en meer in de ban van geld, hebzucht en macht. Een werkelijkheid die met de dag grimmiger, gewelddadiger en onberekenbaarder wordt. Mensenlevens doen er niet meer toe en ontelbaren zijn daar de dupe van. Zo is het nu en zo was het 400 jaar geleden, in de tijd van Franciscus van Sales ook al. Van alle oorlogen, revoluties en ruzies die sindsdien wereldwijd uitgevochten zijn lijken de lessen nog altijd niet geleerd.
“Dit nooit meer”, klonk het menigmaal en toch! De wereldorde wordt momenteel bepaald door een aantal rijke machthebbers die nooit genoeg lijken te hebben, die geen oog hebben voor het feit, dat ze ontelbare mensen beroven van hun dierbaren, hun thuis, hun bezittingen, beroven van een menswaardig bestaan, van hun vrijheid, van hun leven! Leiders, die geen oog hebben voor de noden van mensen maar die uit zijn op eigenbelang en totale vernietiging van alles wat daartoe in de weg staat.
Frans keek scherp in zijn tijd en had wel oog voor mensen. Zo zag Hij o.a. hoe zij menigmaal worstelden om het hoofd boven water te houden. Ja, ook Hij was van rijke afkomst en verkeerde vaak tussen de rijke adel. Rijkdom op zich is volgens hem dan ook niet verkeerd, maar het gaat erom hoe je ermee omgaat. Zelf deelde Hij rijkelijk uit van wat Hij bezat aan diegenen, die zelf niets hadden.
Afgelopen woensdag tijdens onze kringbijeenkomst hebben wij met elkaar aan de hand van het boekje van Pater Willem Spann osfs, “Op weg naar een evenwichtig leven”, o.a. hierover met elkaar van gedachten gewisseld. In dit boekje tracht Willem het gedachtengoed van Franciscus van Sales wat meer naar deze tijd te brengen. Frans heeft in zijn “Philothea” een drietal hoofdstukken gewijd aan armoede en rijkdom. (deel lll, hfdst. 14-16). Zo waarschuwt Hij ons niet vergiftigd te raken door rijkdom, je zinnen niet te zetten op het bezit van anderen en niet te treuren om verloren rijkdom. Hij bekrachtigt dit met deze uitspraak:

 “VERLANG NIET MET HART EN ZIEL NAAR IETS DAT JE NIET BEZIT.
HECHT JE HART NIET AAN IETS WAT JE WEL BEZIT.
TREUR NIET OM WAT JE VERLIEST”

Een uitspraak die, wat mij betreft, het verdient om op billboards overal in de wereld in alle talen verspreid te worden! Ooit werd Saulus bekeerd van zijn heilloze weg van dood en verderf. Wat een zegen zou het zijn, als ook de wolven onder onze leiders op een ander spoor werden gezet! Het proberen waard, of denk ik in al mijn onmacht nu te eenvoudig?
Met bovenstaande uitspraak van Franciscus nog in mijn hoofd zat ik donderdagavond in het theater bij de musical “Bij ons in de Jordaan”. Een humorvol, maar tevens aangrijpend verhaal over armoede en rijkdom in deze Amsterdamse volksbuurt, dat zich afspeelt van mei 1945 tot nu toe. Een verhaal over mensen die tijdens en na de tweede wereldoorlog aan alles gebrek hadden, geliefden verloren, verbitterd raakten en vervolgens ook nog eens worstelden met veranderingen. Mensen die toe moesten zien, hoe slechts de allerrijksten zich uiteindelijk nog een woning konden veroorloven in hun Jordaan. Maar die elkaar niet loslieten, die rijk waren in humor, liefde, vriendschap en solidariteit, waardoor ze met een enorm doorzettingsvermogen uiteindelijk toch nieuw leven mogelijk wisten te maken voor elkaar. Een rijkdom, die ik ieder van ons van harte toewens, vooral ook onze “wereldleiders”!
Intussen is mijn brood op en mijn waterfles leeg. Tijd om mijn weg te vervolgen. Er is een spreekwoord dat zegt: “Prijs de dag niet voordat het avond is”. Gisteren werd via de radio voor vandaag “Code Geel” afgegeven, maar tot nu toe is het voor mij een Gouden dag. Het geestelijke boeket van mijn overpeinzingen is vandaag, hoe kan het ook anders, geel van kleur. Als afsluiting wil ik het hierbij graag aan u allen aanbieden. Daarbij de wens dat het, hoe uw omstandigheden ook mogen zijn, wat zonneschijn mag brengen in uw dagelijkse bestaan. Vrede en alle goeds vanuit onze Polder!

Wil Vos-Post

God blijft een mysterie

In een verpleeghuis ontmoette ik een diepgelovige vrouw met wie ik regelmatig sprak over de betekenis van God in haar leven. Ze was al ver in de negentig. Door ervaring was ze wijs geworden. Van drie van haar kinderen had ze al afscheid moeten nemen. Veel ontwikkelingen in de wereld had ze meegemaakt. Toen ze het einde van haar leven voelde naderen, zei ze steeds vaker dat het leven haar steeds stiller maakte, haar steeds meer tot zwijgen bracht.
Na haar dood vond een van haar kinderen op haar kamer een klein boekje met allerlei spreuken en teksten die zij mooi vond. Ik mocht het lezen. Op een van de bladzijdes stond geschreven: ‘Hoe ouder je wordt, des te minder weet je van God, en des te groter wordt het geheim.’
Als wij mensen over God spreken kunnen wij dat niet op een andere wijze doen dan met onze eigen taal. Met woorden die ons vertrouwd zijn, geven wij aan wie God voor ons is en wat Hij voor ons betekent. Dit kan voor
iedereen anders zijn. En vaak wordt God ook in elke (levens)situatie verschillend ervaren. Als we verdrietig zijn ervaren we Hem als iemand die troost geeft of juist niet. Als we het gevoel hebben in een ‘flow’ te zitten, ervaren we God als een Kracht die ons boven onszelf doet uitstijgen. Als we door de natuur wandelen of op reis zijn, kunnen we verwonderd zijn over de schepping en ervaren we God als Alleskunner of Wonderdoener.
Dat het zo is dat God voor iedere persoon anders kan zijn en ook in iedere situatie weer anders kan worden ervaren, geeft al aan dat God niet te vatten is in één of twee namen of woorden. Hij is zoveel tegelijk en altijd zoveel groter en meer dan wij kunnen uitdrukken. Al onze namen en woorden voor God brengen Hem misschien wel wat dichterbij, maar ‘Hij is niet zus of zo, Hij is altijd soms’, zo schreef de dichter Bertus Aafjes.
De diepgelovige vrouw in het verpleeghuis kreeg steeds meer ontzag voor wie God is. Het leven leerde haar om God God te laten zijn: een groot Geheim, een Mysterie. Van haar wijsheid kan ik nog veel leren. Misschien U ook!

 

Astrid van Engeland

 

 

 

Salesiaans Contact December 2025

Het jaar 2025 loopt alweer ten einde. Maar eerst vieren we nog het feest van Kerstmis. Kees Jongeneelen reikt ons wat inspirerende gedachten aan om aan het feest meer diepte te geven in ons leven. Het Mens-worden-van-toen mag voor ons ook mens-worden-voor-nu zijn hopelijk. Ook putten we in dit nummer weer dankbaar uit de pastorale verhalen van Astrid van Engeland.

Wim Holterman osfs

“Wees niet bang”

De komende weken met de Kerstdagen en de Jaarwisseling worden door ons mensen heel verschillend ervaren. Misschien kijk je er wel naar uit en heb je al leuke plannen bedacht om deze dagen in te vullen. Misschien zie je er tegenop als tegen een berg en heeft de gedachte aan de komende feestdagen je de afgelopen weken geplaagd. Want het is net alsof je de laatste weken van het jaar alles veel dieper voelt en de emoties je meer aangrijpen. Misschien ligt er bij jullie ook een pasgeboren kindje in de wieg en voel je daardoor het Kerstfeest meer aan dan andere jaren. Of heb je wellicht het afgelopen jaar de liefde ontmoet in een medemens en ben je dankbaar dat je dit jaar samen bent.
Maar evengoed kan het juist andersom zijn: dat je dit jaar mensen verloren hebt door een breuk in je relatie of door de dood. Misschien ook ga je vanzelf terug in je herinnering en zeg je tegen jezelf: “Vorig jaar waren we nog samen” of “Wat is het toch anders geworden”.
Hoe je ook bent, vredig of triest, gelukkig of verdrietig, ik wens je toe dat je het Licht dichtbij mag voelen. Als het nacht in je is, als je hart meer op een stal dan op een gezellig huis lijkt, als je meer op een dwalende herder uit het kerstverhaal lijkt dan op een eigentijdse wereldburger, als je het gevoel hebt dat er ook voor jou geen plaats is, dan wens ik je toe dat je een stem mag horen, misschien wel uit de hemel, dat je er mag zijn zoals je bent, met je goede en kwade kanten…. Dat je niet bang hoeft te zijn, ondanks alles wat er op je af komt. Want dat hoorden die mensen daar in de nacht van Bethlehem: “Wees niet bang”.


Kribbe en kruis zijn één

In het geboorteverhaal van Jezus staat dat dit het eerste zinnetje was dat de Engelen tegen de mensen zeiden. Terecht, want angst is het dat het diepste in ons verscholen zit. Ook al leef je onbekommerd toch zit er angst in ons: angst voor oorlog, die steeds sterker wordt, angst om te verliezen, angst om ziek te worden. Uiteindelijk de angst om dood te gaan.
Kerstmis moge ons geven dat we die angst in de ogen kunnen zien en dat we diep in ons hart mogen ervaren dat we in onze kwetsbaarheid toch veilig zijn. Dat ons in feite niets kan overkomen zelfs niet als we dood gaan.
Volgens bijbel kenners vertelt het verhaal dat Jezus op een plank in de kribbe lag zoals hij aan het eind op de plank aan het kruis hing. “Het hout van de kribbe is hetzelfde hout als van het kruis”, zeggen ze. Zo worden het begin en het einde van zijn leven met elkaar verbonden.
Voortgekomen uit Gods hand keerde hij terug in Gods hand. En dat geldt dan voor ons allemaal! Dat besef kan je echte vrede brengen. Ik wens je toe dat je die vrede mag ervaren, wellicht door tranen heen.
Leef gelukkig en moedig.
Om het met de woorden van onze patroon Franciscus van Sales te zeggen
“De engel die de geboorte van onze redder aankondigt, zingt voor ons dat hij goed nieuws brengt, een grote vreugde, vrede op aarde en goede wil jegens alle mensen”.

Namens mijn medebroeders wens ik u allen van harte een Zalig Kerstfeest en alle goeds voor het nieuwe jaar.
Ik wil dit onderstrepen met een tekst van Paul van Vliet:
Ik hoop in het nieuwe jaar op mensen
Die bergen verzetten,
Die door blijven gaan met hun kop in de wind.
Ik bid om mensen die risico’s nemen,
Die vol blijven houden met het geloof van een kind.
Ik bid om mensen
Die dingen beginnen
Waar niemand van weet wat de afloop zal zijn.
Ik bid om mensen die met vallen en opstaan
Niet willen weten van water in de wijn.

Pater Wijnand van Wegen
Omdat zelfstandig wonen niet meer verantwoord was is Wijnand in augustus opgenomen in het verpleeghuis ”De Marke” in Huizen. Hij heeft daar een mooie ruime studio.
In november zijn we met de hele communiteit hem op gaan zoeken. Hij kende ons nog bij naam en was zeer verheugd ons te zien.
Dankzij de goede zorgen van zijn nichtje Marloes en Bert Hauptmeier heeft hij heel lang nog zelfstandig kunnen wonen in zijn flat op Naardingerland.
Als u hem een kaartje wil sturen is dit zijn adres:
Verzorgingshuis Cordaan, “ De Marke”
Graaf Wichman 31 A
1276 KA Huizen

Kees Jongeneelen osfs

God blijft een mysterie

In een verpleeghuis ontmoette ik een diepgelovige vrouw met wie ik regelmatig sprak over de betekenis van God in haar leven. Ze was al ver in de negentig. Door ervaring was ze wijs geworden. Van drie van haar kinderen had ze al afscheid moeten nemen. Veel ontwikkelingen in de wereld had ze meegemaakt. Toen ze het einde van haar leven voelde naderen, zei ze steeds vaker dat het leven haar steeds stiller maakte, haar steeds meer tot zwijgen bracht.

Na haar dood vond een van haar kinderen op haar kamer een klein boekje met allerlei spreuken en teksten die zij mooi vond. Ik mocht het lezen. Op een van de bladzijdes stond geschreven: ‘Hoe ouder je wordt, des te minder weet je van God, en des te groter wordt het geheim.’

Als wij mensen over God spreken kunnen wij dat niet op een andere wijze doen dan met onze eigen taal. Met woorden die ons vertrouwd zijn, geven wij aan wie God voor ons is en wat Hij voor ons betekent. Dit kan voor iedereen anders zijn. En vaak wordt God ook in elke (levens)situatie verschillend ervaren. Als we verdrietig zijn ervaren we Hem als iemand die troost geeft of juist niet. Als we het gevoel hebben in een ‘flow’ te zitten, ervaren we God als een Kracht die ons boven onszelf doet uitstijgen. Als we door de natuur wandelen of op reis zijn, kunnen we verwonderd zijn over de schepping en ervaren we God als Alleskunner of Wonderdoener.

Dat het zo is dat God voor iedere persoon anders kan zijn en ook in iedere situatie weer anders kan worden ervaren, geeft al aan dat God niet te vatten is in één of twee namen of woorden. Hij is zoveel tegelijk en altijd zoveel groter en meer dan wij kunnen uitdrukken. Al onze namen en woorden voor God brengen Hem misschien wel wat dichterbij, maar ‘Hij is niet zus of zo, Hij is altijd soms’, zo schreef de dichter Bertus Aafjes.

De diepgelovige vrouw in het verpleeghuis kreeg steeds meer ontzag voor wie God is. Het leven leerde haar om God God te laten zijn: een groot Geheim, een Mysterie. Van haar wijsheid kan ik nog veel leren. Misschien U ook!

Astrid van Engeland

 

Salesiaans Contact April 2026

De tijd vliegt. Alweer een maand voorbij. Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Het alleluja van Pasen klinkt nog na, maar dreigt onhoorbaar te worden door het oorlogsgeweld en door de grote mond van machtswellust. Geloven in Pasen mag toch met ons blijven meegaan ondanks alles. Kees Jongeneelen schrijft daar verder over en gebruikt daarbij woorden van Peter Nissen, van Charles Péguy en Franciscus van Sales. De moeite waard!
Voor dit Salesiaans Contact hebben we de flyer van Wilfried Wambeke sdb wat ‘verbouwd’ en aangepast aan ons formaat. Wilfried nodigt mensen uit om onder zijn leiding te gaan in de voetsporen van Franciscus van Sales. Deze reis onder zijn leiding zal zeker voor de deelnemers een onvergetelijke reis zijn. Hieronder vindt u ook de aanmeldformulieren. Van harte aanbevolen.
Veel leesplezier wenst u namens de redactie van dit Contact:

Wim Holterman osfs

DE HOOP NIET VERLIEZEN….

Er gaat geen dag voorbij of we horen of lezen wel over allerlei nare dingen die er op onze wereld gebeuren. Soms zou je denken dat er alleen maar oorlogen, aanslagen en rampen zijn. En ook in ons eigen leven gebeuren dingen die je bestaan helemaal op zijn kop zetten. Te veel om op te noemen. Ik ontmoet nogal eens mensen die zich zorgen maken over de toekomst van zichzelf maar nog meer over die van hun kinderen en kleinkinderen. In wat voor wereld komen die terecht? En hoe zal het verder gaan met het milieu? Je hoort en leest over de opwarming van de aarde en over overstromingen en aardbevingen.

Tegenslagen en ziekte kunnen je doen twijfelen aan de zin van je bestaan. Zelfs als je een rotsvast vertrouwen hebt op God kan in je hart de vraag naar boven komen: “Zou het allemaal wel waar zijn?” Of: “Zou er werkelijk wel iets zijn na mijn dood?” En als je er voor jezelf zeker van bent: ‘dood is dood’ dan nog kan er bij je de gedachte opkomen dat het toch niet allemaal voor niets is en dat alles zinloos is.

We hebben zojuist Pasen gevierd, het feest van nieuw leven, feest van hoop, Het feest van ondanks ……. En toch…..!?
‘Geloven in de verrijzenis van Jezus is geloven in een wereld waarin dood, ellende, oorlog en verdrukking niet het laatste woord hebben’. ‘Het is geloven in een wereld waarin vijanden elkaar liefhebben, waarin de armen gezegend worden, waarin gemarginaliseerde mensen in het middelpunt mogen staan, een wereld waarin verloren dochters en zonen weer welkom zijn thuis. Dat zijn allemaal vormen van verrijzenis, vormen van nieuw leven, vormen van opstanding’. (Peter Nissen: Loslaten en groeien)
Of zoals Charles Péguy het zegt in zijn gedicht ‘De kleine hoop’:
“De hoop, de kleine, wandelt praktisch ongezien, naast haar twee oudere zussen geloof en liefde. Toch sleept zij, de kleine, alles met haar mee. Want geloof ziet slechts wat is. En liefde houdt alleen van wat er is. Maar hoop houdt van wat zal zijn…Zij is degene die er voor zorgt dat de anderen blijven lopen; zij is degene die hen leidt en zorgt dat ze allemaal samen lopen”.
In onze tijd gaan we vaak onze eigen weg wat het geloof betreft. Ik merk dat we meestal maar weinig met elkaar praten over wat er in ons hart omgaat. Zelfs tussen levenspartners komt het soms nog weinig ter sprake. We hebben er vaak geen woorden voor om die levensvragen met elkaar te bespreken. Ze liggen ook zo dicht bij de kern van ons leven dat het zelfs voor onszelf nog onduidelijk is wat er precies in ons omgaat.
Velen hebben het gevoel dat die vragen ook in de kerk niet echt aan bod komen. En dat ze daarom in de loop van de tijd van de kerk zijn vervreemd. Nog al wat mensen hebben het gevoel dat het in de kerk veel te veel gaat over zekerheden en over wat wel of niet mag en dat het te weinig gaat over het leven zelf zoals jij dat beleeft.
Misschien dat de mensen van onze tijd dat nog meer voelen dan de mensen van vroeger. Hoewel de twijfel er ook toen wel was, ook al kwam die toen niet zo uitdrukkelijk aan de orde. Zelfs bij de leerlingen van Jezus was er eentje die dezelfde vragen had als wij in onze tijd. Thomas was het. De “ongelovige Thomas” wordt hij vaak genoemd. Afgelopen weekend hoorden we in de kerk zijn verhaal. “Als ik het niet zie, geloof ik het niet” zei hij. Hij was eigenlijk helemaal niet ongelovig maar wel kritisch en dat mocht ook van Jezus.
Zo zijn er ook in onze tijd heel veel mensen die kritisch staan tegenover de bestaande godsdiensten maar in hun hart echt wel bezig zijn met de zin van het leven en met het wonder van ons menselijk bestaan.
Misschien ben jij ook wel zo’n eigentijdse gelovige. Als ik met die mensen spreek voel ik mij diep met hen verbonden en heb ik er veel respect voor hoe serieus ze met hun leven omgaan. En ook hoe veel mensen omgaan met God. Misschien noem je het geen “God” maar heb je een andere naam daarvoor. Misschien heb je er zelfs niet eens een naam voor omdat je gevoel voor dat Grote en voor die Bron van leven veel groter is dan je in een woord kunt samenvatten. Misschien is die als een Vriend voor je die altijd bij je is of als een licht in je hart of een vlammetje van liefde in je binnenste.
Franciscus van Sales zegt over deze vriendschap: “Houd van iedereen met de liefde van een echte, sterke naastenliefde, maar schenk je vriendschap alleen aan mensen met wie je goede dingen, deugden, kunt uitwisselen. En naarmate de uitgewisselde deugden van grotere waarden zijn, zal ook je vriendschap aan waarde winnen. Maar de beste vriendschap is die waarin de gemeenschappelijke interesse Gods liefde is, de godsvrucht, de christelijke volmaaktheid. Deze vriendschap steekt boven alle andere uit omdat zij van God komt, omdat ze naar God streeft, omdat God er de band van is – en omdat zij eeuwig zal voortduren in God. Hoe goed is het op aarde lief te hebben zoals je het eenmaal in de hemel zult doen, hoe goed reeds hier te leren elkaar liefde te bewijzen zoals je het voor altijd in het hiernamaals zult doen.
Ik spreek hier niet over de gewone naastenliefde die je ter wille van de liefde Gods voor alle mensen moet hebben. Maar ik spreek over de geestelijke vriendschap tussen twee, drie of meer mensen, die elkaar laten delen in hun godsvrucht, in hun geestelijke ervaringen, en die met elkaar één van geest worden. Terecht kunnen zulke gelukkige mensen zingen: “Zie hoe goed het is met zusters en broeders samen te zijn !” (Ps.132,1

Kees Jongeneelen osfs

 

 

 

 

 

 

6 tot en met 12 september 2026
Pelgrimstocht van de Salesiaanse Familie
“Doe alles uit liefde en niet omdat het moet“

Zowel de Oblaten van Sint Franciscus van Sales en de ‘Salesiaanse kringen’ als de Salesianen, zusters en medewerkers van Don Bosco hebben de heilige Franciscus van Sales als hun grote voorbeeld.
Hij is bisschop van Genève en woont in Annecy, een stadje in de Haute Savoie. Hij leeft in een tijd van politieke verwarring en binnen een verdeelde christelijke gemeenschap, want de reformatie is in volle gang.
In 1609 verschijnt zijn meest bekende werk, in het Nederlands vertaald als ‘Inleiding tot het devote leven’. Het boek is ook wel bekend onder de naam van de hoofdpersoon: Philothea. Over die naam schrijft Franciscus: “Ik noem de lezer Philothea, dat wil zeggen de God liefhebbende of op God verliefde ziel. Aanvankelijk heb ik dit boek geschreven voor een enkele ziel, maar nu zal het ook anderen van dienst zijn. Daarom koos ik een passende naam voor iedereen die Gods liefde zoekt.”
De boodschap van dat boek luidt: ‘Om een goed christen te zijn, hoef je niet in een klooster te gaan, dat kun je ook op de plaats waar je woont, werkt en leeft.’ Een revolutionaire uitspraak voor die tijd en voor velen een echte bemoediging. Franciscus van Sales is ook een begaafd geestelijk begeleider. In duizenden brieven is te lezen hoe hij welgemeende raadgevingen vermengt met een hartelijke vriendschap. Franciscus van Sales heeft oog voor de individuele mens. Zijn begeleiding is steeds persoonlijk en op maat. Het motto dat boven al zijn raadgevingen gezet kan worden, is de zin die hij aan Jeanne de Chantal schrijft: “Doe alles uit liefde en niets omdat het moet.” Die liefde is gericht op God en omvat vandaaruit alle mensen.
De allesbepalende gerichtheid op God staat in het teken van de liefde. Met angst, dwang of regeltjes heeft dit godsbeeld niets te maken. God is liefde, de mens is vrucht van deze liefde en het verlangen van mensen om goed te leven staat in het teken van deze liefde.

 

Een reis naar de streek
van de heilige Franciscus van Sales
in en rond de Franse stad Annecy

 

 

Reisdatum
Van zondagochtend 6 september tot zaterdagavond 12 september 2026 (vertrekken vanuit Nederland en via Leuven in Vlaanderen naar Annecy).
Maandag: Thorens-Glières (geboorteplaats) en La Roche-sur-Foron.
Dinsdag: Château des Allinges en Thonon-les-Bains.
Woensdag: Annecy.
Donderdag: Ermitage St.-Germain-sur-Talloires en Chambéry.
Vrijdag: Lyon.

Pelgrimstocht
Het wordt een bijzonder inspirerende week waarbij we ons door reflectie en bezinning laten raken door de ‘salesiaanse spiritualiteit. Op enkele belangrijke plaatsen zullen we samen de eucharistie vieren.

Nuttige info
• Organisator: Don Bosco Vlaanderen vzw – Brussel.
• Reis met comfortabele bus (50 personen).
• In Annecy zijn we 4 nachten in Centre Jean XXIII (www.centrejean23.com). In Lyon (2 nachten) logeren we Domaine Lyon Saint Joseph (www.domaine-lyon-saint-joseph.fr). Op beide plaatsen: één- en tweepersoonskamers.
• Volpension: overnachting en ontbijt, lunchpakket, warm avondmaal.

Begeleiding
Voorbereiding en begeleiding van de reis: p. Wilfried Wambeke, salesiaan van Don Bosco (Pieter Calandlaan 196 te 1069 LA Amsterdam).
Prijs per persoon: 910 euro (990 voor een eenpersoonskamer). Op de kleine persoonlijke uitgaven na, is hierin nagenoeg alles inbegrepen.

Je kan tot 10 juli 2026 aanmelden bij
Kees Jongeneelen: osfs@hetnet.nl of tel. +31 413 289 786 of bij Wilfried Wambeke: wilfried.wambeke@donbosco.nl of tel. +32 495 500 631 voor België en +31 6 12 700 646 voor Nederland.Na de aanmelding zal je een brief ontvangen met verdere info over de definitieve inschrijving en de betaling van een voorschot.

Inschrijving voor de ANNECYREIS van 6-12 september 2026
Wenst u met 2 personen in te schrijven, gebruik dan twee afzonderlijke formulieren.
Duidelijk leesbaar schrijven a.u.b.

NAAM + voornaam: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Straat: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Nummer: . . . . . . .

Postnummer: . . . . . . . Gemeente: . . . . . . . . . . . . . . . .

Telefoon: . . . / . . . . . . . . . . . Gsm: . . . . / . . . . . . . . .

Geboorteplaats: . . . . . . . . . . . Geboortedatum: . . . . . . . .

E-mailadres: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Wenst een éénpersoonskamer:  Ja  Neen

Datum: . . . . . . . . . . Handtekening:

Sturen vóór 10 juli 2026 naar: P. Wilfried Wambeke sdb (wilfried.wambeke@donbosco.nl).

 

Salesiaans Contact maart 2026

Nog maar een maand en we vieren weer Pasen. In deze verwarrende en onrustige tijden hopelijk een baken van hoop. In de woestijn van ons leven en die van onze wereld mogen we op weg gaan: veertig dagen, veertig jaren, ons mensenleven lang. Dit nummer van Salesiaans Contact wil daarbij zijn als een bescheiden oase, een rustpunt om daarna weer verder te gaan. We wensen ons allen een goede tocht.

Wim Holterman osfs

SAMEN GAAN VOOR GOUD                                                                                                                                                                                          Tijdens de Olympische Winterspelen heb ik met veel bewondering gekeken naar ‘onze’ shorttrackteams. Niet alleen omdat ze individueel alsook samen geweldige inspanningen hebben ‘verzilverd’ met gouden medailles. Meer nog dan van hun prestaties heb ik genoten van hun teamgeest. Elke gewonnen medaille – ook op individuele afstanden – werd gevierd als team. Er was een enorme gunfactor. Zowel de mannen- als de vrouwenteams maakten het adagium ‘gedeelde smart is halve smart en gedeelde vreugde is dubbele vreugde’ méér dan waar. Bij verlies hielpen ze elkaar om de knop om te zetten om weer te kunnen gaan voor nieuwe topprestaties. Bij winst werden de teams samen met hun trainers tot één kluwen van feestende sporters. Indrukwekkend en ook emotioneel om te zien! Zelfs hun thuiszittende teamgenoten werden deelgenoot gemaakt van hun winst. Schitterend om te zien hoe sport kan verbroederen. Later las ik in de krant, dat de schaats(t)ers als militairen in Oostenrijk getraind hadden. Daarbij draaide alles om het teambelang. Een training in onderling vertrouwen en jezelf ondergeschikt maken aan het team met een geweldig resultaat!
In diezelfde week hebben ‘we’ Carnaval gevierd.

Mijn ervaringen daarin zijn beperkt. Wel voelde ik tijdens de Carnavalsviering in de kerk van Verbroedering…
Zijtaart een enorme saamhorigheid. Het was één groot feest van verbroedering voor jong en oud, van gedeelde vreugde die verdubbeld werd. Op de zondag na Aswoensdag lazen we in de kerk het verhaal van Jezus in de woestijn. Hij vast daar 40 dagen en 40 nachten. Hij treedt daarmee in de voetsporen van zijn eigen volk, dat 40 jaar – een mensenleven lang – door de woestijn had gezworven. Het is – zou je kunnen zeggen – een stageperiode, een training om de goede richting te vinden in zijn leven. Gaandeweg wordt voor Hem duidelijk, dat niet eer en macht, niet bezit Hem tot een ‘goddelijk’ mens maakt. Die woestijndagen maken Hem duidelijk, dat liefde en respect voor God en mensen aan zijn leven een gouden glans geven. Hij wil een levende Blijde Boodschap zijn van bevrijding en vergeving, van genezing en solidariteit. Daarvoor zoekt Hij zijn mensenleven lang tochtgenoten en bondgenoten om samen de wereld en het leven van mensen mooier te kleuren. Steeds opnieuw zet Hij daarbij de kleine, gewonde mens in het centrum van zijn aandacht.
Voor Frans van Sales heeft vasten eenzelfde dubbele betekenis. Het is voor hem allereerst binnengaan in de woestijn van het eigen hart om vandaaruit de hand te reiken aan zijn naaste. Schijnheiligheid is voor hem uit den boze. Vasten is voor hem ‘inkeer om mekaar’. In zijn Inleiding tot het devote leven’ (I,1) is hij daarin overduidelijk: “Iemand die bij voorbeeld een voorkeur heeft voor streng vasten, acht zich godvruchtig als hij maar goed en stevig vast, ook al druipt zijn hart tegelijkertijd van venijn. Want uit pure matigheid zou hij zijn tong zelfs niet met een druppel wijn of water nat maken, maar hij schrikt er niettemin niet voor terug zijn tong in het bloed van de evennaaste te dopen door zijn lastertaal en kwaadsprekerij. Anderen denken dat zij godvruchtig zijn omdat zij iedere dag een heel kerkboek vol gebeden afratelen, maar daarna gaan zij zich tegenover huisgenoten en buren rustig te buiten aan verschrikkelijke scheldpartijen. Een derde tast bijvoorbeeld wel gemakkelijk en royaal in de geldbuidel om de armen een aalmoes te geven, maar als het er op aan komt om zijn vijanden te vergeven is hij niet thuis.

En weer een ander vergeeft wel zijn vijanden, maar weigert zijn schuldeisers te betalen of hij moet er door de rechtbank toe gedwongen worden. Al deze mensen geloven dat zij heel godvruchtig zijn maar zij zijn het natuurlijk niet. In werkelijkheid echter zijn ze niets meer dan schimmen van de echte godsvrucht. Want de ware, levende godsvrucht veronderstelt op de eerste plaats de liefde tot God; sterker: zij is de liefde tot God maar toch ook weer niet de eerste de beste liefde. Want naarmate de liefde onze ziel verlicht en ons met God verenigt, wordt zij genade genoemd. Naarmate zij ons de kracht geeft om het goede te doen noemen wij haar Liefde Gods. Maar pas wanneer zij tot die graad van volkomenheid is gekomen dat zij ons niet alleen het goede laat doen, maar ons ook dwingt het goede zorgvuldig, ijverig, voortdurend en belangeloos na te streven, dan pas heet zij godsvrucht.”
Veertig dagen, veertig jaren, een mensenleven lang mogen wij ons in die geest een spiegel voorhouden in alle eerlijkheid. We gebruiken in onze tijd wel andere woorden dan onze heilige. Maar zij dagen ons desondanks uit om die mens te worden zoals God ons bedoeld heeft. Hij draagt ons op handen en laat niemand van ons vallen. Wij mogen leven in zijn liefde: individueel maar ook samen. We mogen net als de schaats(t)ers het beste uit onszelf halen en samen blijven kiezen voor het goede. Zo mag onze geleefde spiritualiteit een broedplaats worden voor solidariteit. Deze Veertigdagentijd mag ons scherp houden om ons leven te verzilveren tot een gouden glans.

Wim Holterman osfs

 

God blijft een mysterie
In een verpleeghuis ontmoette ik een diepgelovige vrouw met wie ik regelmatig sprak over de betekenis van God in haar leven. Ze was al ver in de negentig. Door ervaring was ze wijs geworden. Van drie van haar kinderen had ze al afscheid moeten nemen. Veel ontwikkelingen in de wereld had ze meegemaakt. Toen ze het einde van haar leven voelde naderen, zei ze steeds vaker dat het leven haar steeds stiller maakte, haar steeds meer tot zwijgen bracht.
Na haar dood vond een van haar kinderen op haar kamer een klein boekje met allerlei spreuken en teksten die zij mooi vond. Ik mocht het lezen. Op een van de bladzijdes stond geschreven: ‘Hoe ouder je wordt, des te minder weet je van God, en des te groter wordt het geheim.’
In de natuur….

Als wij mensen over God spreken kunnen wij dat niet op een andere wijze doen dan met onze eigen taal. Met woorden die ons vertrouwd zijn, geven wij aan wie God voor ons is en wat Hij voor ons betekent. Dit kan voor iedereen anders zijn. En vaak wordt God ook in elke (levens)situatie verschillend ervaren. Als we verdrietig zijn ervaren we Hem als iemand die troost geeft of juist niet. Als we het gevoel hebben in een ‘flow’ te zitten, ervaren we God als een Kracht die ons boven onszelf doet uitstijgen. Als we door de natuur wandelen of op reis zijn, kunnen we verwonderd zijn over de schepping en ervaren we God als Alleskunner of Wonderdoener.
Dat het zo is dat God voor iedere persoon anders kan zijn en ook in iedere situatie weer anders kan worden ervaren, geeft al aan dat God niet te vatten is in één of twee namen of woorden. Hij is zoveel tegelijk en altijd zoveel groter en meer dan wij kunnen uitdrukken. Al onze namen en woorden voor God brengen Hem misschien wel wat dichterbij, maar ‘Hij is niet zus of zo, Hij is altijd soms’, zo schreef de dichter Bertus Aafjes.
De diepgelovige vrouw in het verpleeghuis kreeg steeds meer ontzag voor wie God is. Het leven leerde haar om God God te laten zijn: een groot Geheim, een Mysterie. Van haar wijsheid kan ik nog veel leren. Misschien U ook!

Astrid van Engeland

 

Salesiaans Contact februari 2026

De winter is nog niet ‘vergangen’. We verlangen naar lichtende dagen en weldoende warmte. De donkere wereld waarin wij leven ziet uit naar eindelijk vrede. We weten dat het nog lang niet zover is maar ons verlangen blijft. In onze machteloosheid mogen we ons hopelijk wat gesterkt weten door dit Salesiaans Contact: een lichtpuntje, een klein teken van hoop vanuit een Salesiaans optimisme. Veel leesplezier!

Wim Holterman osfs

FEEST  FRANCISCUS VAN SALES

Zaterdag 24 januari, een stralend zonnetje verwelkomde iedereen in De Schoter in Eemnes, waar de koffie al bruin was.
Het was fijn elkaar weer te ontmoeten en na de koffie werd de zaal omgebouwd tot een ruimte waar we met elkaar de viering konden houden. Met mooie liederen en teksten van Frans van Sales werd het een feestelijke viering.

Na de viering werd het traditionele stamppotten buffet al bezorgd, maar we hebben eerst met elkaar het glas geheven op de feestdag van Frans van Sales en op gezondheid voor een ieder.
De stampotten vielen weer goed in de smaak en dat was te zien aan het kleine beetje dat overbleef. Er werd snel opgeruimd waarna er een korte presentatie was van de reis naar Troyes, ter gelegenheid van de viering van 150 jaar Oblaten van Franciscus van Sales, met beeld, geluid en commentaar van de deelnemers.
We kunnen terug kijken op een fijn feest en zien iedereen graag weer op zaterdag 11 april op de volgende familiedag.

Loes Wiggerts

 

 

 

 

 

 

FRANÇOIS DE SALES EN ZIJN DOVE KNECHT

Op dinsdag 27 januari waren wij – de Werkgroep Spiritualiteit – uitgenodigd om in de gezamenlijke parochies van Dordrecht een avond te verzorgen over François de Sales. Er waren ongeveer dertig mensen op afgekomen. Na een korte inleiding en een film over onze heilige zijn we met elkaar in gesprek gegaan over een aantal citaten die in de film aan bod waren gekomen. Het werden hele boeiende gesprekken. Eens te meer bleek weer, dat onze patroon ook in onze dagen mensen zeker nog kan boeien. Hij nodigt uit om met elkaar in gesprek te gaan door zijn open houding en vooral door zijn warme en nabije taal. Natuurlijk: soms zijn zijn uitspraken gedateerd, maar als je de tijdgebonden schil ervan afpelt dan blijven ze actueel. Dat bleek opnieuw die avond in Dordrecht. Wat ons daarbij opviel, dat een groot aantal van de aanwezigen wist, dat François de patroon is van de doven.
Voor mij was dit een uitnodiging om nog eens te zoeken naar het verhaal van François en zijn dove knecht. Dirk Koster was in zijn boek ‘François de Sales’ nogal kort over deze knecht. Hij schrijft erover: ‘Het meest onvergetelijk werd de bisschop voor zijn doofstomme knecht François. Hij had hem uit medelijden aangenomen. Ging geduldig met hem om en nam alle vriendelijke tijd om hem te helpen. De man veranderde zienderogen, kreeg weer zin in het leven en raakte zeer gehecht aan de bisschop. François de Sales zou later hiervoor tot patroon van de doofstommen uitgeroepen worden door Paus Pius X.’
Graag wil ik bij dit citaat een paar opmerkingen maken. Dirk Koster noemt de dove knecht ‘François’. Op andere plaatsen vond ik de naam ‘Martin’. Wellicht heeft Dirk zich hier vergist. Een tweede opmerking: het woord ‘doofstom’ klinkt in mijn oren behoorlijk denigrerend. Het is een nogal tijdgebonden benaming. Dove mensen kunnen echt wel ‘spreken’, alleen op een andere manier dan niet-doven. Feit is wel, dat ‘onze’ François een nieuwe manier ontdekte om met zijn knecht te ‘spreken’. En dat was heel uitzonderlijk in zijn tijd. Onderwijs aan dove mensen was ‘not done’. Met veel geduld en inlevingsvermogen leerden ze beiden met elkaar te communiceren via gebaren. Zo lukte het onze geliefde bisschop om zijn knecht te onderwijzen in de catechismus en bereidde hem voor op het ontvangen van de sacramenten. Dit heeft veel indruk achtergelaten op zijn tijdgenoten. François maakte duidelijk, dat doven niet ‘stom’ zijn. Ze kunnen wel degelijk leren en communiceren. Hij behandelde zijn knecht niet als iemand met een beperking, maar als een volwaardig mens die zijn volledige pastorale zorg toekwam. Zo werd onze heilige ook daarin een voorbeeld dat navolging verdient.

Rond 24 januari maakte Astrid van Engeland me attent op het facebook-account van ‘European Deaf Catholics’. Astrid is lid van de Salesiaanse Kring van Schijndel en is fulltime werkzaam als Geestelijk Verzorger in de Gelderhorst in Ede. De Gelderhorst is een organisatie die zorg biedt voor doven met een aan ouderdom gerelateerde zorgvraag, zo vermeldt de website. Op Facebook vond ik de afbeeldingen die ik voor dit artikel heb gebruik. Voor mij waren ze onbekend, maar wel voor zichzelf sprekend.

De begeleidende tekst vermeldt nog dat François communiceerde met dove mensen ‘met gebaren, geduld en compassie. Hij leerde dat communicatie verder gaat dan gesproken woorden. En zo heeft een bijzonder betekenis voor de dove gemeenschap. Zijn respectvolle, duidelijke en menselijke manier van communiceren maken hem tot een voorbeeld van inclusie en begrip’. Waarvan akte.

 

Wim Holterman osfs

Salesiaans Contact November 2025

HOOP DIE ONS DOET LEVEN

Er is een beroemde uitspraak van Dag Hammerskjöld die luidt: ‘Niet jij kiest de weg, maar de weg kiest jou’. Voor mij is dat een grote waarheid. Als ik terugkijk op mijn eigen levensweg dan is er veel op mijn pad gekomen waar ik niet zelf voor heb gekozen. Al lang geleden is er een Oblaat op mijn weg gekomen: Wim Timmermans. Toeval? Voor mij weggelegd? Ik ben die Oblaten-weg opgegaan, tastend en zoekend. Soms enthousiast, soms aarzelend. Toch bleven mijn voetstappen steeds aan die weg geklonken. Die weg werd me vertrouwd. Ik ging erop verder. Gaandeweg – met kleine stapjes – heb ik geprobeerd om me iets van de spiritualiteit van Frans van Sales eigen te maken. En dat in verbondenheid met mijn medebroeders, met mensen die hetzelfde geloven en hopen, met tochtgenoten en bondgenoten. Ik heb er mijn geluk gevonden. Het is voor mij een goede weg tot nu toe en hopelijk tot ik mijn einddoel bereik. Veel mensen om me heen hebben me vastgehouden als ik dreigde te vallen. Ze hebben me laten voelen, dat dit voor mij een goed begaanbare weg is. Zelf heb ik ook heel wat mensen een hand mogen toesteken. Goddank! Veel ontmoetingen, hechte vriendschappen hebben me in het juiste spoor gehouden. Woorden, aanmoedigingen, vertrouwen: ze zijn voor mij geweest als leeftocht. Zonder zoveel lieve medepelgrims zou mijn weg onbegaanbaar zijn geworden, een met veel valkuilen.
Het lied ‘Pelgrims van hoop’ – geschreven bij gelegenheid van het Jubeljaar 2025 – begint met de prachtige zin: ‘vlam van liefde, hoop die ons doet leven’. Wordt hierin niet kernachtig weergegeven wat ons gaande houdt? Wat de motor is? Er is iets in ons dat brandt van hartelijke liefde. Een vonk die op ons overslaat en die wijzelf mogen doorgeven. Er is leven-gevende hoop, levende verwachting. Dat is de belangrijkste bagage, die we met ons meenemen. Bijbels heet het: op weg zijn naar ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’. Niet een fata morgana, maar zichtbaar en tastbaar hier, en nu al. Kris Gelaude schrijft in een gedicht over hoop: ‘hoop is de bron die op de bodem van je ziel ligt en soms onvermoede kracht naar boven haalt; zij is de stem die wanneer je twijfelt en er zelfs geen weg te zien is, zegt: “Sta op en ga”. We zeggen in onze alledaagse taal ‘hoop doet leven’. Het is die diepgewortelde hoop die ons een visioen voorhoudt. Als christenen mogen we zeggen, dat die hoop ons doet uitzien naar het Rijk van God: daar waar het leven goed is voor alles en iedereen, zonder uitzondering. Diezelfde hoop vraagt van ons dat we onze handen uit de mouwen steken; dat we het hart hebben om te leven vanuit en voor de liefde, heel concreet. Zo worden we levenslang geroepen om ‘te bloeien waar we zijn geplant’.
Paus Franciscus gebruikt de term ‘pelgrims van hoop ‘ ook om de roeping van de kerk in deze tijd aan te geven. Deze kerk mag geen machtig bolwerk zijn. Ze bestaat uit mensen, die samen onderweg zijn; synodaal naar elkaar luisterend en biddend, met een open blik naar de toekomst. Mensen ook die niet voorbijgaan aan het lijden van de wereld en die hartstochtelijk uitzien naar eindelijk vrede. Wij mogen die mensen zijn. Samen kunnen we de hitte van de dag dragen. Ook mogen we gezamenlijke rustpunten inbouwen, momenten waarin we onze verbondenheid met anderen vieren en onze inspiratie delen. Als pelgrims van hoop mogen we optrekken met hen die geen stem hebben en die niet gehoord worden. We staan stil bij de schoonheid van de schepping en willen daar van harte zorg voor dragen. We zoeken naar de tekenen van de tijd, die ons nieuwe moed kunnen geven en die ons uitdagen om – zo nodig – andere wegen te gaan.
Frans van Sales is een goede gids op onze pelgrimstocht. Hij houdt ons met beide benen op de grond. Volgens hem heeft het geen enkele zin om onze hoop te laten uitgaan naar iets wat onbereikbaar is. In zijn ‘Inleiding’ schrijft hij klip en klaar: ‘Ik zou niet willen dat je bijvoorbeeld verlangt een scherper verstand of een dieper inzicht te hebben; dit zijn van die nutteloze verlangens, die de plaats innemen van de wensen die je wél moet hebben: gebruik en vervolmaak je eigen verstand, ontwikkel je eigen inzicht! Verlang niet naar middelen om God te dienen die je niet hebt, maar gebruik trouw en ijverig de middelen waarover je wel beschikt’ (III, 37). De weg kiest mij met mijn mogelijkheden en onmogelijkheden, met mijn geschiedenis en mijn karakter. Voor onze heilige gids geldt, dat God van mij houdt zoals ik ben. Tevens spoort hij mij aan om ‘de vlam van liefde’ brandend te houden als een krachtbron om samen met anderen op weg te blijven gaan. Moge dat ‘de hoop zijn, die ons doet leven’.

Wim Holterman osfs

In ons Salesiaans Contact van oktober hebt u een verslag kunnen lezen van onze reis naar Troyes om daar het 150-jarig bestaan van onze congregatie te vieren. Een onvergetelijke reis. We hebben daar onder meer de Eucharistie gevierd in de kapel van de zusters van de Visitatie. Daar heeft de Goede Moeder Marie de Sales Chappuis een groot deel van haar leven gewoond. Dáár heeft zij pater Louis Brisson overtuigend uitgedaagd tot de stichting van de Oblaten van Franciscus van Sales. Voor ons dus ‘heilige grond’. Tijdens die viering heeft onze Generale Overste Barry Strong onderstaande homilie gehouden. We hebben die zo goed en kwaad als mogelijk vertaald en delen die graag met u.

Beste broeders en zusters, leden van de Salesiaanse familie,

Vandaag mediteren we over het mysterie van de Visitatie, waarbij Maria, die Christus in zich draagt, opstaat en zich haastig naar Elisabeth begeeft.
Deze ontmoeting is niet alleen een familiebezoek, het is een heilige ontmoeting. Overal waar Maria gaat, is Christus aanwezig. Overal waar Christus aanwezig is, ontstaat vreugde, wordt het geloof vernieuwd en springen de harten op van hoop. Johannes springt op in de schoot van zijn moeder, Elisabeth zegent haar nicht en Maria zingt haar Magnificat. Wat een mysterie om te vieren op deze jubileumdag, 150 jaar nadat moeder Marie de Sales Chappuis, overste van dit klooster, tot God werd geroepen, en 150 jaar nadat de zalige Louis Brisson hier in Troyes de Oblaten van Sint Franciscus van Sales oprichtte onder haar inspiratie. Twee momenten die, net als de reis van Maria naar Elisabeth, momenten van bezoek waren: de Heer die zich door zijn trouwe leerlingen met zijn volk verzoende. Twee gebeurtenissen die door Gods voorzienigheid met elkaar verbonden waren.

 

 

 

 

 

 

 

Muurschildering Klooster Zusters Oblaten van Franciscus van Sales in Troyes

Net als Maria droeg Moeder Marie de Sales Chappuis, de Goede Moeder, Christus in zich. Ze deed dat op de Salesiaanse manier, kalm en standvastig: met nederigheid, zachtheid en sterkte van geest. Ze vormde haar zusters met het liefdevolle geduld van het Evangelie. Haar voorbeeld heeft ook de eerste Oblaten gevormd. Haar dood in 1875 was in feite een ander “Magnificat”: een leven dat de grootheid van God verkondigde en een erfenis achterliet die de hele Salesiaanse familie blijft inspireren.
In datzelfde jaar ontstonden de Oblaten van Sint Franciscus van Sales. Net als Maria bleven de eerste Oblaten niet werkeloos. Ze gingen “haastig”
naar scholen, missies en parochies om Christus te brengen in het gewone leven van gewone mensen. Ze brachten Christus met geduld, nederigheid en vreugde. Hun motto was de eenvoudige aansporing van de heilige Franciscus van Sales: “Leve Jezus! ” Niet alleen in woorden, maar ook in het dagelijkse geduld in de klas, het discrete werk van de pastorale zorg, de edelmoedige geest van de missionaire dienstbaarheid. Hun leven sprak van wat Franciscus zelf onderwees: grote heiligheid bestaat erin trouw en vreugdevol de kleine taken van elk moment te vervullen. En dat is precies de betekenis van dit jubileum. Een jubileum is niet alleen een moment om de herinneringen uit het verleden te koesteren, maar ook om het heden te vernieuwen en de toekomst te omarmen. Het mysterie van de Visitatie leert ons dat wanneer we Christus in ons dragen, we vooruit moeten gaan, we Hem naar anderen moeten brengen. Dat is de roeping van de Oblaten: Jezus in ons hart beleven en Hem met zachtheid en volharding delen met de wereld om ons heen. Niet noodzakelijkerwijs door grote gebaren, maar door gewone dingen op een buitengewone manier te doen.
Vandaag verheugen we ons. We verheugen ons over de trouw van
Moeder Marie de Sales Chappuis. We verheugen ons over de gedurfde visie van de zalige Louis Brisson, onze stichter. We verheugen ons over de 150 jaar aanwezigheid van de Oblaten in de Kerk en over de talloze levens die geraakt zijn door hun discrete getuigenis van heiligheid.

En voilà. Maria heeft zich gehaast. Moeder Marie de Sales is trouw geweest. Pater Brisson is moedig geweest. De Oblaten hebben het charisma over de hele wereld verspreid. Ze hebben allemaal gereageerd op de ingevingen van de Heilige Geest. En nu vraagt diezelfde Geest aan ieder van ons: wilt u Christus dragen? Zult u een bezoek brengen vol vreugde, zachtheid en geloof? Zult u “haastig” naar uw families, uw werkplekken en uw gemeenschappen gaan?
Moge in dit jubileumjaar het Magnificat van Maria ons lied zijn: “Mijn ziel verheft de Heer, mijn geest jubelt in God, mijn Redder. ” En moge deze dubbele verjaardag ons allen inspireren om Christus trouw te dragen, hem met vreugde te delen en Jezus altijd te ‘leven’!

Heer, onze God,
hier, in dit klooster van de Visitatie,
danken wij U voor Maria,
die Christus met vreugde heeft gedragen
en hem haastig naar anderen heeft gebracht.
Wij danken U voor moeder Marie de Sales Chappuis,
wier zachtaardige trouw blijvende vruchten heeft afgeworpen;
en voor pater Louis Brisson en alle Oblaten, levenden en overledenen,
die al 150 jaar lang de Salesiaanse geest in uw Kerk beleven.
Schenk ook ons de genade om Jezus te ‘leven’
met nederigheid, geduld en liefde,
opdat ons leven een bezoek van Uw aanwezigheid mag worden
voor allen die wij ontmoeten.
Door Christus, onze Heer.
Amen.

Barry Strong osfs

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Salesiaans Contact oktober 2025

In een grandioos weekend hebben we in het Franse Troyes samen met medebroeders van alle kanten van de wereld het 150-jarig bestaan van de Oblaten van Franciscus van Sales mogen vieren. U vindt hiervan een kort verslag in dit nummer van de hand van Marus Tijssen. Wil Vos deelt met ons van haar ‘Waardevol geschenk’ dat haar uitnodigt tot meditatie. Fijn dat we haar gedachten al lezend tot de onze mogen maken.

Alle goeds voor iedereen, Wim Holterman

Verslag van de reis naar Troyes, 2 t/m 5 oktober 2025

We schrijven 1875 en 2025 (de tijd waarin we nu leven), een tijdsspanne van 150 jaar tussen deze twee jaartallen en voelen de geladenheid van deze periode. We besluiten als Werkgroep Spiritualiteit dat we met een delegatie van de Salesiaanse Familie zullen afreizen naar de roots van de Oblaten van Franciscus van Sales, het Franse Troyes ten oosten van Parijs.
De reden: de Oblaten vieren dit jaar een dubbeljubileum; 150 jaar geleden stichtte  Louis Brisson de congregatie in deze stad. Hij werd 34 jaar lang achter zijn broek gezeten door Marie de Sales Chappuis, om een mannelijke congregatie te stichten met als spiritueel patroon Franciscus van Sales, prinsbisschop van Geneve, residerend in Annecy  (de Oblatinnen waren een paar jaar daarvoor gesticht). In datzelfde jaar 1875 overleed Marie de Sales Chappuis; haar opdracht was volbracht na een tumultueus leven als Visitandin.  Twee gedenkwaardige feiten, die het vieren waard zijn en die deze reis rechtvaardigen.

Op Donderdag 2 Oktober 9.30 u. vertrokken we met een groep van 16 personen: 3 Oblaten en verder vertegenwoordigers van, op een na, alle kringen vanuit Sint Oedenrode.  Onderweg werden verwachtingen gedeeld en genoten we van cakejes, die Annerie Arets ons had meegegeven en zongen we Marianne Mens toe , die jarig was.

Na een tussenstop kwamen we aan in Plancy, de geboorte- en sterfplaats van Louis Brisson. Plancy in de regio Champagne, het land van wijn, windmolens, boerencoöperaties en silo`s. We werden daar hartelijk ontvangen door de enige zuster die nog in het sterfhuis van Brisson woont. We bezochten de kerk en het huisje met de sterfkamer en genoten van de gepresenteerde drank en koekjes. We vervolgden onze weg naar Troyes en zochten daar in het hotel onze kamers op. Daarna verdeelden we ons in groepjes om wat te gaan eten in een van de volop aanwezige eetgelegenheden in het centrum.

Vrijdag,

De eerste volle dag in Troyes was er een openingsceremonie gepland in de Kathedraal om 14.30 u. Dus tot 14.00 uur hadden we de mogelijkheid het prachtige middeleeuwse centrum van de stad te bezoeken. Wij liepen een stuk van de stadswandeling langs schitterende bezienswaardigheden: heel veel vakwerkhuizen en veel kerken op een klein gebied. Een hele historische stad. Na de openingsceremonie in de kathedraal was er voor menig Oblaat een blij weerzien op het plein tussen collegae uit vele landen. Cyprien, een Franse Oblaat, die een groot deel van de organisatie aanstuurde, verzorgde daarop nog een rondleiding langs drie kerken: de Urbanus, de Saint Jean en de prachtige Madeleinekerk.

Uiteindelijk kwamen we aan bij Saint Bernard, het eerste opleidingshuis dat Brisson kocht, nu een lyceum voor jongeren. We werden  daar ontvangen met een warme maaltijd in de kantine van het Lyceum. Champagne werd bij alle gelegenheden vrijelijk uitgedeeld, waarna steeds heerlijke wijn volgde. De Afrikaanse Oblaten zongen begeesterd een door hun gemaakt lied, waarin ze zich presenteerden;” Nous sommes les Oblats de Saint Francois de Sales”. Toen volgde er nog een concertje in de Saint Nicolaskerk. Een groep enthousiaste jongeren uit het jongerenpastoraat trakteerde ons daar op muziek en religieuze liederen, die we mee mochten zingen. Op de terugweg naar het hotel werden we begeleid door een behulpzame lokale dame, die ons de kortste route wees.

Zaterdag was een drukbezette dag. We bezochten de viering bij de Visitatie en werden daarna in 4 groepen rondgeleid door het huis. We bezochten de crypte van de Goede Moeder en de plaats waar Brisson haar vaak  ontmoette, achter een traliewerk, en waar Brisson uiteindelijk de Heer zag en koos voor zijn stichtingsopdracht.  We bezochten het uitgebreide tuincomplex. Bij alle bezienswaardigheden kregen we  van de zusters veel wonderbaarlijke verhalen te horen. We genoten een lunch bij de Oblatinnen een paar honderd meter verderop en we kregen (te) lange verhalen in het rap Frans met betrekking tot ontstaan van de stichting en uitbreiding over de vele landen, waar Oblaten te vinden zijn. Menigeen van ons zat dan ook te knikkebollen! We konden ons vergapen aan de beroemde klok van Brisson, Vervolgens was er een galadiner op Saint Bernard. Wat een organisatie, wat een werk en wat een goede verzorging van alle gasten, Chapeau!! De avond werd afgesloten met een soort van bonte avond.

Op Zondag bezochten we de plaats waar Leonie Aviat haar eerste gelofte aflegde en werkte met de fabrieksmeisjes. Weer werden we overladen met heiligenverhalen. De vertalers (van Frans naar Engels) wisten gelukkig laconiek de te religieuze saus wat af te romen. We kregen een zeer uitgebreide warme lunch aangeboden door vrolijke Oblatinnen. De Oblaten kregen een mooie kaars en 3 flessen champagne aangeboden voor thuis.  We wandelden vandaar, met de flessen en de kaarsen, naar de Kathedraal voor de wijdingsceremonie van 2 diakens en 3 priester-Oblaten.

Een indrukwekkende, drie uur durende viering in een overvolle kathedraal met tientallen priesters, die zelf geëmotioneerd de handen oplegden bij de al even emotionele wijdelingen. Ook ons liet dat niet onberoerd: het doorgeven van de spiritualiteit van FvS wordt mede hierdoor gegarandeerd. Toen we de kerk verlieten kwam de bus al aanrijden om ons naar Sint Oedenrode terug te brengen, waar we om 1.05 u. die nacht vermoeid, maar ook zeer voldaan afscheid van elkaar namen, dankbaar voor wat we samen hadden beleefd in verbondenheid met elkaar.

Marus Thijssen

 

EEN WAARDEVOL GESCHENK

Meer en meer maakt het licht van de zomer plaats voor de schemering van de invallende herfst. De dagen worden rap korter, de avonden langer. Voor het eerst sinds lange tijd zie ik deze seizoenswisseling weer met vertrouwen tegemoet. De laatste jaren bezorgden een naderende herfst en winter mij een diep gevoel van onbehagen. Maar nu ik vanuit het open, stille en ’s nachts zo donkere buitengebied van Eemnes teruggekeerd ben naar de geborgenheid van het dorp, is dat gevoel verdwenen. Weer in de bewoonde wereld te mogen en te kunnen wonen stemt mij dan ook nog altijd met diepe dankbaarheid. Twee jaar geleden al nam ik het besluit om mijn geboorteplek aan de uiterste rand van de polder, waar ik na 36 jaar uiteindelijk toch weer was geplant, wederom te verlaten. Dat ging gepaard met veel wikken en wegen,  waarbij ik o.a. ook bij Franciscus van Sales te rade ging, middels zijn boek “Inleiding tot het devote leven”. Op de allereerste plaats zijn de aanbevelingen daarin gericht op het verbeteren van onszelf met betrekking tot onze relatie met God. Maar daar voor mij die relatie geheel geïntegreerd is in het leven van alle dag, is het heel gewoon geworden in tal van zaken dat boek erop na te slaan. Dus ook toen bij mij dat gevoel van verlangen naar een ander leven almaar sterker werd. In het 6de hoofdstuk van het tweede deel van dat boek las ik:

“JE MOET ECHTER NIET TEVREDEN ZIJN MET GEVOELENS IN HET ALGEMEEN, HET GAAT ER JUIST OM ZE TE LATEN UITMONDEN IN PRAKTISCHE BESLUITEN”

Maar alleen met een besluit kom je volgens Franciscus nog geen steek verder:

“WANT NIET MET GEVOELENS VERBETER JE JEZELF, MAAR WEL MET HET VASTE VOORNEMEN JE BESLUITEN OOK UIT TE VOEREN”.

Om een lang verhaal kort te maken: die uitvoering heeft veel energie gekost, maar wat heeft het veel opgeleverd!

Edith Spelt, een kunstenares, waar ik al jaren een bijzonere vriendschap mee heb, bood mij als geschenk bij het begin van deze nieuwe levensfase aan, dat ik één van de vele schilderijen die zij ooit maakte mocht uitzoeken. Zij schildert vanuit de spirituele wereld, zoals zij dat zelf verwoordt en een groot aantal van haar werken staan in depot. Middels een catalogus kon ik een keuze maken. Eén sprong er voor mij direct uit: Een groot doek, waarop een vrolijk gekleurde weg is afgebeeld. Aan de rand daarvan echter, tekenen zich donkere contouren af en ineens eindigt die weg abrupt. Maar niet in een donker gat, nee, rond het niets is een explosie te zien van kleuren, vooral van groen. De kleur van de hoop! Ik werd er helemaal warm van. Met verf en penselen had Edith mijn ervaring vast weten te leggen dat, als alle grond onder je voeten verdwijnt, je toch nooit hoeft te wanhopen. Dat als je valt, het in Gods’ handen is.

Als er iets is, waar we in deze wereld nu behoefte aan hebben, dan is het wel hoop. Aan de hoop als zodanig heeft Franciscus van Sales geen enkel hoofdstuk van zijn boek  “de Inleiding” gewijd, maar tegelijkertijd ademt alles wat Hij daarin heeft geschreven die hoop uit. Hoop, dat wij uiteindelijk onze bestemming zullen vinden in God, die in onmetelijke liefde naar ons omziet en die nooit laat varen het werk van zijn handen. Hoop, van waaruit ook Pater Brisson (1817-1908) stichter van de Oblatinnen en Oblaten van Franciscus van Sales moet hebben geleefd, toen aan het eind van zijn leven zijn hele levenswerk ten onder dreigde te gaan. Aan het begin van de 20ste eeuw moest hij toezien, hoe op last van de Franse regering  alle religieuze congregaties in Frankrijk opgeheven werden, dus ook die van hem. Maar ook de scholen en jeugdhuizen die hij  had opgericht. Zelfs zijn eigen  huis in Troyes, evenals dat in Plancy, werd hem ontnomen. Maar daar Oblaten en Oblatinnen zich intussen hadden verspreid  over delen van Europa en de verdere wereld, bleek de spiritualiteit van Franciscus van Sales gelukkig niet meer te stoppen!

Dat mocht ik met vele anderen de eerste dagen van oktober weer ervaren in Troyes, waar we bijeen waren rond de feestelijkheden die daar plaatsvonden ter gelegenheid van het feit dat het 150 jaar geleden was dat Pater Brisson  de congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales    stichtte. Het waren onvergetelijke dagen, waarin die Salesiaanse spiritualiteit volop voelbaar was en uitgedragen werd. Maar voor mij waren ze tevens een bron van inspiratie om deze spiritualiteit uit te blíjven dragen, met alle middelen die ons daarbij ter beschikking staan.

Weer thuis kijk ik naar mijn schilderij, dat een zodanige plek in mijn huis heeft gekregen, dat niets de aandacht afleidt van hetgeen erop te zien is.  Een plek die mij uittilt boven de hectiek van alledag en die uitnodigt tot meditatie. Een  klein, maar voor mij heel bijzonder detail: Edith schilderde het al in 2003, het jaar dat ik voor het eerst in Annecy in de voetsporen van Franciscus van Sales mocht treden…….. maakt dit geschenk voor mij nog waardevoller!

Wil Vos-Post

 

Om de feestelijke vieringen in Troyes te bekijken kunt u de volgende link gebruiken:

Op YouTube:  Le monde de François de Sales

Daar staan de openingsceremonie en de viering op zaterdag 4 oktober 2025; voor de viering van zondag 5 oktober kunt u onderstaande link gebruiken.

https://www.youtube.com/live/gLGb6KtC4VY?feature=shared

 

 

 

 

 

 

 

Salesiaans Contact september 2025

Lieve mensen, alweer een nieuw Salesiaans Contact. Hopelijk vind u er iets in van uw gading, iets ter inspiratie. Aan het begin van een nieuw werkjaar wil ik u graag een bekende wijsheid van Franciscus van Sales meegeven: ‘Wat we nodig hebben is een beker kennis, een vat vol liefde en een oceaan van geduld’. Het lijkt me een heel wijze raad om te groeien in ons menszijn. Noch de beker, noch het vat of de oceaan hoeft in één keer gevuld te worden. We mogen het stapsgewijs doen ons hele leven door.
Ik wens u namens de redactie van harte veel leesplezier.
Wim Holterman osfs

Eemnestival   

En dan ben je ineens weer aan de beurt om een stukje te schrijven voor het Salesiaans Contact. Dat begint bij mij meestal met het bedenken waarover ik zal gaan schrijven, soms weet je meteen een onderwerp of een gebeurtenis in je leven die je wilt delen met anderen en een andere keer, zoals nu bijvoorbeeld, loop je maar te dubben waar je het over zal gaan hebben.
Ons leven, mijn leven, kabbelt momenteel weer in rustiger vaarwater, na wat gezondheidsproblemen van Cees, mijn man. Hierdoor hebben wij deze zomer weinig plannen gemaakt en het rustig aan gedaan. Geen vakantie buitenshuis, maar af en toe een dagje weer iets ondernemen was ook erg fijn. Tijdens deze periode werd vooral ons geduld op de proef gesteld, maar met heel veel lieve mensen om ons heen, zijn we ook deze periode weer doorgekomen en gaan we de berg weer op.
We hebben in onze parochie de startzondag achter de rug en gaan vol frisse moed weer aan de gang; leuk om veel mensen opnieuw te spreken, vakantieverhalen te horen en nieuwe plannen voor het komende jaar te maken.
Begin september is er een feestweek die georganiseerd wordt door de KPJ en daar zijn wij als PGV-ers (Parochianen Gaan Voor) voor uitgenodigd om met hen voor te gaan in een viering in de feesttent. Dit wordt een viering voor iedereen, het thema dat we eraan gegeven hebben is: Durf uit je bubbel te komen! Met vertegenwoordigers van andere kerkgemeenschappen en verenigingen willen we gaan kijken hoe we uit onze bubbel kunnen komen en openstaan voor andere meningen en mensen.
Verder is er deze feestweek voor veel verschillende doelgroepen iets in en om de tent te beleven: begonnen is met een Kort en kleinkunst festival, waar je op 1 avond naar 3 korte voorstellingen gaat die opgevoerd worden op verschillende locaties zoals een boerenschuur, een oude smederij, de kelder van een restaurant; als publiek loop je met een groep van de ene locatie naar de andere en na de laatste voorstelling verzamelt iedereen zich in de feesttent waar je nog kunt napraten en een consumptie kunt krijgen op vertoon van je kaartje. Er is dan ook nog een afsluitend optreden van 1 van de artiesten.
Woensdagmiddag is er een traditionele kindermiddag voor alle kinderen; woensdagavond wordt er een boltoernooi gehouden om de titel Bolkoning of Bolkoningin van Eemnes; bollen is een kaartspel dat vooral in Eemnes gespeeld wordt.
Donderdagmiddag komen de senioren aan de beurt, voor hen is er een theatervoorstelling , een lunch en ’s avonds een dinnershow. Vrijdag kunnen alle bedrijven hun VRIJMIBO in de tent houden en in de avond is het feest voor 16+.
Zaterdag zijn er de hele dag door allerlei activiteiten en wordt de dag met een grote feestavond afgesloten.
Zondag zoals genoemd de viering met koffie na en dan wordt het Criterium van Eemnes, Rondje om de kerk, gereden door de sportievelingen van ons dorp; er wordt gestreden om de groene poldertrui. Daarna is er nog de mogelijkheid om even na te praten in de tent onder het genot van een drankje en hapje , opgeluisterd door muziek.
Zoals jullie zien is er veel te beleven in ons kleine dorp en daarna gaan we ons richten op de reis naar Troyes welke begin oktober zal plaatsvinden. Zoals mijn oma altijd zei: De tijd gaat snel, gebruikt haar wel! Met zoveel extra activiteiten kom je eigenlijk tijd tekort.

Loes Wiggerts

Vogeltjelief

In de crematieplechtigheid van een oma lazen we speciaal voor de kleinkinderen voor uit het prentenboek ‘Vogeltjelief’! Het verhaal gaat over een opa die zijn vrouw ‘Vogeltjelief’ noemt, omdat zij zo van vogeltjes houdt. Oma kan ze heel mooi nazingen. Op een dag wordt oma ernstig ziek en kan ze niet meer beter worden. Kort voordat ze doodgaat zegt ze tegen opa: ‘Wees niet verdrietig. Als je naar de vogeltjes kijkt zal ik er zijn.’ Toch is opa na haar dood ontroostbaar. Tot op een mooie lentedag een dapper, klein vogeltje met mooie, felle oogjes neerstrijkt op de vensterbank. Het doet opa denken aan zijn ‘Vogeltjelief’. Vanaf dat moment is opa weer blij en geniet hij weer van de vogels in de tuin. Hij klimt zelfs in de kersenboom om zo nog dichter bij oma te kunnen zijn. In elk vogeltje herkent hij wel iets van haar. Oma leeft verder in de vogels!
Na dit verhaal voorgelezen te hebben zeg ik tegen de kleinkinderen dat als oma er straks niet meer is, dat ze dan maar eens bij opa in de tuin
moeten kijken of ze daar niet een heel mooi vogeltje zien! En als dat zo is dan zou het oma wel eens kunnen zijn, zo vertel ik hun! De kleinkinderen zijn er even stil van. Een ervan, een meisje van 5 jaar, kijkt me ongelovig aan en zegt: ‘Het is niet waar wat jij zegt, want papa en mama hebben gezegd dat oma wordt verbrand!’ Toen viel ik wel stil, want hoe reageer je hierop? Even later gaf ik als antwoord: ‘Dat is ook waar. 

Oma wordt inderdaad verbrand, maar toch is ze niet helemaal weg. Oma houdt
daarvoor teveel van jullie. Als jullie ergens een heel mooi vogeltje zien, dan laat oma jullie weten dat ze jullie niet vergeet en dat ze in dat vogeltje nog steeds bij jullie is!’ Daarop had geen van de kleinkinderen iets te zeggen, ook niet die wijsneus van 5 jaar!
Diezelfde dag bleven ze ’s avonds bij opa pannenkoeken eten. Ineens roept een van de kleinkinderen: ‘Kijk opa! Oma zit in de tuin!’ Een mooi roodborstje zat op de grond bij het voederhuisje.
Prachtig. Ze hebben het verhaal van ‘Vogeltjelief’ dus toch beter begrepen dan de uitdrukking op de gezichtjes mij in eerste instantie deed vermoeden! Heerlijk, hier kan ik echt van genieten!

Astrid van Engeland

Salesiaans Contact augustus 2025

Bij het verschijnen van dit Salesiaans Contact is voor velen in ons land de vakantie al voorbij. Hopelijk is het gelukt om – zoals Kees Jongeneelen schrijft – te komen tot herbronning en tot herontdekking van wat en wie in je leven werkelijk van waarde is. Ook kijken we in deze aflevering even terug op de viering van het 150-jarig bestaan van onze congregatie door middel van een samenvatting van de toespraak van Peter Nissen zoals die is samengevat door Erica op ’t Hoog voor het bulletin van de KNR. Veel leesplezier!

Wim Holterman osfs

 

VAKANTIE EN RUIMTE SCHEPPEN VOOR WAT JE DIERBAAR IS

Volgens het scheppingsverhaal in de Bijbel is er elke week een zevende dag om tot rust te komen en te reflecteren op je leven. In het verlengde hiervan kunnen we de zomervakantie als een jaarlijks terugkerende periode beschouwen om onze lichamelijke, geestelijke en spirituele batterij weer op te laden. Het woord vakantie is afgeleid van het Latijnse werkwoord ‘vacare’, dat staat voor leegmaken, vrij worden, ontvankelijk worden voor wat is, mediteren. Een vakantie, in de echte betekenis van het woord ‘vacare’, kan je helpen te herbronnen door tijdelijk afstand te nemen van dagelijkse routine. Door tijd vrij te maken voor nieuwe ervaringen en voor alles wat jouw aandacht verdient, (her)ontdek je wat en wie er in je leven echt van waarde is. Het maakt hierbij niet uit of je een verre reis maakt of dat je die bezinning dichterbij vindt.

 

Dat kan overal, ook in je eigen land, stad, dorp en tuin. De essentie van een dergelijke vakantie is dus: tijd vrijmaken om ruimte te scheppen voor alles wat je dierbaar is. Tijd voor je gemoed om zorgen en beslommeringen te relativeren of een plek te geven zodat je het leven weer als een geschenk kunt ervaren. Tijd voor verwondering om te genieten van natuur, cultuur en het onverwachte dat op je weg komt. En natuurlijk ook tijd om het leven te vieren en te genieten.

 

‘Alles heeft zijn tijd’ kunnen we lezen in het boek Prediker van het Oude Testament. Prediker houdt mensen een spiegel voor die menen dat alles maakbaar is en die met een overvolle agenda ploeterend door het leven gaan. Hij geeft hen een goed advies: ‘Het lijkt me het beste, dat de mens vrolijk is en geniet van het leven, want als hij eet en drinkt en plezier heeft van zijn werk, dan is dat immers een geschenk van God’. Ons kwetsbare leven als een geschenk blijven ervaren, dat is dus ware levenskunst. Ook voor ons kan de natuur een verkwikkende bron van rust en spiritualiteit zijn. Niet voor niets zijn lange-afstandswandelingen en pelgrimstochten populair. Al wandelend kun je verwondering voelen over de schepping en ervaren dat je als mens onlosmakelijk deel bent van een groter geheel, waardoor je je zelf overstijgt. Hierdoor kan ook het besef van verantwoordelijkheid groeien, en dus ook de zorg voor de heelheid van de schepping, de leefomgeving en alle levende wezens.
Het zou goed zijn om dat vakantiegevoel, of minstens iets daarvan, het hele jaar door vast te houden. Elke dag een moment van rust en stilte te zoeken, even stil te staan en ons bewust te worden dat ons leven een gave is en dat we mogen leven in verbondenheid met allen die ons lief zijn. Stil te staan bij de Bron van ons leven die ons het eerst heeft lief gehad.

In zijn boekje – FRANS VAN SALES Op weg naar een evenwichtig leven -dat onze medebroeder pater Willem Spann osfs (z.g.)schreef als een eigentijdse vertaling van de Philotha schrijft hij:
“ Er is bijna geen woord dat in de tijd waarin jij leeft vaker wordt gebruikt dan ‘vlug’: “Ik moet nog vlug even…”, ‘kijk snel op…, puntennél!”Het is natuurlijk prima, dat je de jouw opgelegde taken met zorg uitvoert, maar zorg is heel iets anders dan gejaagdheid. Zorg en ijver zijn tekens van liefde, gejaagdheid heeft heel andere wortels. Daarom wordt je gemoedsrust door zorgzame ijver niet verstoord, maar des te meer door overdreven haast. Probeer je daarom bij je werk echt nooit te haasten. Je komt dan namelijk niet aan een goed oordeel toe en daardoor behartig je je zaken slecht. “Martha toch, wat maak je je druk over allerlei dingen”, zegt Jezus (Lukas 10,41). Het bevalt Hem niet, dat de gastvrouw zich zo onnodig van streek maakt. Daarmee bewijst ze haar gast immers juist een slechte dienst.
Wil je voor deze waarheid enkele gevleugelde woorden? Denk maar aan: “Haastige spoed is zelden goed” of (Spreuken 19,2): “Wie rent, valt op z’n neus”. Je kunt ook denken aan het verschil tussen rustige, traag stromende rivieren in vergelijking met onstuimige bergbeken: je snapt vanzelf, welke van de twee soorten het best berekend is op het handelsverkeer. En om in de stijl van jouw tijd te spreken: het zijn zeker niet de snelwegen waar je aan een prettige reis toekomt, met tijd voor de natuur en zorg voor de mensen die je ontmoet. Waar je anders alleen noodgedwongen, in de file, aan toekomt, dat kun je op een rustige binnenweg zonder onderbreking doen: je ogen, je oren en je hart de kost geven. Vermijd dus, ook op je geestelijke tocht, zoveel mogelijk de snelweg!
Nu kan ik je natuurlijk wel enkele vuistregels geven, zoals: probeer niet alles tegelijk te doen, breng orde en balans in je dagorde, maar veel belangrijker vind ik het, dat je evenwicht brengt in je taakopvatting. Ik bedoel dit: wanneer jullie Nederlanders zeggen: “Doe je best, God doet de rest”, slaan jullie de spijker precies op z’n kop. De doeltreffendste manier om je rust te bewaren is, te vertrouwen op Gods zorg voor jou en je wereld ”.
Dat wens ik u allen van harte toe nu u na de vakantie uw dagelijkse drukke leven weer oppakt.

Kees Jongeneelen osfs

150 JAAR OBLATEN VAN SINT FRANCISCUS VAN SALES

                                                                     Van religieus instituut naar beweging van het hart            

Op 8 mei vierden de Oblaten van Sint Franciscus van Sales (OSFS) hun 150-jarig bestaan. Naast een feestelijk samenzijn en een mooie viering stond er in de ochtend een inleiding van Peter Nissen gepland. Door omstandigheden kon hij deze zelf niet uitspreken. Pater Kees Jongeneelen, overste van de OSFS, nam de honneurs waar. Peter Nissen spreekt in zijn verhaal over een golfbeweging: van beweging naar instituut en weer terug naar beweging. Iets wat niet alleen voor de Oblaten geldt, maar ook bij andere congregaties te zien lijkt. Hieronder een samenvatting van zijn lezing:

Vanaf het jaar 1800 zijn er wereldwijd naar schatting zo’n 1250 nieuwe congregaties voor paters, zusters en broeders gesticht. Vele van die congregaties worden nu, althans in de westerse wereld, met sterke krimp en zelfs opheffing geconfronteerd. Die situatie nodigt uit om na te denken waar het bij al die congregaties eigenlijk om te doen was.

Onderscheid tussen inspiratie en vorm 

Het is belangrijk om daarbij onderscheid te maken tussen de inspiratie en de vorm. De vorm van de congregaties was tijdgebonden en passend bij de 19e eeuw. Hun kerkrechtelijke vorm paste bij de eeuw waarin de vrijheid van vereniging, een van de verworvenheden van de Franse Revolutie, op vele terreinen leidde tot een enorme institutionalisering.
Denk maar aan de vakbonden, de politieke partijen, de literaire en wetenschappelijke genootschappen. De congregaties waren het rooms-katholieke antwoord daarop. Op deze manier probeerde de katholieke Kerk invloed te houden op zorg en onderwijs. Wie vanuit gelovige inspiratie op die vlakken iets wilde doen, was door diezelfde kerk, een van de meest geïnstitutionaliseerde fenomenen uit die tijd, gedwongen om dat te doen in een kerkelijke erkende vorm, zoals een congregatie. Deze vorm was in 1566 onder paus Pius V ontstaan om meer grip te krijgen op groeiende religieuze gemeenschappen van vooral vrouwen (begijnen etc.). Er moest voortaan toestemming van een bisschop zijn en de leden moesten geloften afleggen. De congregaties van de negentiende eeuw waren zo een min of meer gestolde vorm van de inspiratie die tot hun ontstaan heeft geleid.
Tegenwoordig blijkt deze vorm haar langste tijd te hebben gehad. In Nederland bijvoorbeeld is sinds 1967 geen nieuw lid meer toegetreden tot de Nederlandse provincie van de OSFS, en sinds 2016 bestaat er alleen nog een Nederlandse communiteit. Veel vergelijkbare congregaties ondervinden dezelfde krimp. Dit leidt tot de vraag: waar lag de ware inspiratie van deze congregaties? Historisch gezien was de overgang van beweging naar instituut kenmerkend, maar nu ligt de uitdaging juist in de omgekeerde beweging: van instituut terug naar beweging.

Van institutie naar beweging

De huidige situatie in de Kerk en in religieuze instituten wordt gekenmerkt door een sterke institutionalisering en een klerikale structuur. Paus Franciscus riep via het synodale proces op tot een Kerk die meer beweegt dan institutioneel is, een Kerk die luistert en meebeweegt met de samenleving. Veel congregaties en gemeenschappen proberen deze uitdaging aan te gaan door bewegingen te vormen die hun oorspronkelijke inspiratie in eigentijdse vormen voortzetten. Voorbeelden hiervan zijn de Beweging van Barmhartigheid van de Fraters van Tilburg, de onlangs opgerichte Vincentiaanse beweging van de Lazearisten en de groei van benedictijnse oblaten die niet in kloosters wonen maar wel vanuit deze spiritualiteit leven. Ook de Oblaten van Sint Franciscus van Sales hebben hun Salesiaanse kringen.

Salesiaans Pinksteren

Voor verschillende in de negentiende eeuw gestichte congregaties van vrouwen en mannen ligt hun inspiratie in wat de kerkhistorica Wendy Wright, emerita van de Oblate School of Theology in Creighton, in navolging van de Franse oblaat en historicus Henri 1’Honoré, het ‘Salesiaanse Pinksteren’ van die eeuw noemt. Uit dat Pinksteren zijn verschillende congregaties voortgekomen, waarvan de Salesianen van Don Bosco en de Oblaten van Sint Franciscus van Sales met hun mannelijke en vrouwelijke takken in Nederland de bekendste voorbeelden zijn. Dit Pinksteren was het resultaat van de confrontatie met maatschappelijke noden tijdens de industrialisatie en de herontdekking van de boodschap van Franciscus van Sales (1567-1622), na Erasmus de grootste christen- humanist van zijn tijd. In 1877 werd Franciscus van Sales door paus Pius IX tot kerkleraar uitgeroepen, wat zijn spirituele erfenis onderstreept.
De spiritualiteit van Franciscus van Sales wordt gekenmerkt door een ruimhartige barmhartigheid, gebaseerd op het uitgangspunt dat God ons door Christus nabij is, vooral in de kwetsbaarheid van arme en gekwetste mensen. Zijn bekendste werk, Introduction à la vie devote (1609), inspireerde velen, waaronder Marie-Thérèse de Chappuis en Louis Brisson, die 150 jaar geleden aan de wieg stonden van de Oblaten van Sint Franciscus van Sales. Hun missie was gericht op onderwijs en pastoraat voor kinderen uit de arbeidersklasse, die door industrialisatie in armoede en sociaal isolement waren geraakt. De Oblaten wilden deze kwetsbare mensen nabij zijn, hen begeleiden en ondersteunen.

Beweging van het hart

Het idee dat God zelf kwetsbaar kan zijn, zoals door de kruisdood van Jezus, opent een heel nieuw perspectief op de ultieme relatie tussen mens en God. Het herinnert ons eraan dat ware kracht niet altijd ligt in onkwetsbaarheid, maar juist in het durven tonen van onze kwetsbaarheid en het openstaan voor de ander. Ze pleit voor het belang van gemeenschappen met een hart, waarin kwetsbaarheid niet wordt vermeden, maar gedeeld en omarmd wordt, wat kan leiden tot meer barmhartigheid en verbondenheid.
Dat brengt ons terug bij de Salesiaanse inspiratie, die van beweging tot institutie werd in congregaties als die van de Oblaten van Sint Franciscus van Sales. Het instituut lijkt zichzelf te hebben overleefd. Maar de beweging die eraan ten grondslag lag, heeft onze tijd misschien wel meer nodig dan ooit. Er is nood aan mensen en gemeenschappen met een hart, aan luisterende en niet-oordelende mensen en gemeenschappen, aan mensen die willen luisteren met het oor van hun hart. Het hart was in de iconografie het symbool bij uitstek van Franciscus van Sales. Over 25 jaar zullen we waarschijnlijk niet meer het 175-jarig bestaan van de congregatie OSFS kunnen vieren in ons land. Maar misschien kunnen wij dan wel het vijfentwintigjarig bestaan vieren van een Beweging van het Hart, die, geïnspireerd door de spiritualiteit van Franciscus van Sales, zich sterk maakt voor mensen en gemeenschappen met een hart.

ERICA OP ’T HOOG

Bovenstaand artikel is een samenvatting van het artikel dat in het bulletin van de KNR is verschenen.

 

 

Salesiaans Contact juli 2025

Met een ware hittegolf zijn we begonnen aan een heerlijke tijd van vakantie. Een tijd van genieten hopelijk, van vrij zijn voor elkaar, van verwondering om de natuur en om ‘mooie’ mensen op onze weg. Er is tijd voor een goed gesprek, voor hartelijke ontmoetingen. We mogen als ‘pelgrims van hoop’ op zoek gaan naar evenwicht en verbinding. Een goede gids daarvoor reikt Wil Vos ons aan. Astrid van Engeland sluit daar op aan. De enig goede instelling van je navigatie is ‘volg je hart’. Ik wens u allen – namens de redactie – een goede ‘reis’ toe en fantastische ontmoetingen.

Wim Holterman osfs

 

PELGRIMS VAN HOOP

10 Jaar geleden was ik voor het eerst in Rome. Een stad, die zo’n overweldigende indruk op mij maakte, dat ik destijds spontaan de belofte uitsprak om mijn kleinzoon Caesar, toen nog maar 2 jaar oud, daar mee naar toe te nemen als hij de basisschool zou verlaten. Deze zomer gaat dat gebeuren en dus boekten we vorig jaar de reis, waar al zo lang naar was uitgekeken. De beste optie was de meivakantie. Daar deze dit jaar aansloot op het Paasfeest verwachtten wij al extra grote drukte, maar dat in die week de Paus zou overlijden en er vervolgens een nieuwe gekozen moest worden, dat hadden we toch echt niet kunnen bedenken. Tjonge, wat een mensenmassa daar! Ondanks dat hebben we enorm genoten van wat Rome te bieden heeft. Wat een verhalen, wat een geschiedenis! Maar de beroemde kerken en musea waren eigenlijk niet te doen. Rijen van uren! En als je eenmaal binnen was, wilde je zo snel mogelijk weer naar buiten, omdat je het Spaans benauwd kreeg van al die mensen om je heen. Murw van alle drukte rond de St. Pieter ontdekten we de Kerk der Friezen, waar ik niet eerder in was geweest en na het beklimmen van de trap vonden we daar eindelijk een oase van rust, waar we even bij konden komen.

Gelukkig zijn er nog van die “toevluchtsoorden”. Onze eigen kerk in Eemnes is er ook zo een. Een plek, waar je niet afgeleid wordt door overdadige pracht en praal, maar waar ruimte en stilte is voor gebed en bezinning, een plek waar je voor even thuis kunt komen bij God. En het was op de eerste Pinksterdag, dat ik nog zo’n kerkje mocht ontdekken en wel in de Krim. Dat kleine dorpje in Overijssel, waar mijn oudste zoon woont en dat ik zo’n beetje als mijn buitenverblijf beschouw. Dit kerkje is op loopafstand van zijn huis en heeft altijd al mijn aandacht getrokken.

Toch had ik nooit de moed om er eens binnen te gaan. Het is een kerk van de Protestantse gemeente en meestal koos ik toch voor de RK kerk in Dedemsvaart of in Coevorden. Die Pinksterdag dus niet. Was het het werk van de H. Geest? Hoe dan ook, die ochtend werd ik er als het ware naar toe getrokken. Zoals ik al verwacht had, was de kerk van binnen heel sober: eenvoudige blauw-grijze banken, deuren in dezelfde kleur en voorin een enorme, eveneens blauw-grijze preekstoel. Aan het plafond een aantal kroonluchters en aan de muren een paar borden met teksten, die voor mij van afstand niet te lezen waren. Verder nog een paaskaars en een boeket bloemen. Anders niets. In de banken zo’n honderd mede-gelovigen, maar op die preekstoel een heel bijzondere dominee!

“Wie in voor- of tegenspoed hier zegen zoekt, mag hier binnentreden”, zo klonk in het in het openingslied. Nou, intens dankbaar voor en gelukkig met mijn nieuwe “oude” huis, waar ik sinds begin mei weer mag wonen, zat ik daar in “voorspoed” en voelde mij dan ook meteen meer dan welkom. Het lied eindigde met de woorden: “Waar de kerk van Liefde leest, is het feest”. Mijn hart maakte een sprongetje! Een kerk die van Liefde leest, kan het nog Salesiaanser? Die dominee bracht het die ochtend in praktijk en wel zodanig, dat je een speld kon horen vallen in dat kerkje. Centraal stonden de tien woorden, die Mozes in vuur en rook ontvangen had op de berg. “Want”, aldus de dominee, “Pinksteren is het feest van het woord. En in deze tien woorden, die door ieder van ons in onze eigen taal verstaan mogen worden, wil God ons niets opleggen, maar wijst hij ons liefdevol een richting, een richting ten leven. Het zijn dan ook woorden van hoop en toekomst.” Wat klonk dat vertrouwd. Deze taal vinden we immers ook bij Franciscus van Sales.
Op zijn geheel eigen wijze heeft deze Franse bisschop, in vuur en vlam gezet door Gods’ liefde, getracht de boodschap van het evangelie, de boodschap van liefde, hoop en toekomst, toegankelijk te maken voor alle mensen, ongeacht hun afkomst of hun levensstaat. En de woorden die hij daarbij koos, hadden niets van doen met opgelegde regels of wetten, nee, het waren en zijn woorden van bevrijding, van goede raad, die richting wijzen naar een andere manier van leven. Een manier van leven, waarbij God betrokken wordt, die op God is gericht. Frans noemde dat een “devoot” leven, oftewel een aan God gewijd leven. Dat klinkt nogal vroom in deze tijd, maar onze pater Willem Spann osfs, die een paar maanden geleden helaas is overleden en aan wie wij veel te danken hebben, wist er andere woorden aan te geven. Hij noemde het “een evenwichtig leven”. “Evenwicht tussen je natuurlijke, door allerlei omstandigheden bepaalde situatie en de diepere betekenis van je leven”, aldus Willem Spann in zijn bewerking van het boek van Franciscus van Sales: “Inleiding tot het devote leven”.

Die dingen doen, die je dichter bij de diepere betekenis van je leven brengen. Zijn dat niet die dingen, die je met liefde doet? Uit liefde voor je medemens, voor de schepping, uit liefde voor God, maar ook uit liefde voor jezelf?

DOE ALLES UIT LIEFDE, NIETS UIT DWANG

is een bekende uitspraak van Franciscus van Sales. En daarbij vertrouwt hij ons ook nog eens de geest van vrijheid toe. Met zo’n geest mogen wij de 10 woorden van Mozes verstaan, klonk het vanaf de kansel in dat kerkje in de Krim. Woorden van hoop, met liefde uitgesproken.

Voor het kerkje staat een bord, waarop de tekst: “Het geloof is als Wifi, je ziet het niet, maar het verbindt wel”. Franciscus en die dominee, even “raakten” zij elkaar op die Pinksterdag, twee Pelgrims van hoop!

Hoop, dat, wat er ook mag gebeuren in onze wereld, er een liefdevolle God is, die met ons is begaan.                                                                 Hoop, die ik mee naar huis nam en die ik hier met u wil delen!

Wil Vos-Post

 

JE HART VOLGEN

In ontmoetingen met mensen hoor ik regelmatig iemand zeggen: ‘Het is dat er van mij verwacht werd dat ik de boerderij over zou nemen, maar ik ben geen boer in hart en nieren.’ Of: ‘Er was vroeger geen geld voor een opleiding, anders was ik de verpleging in gegaan.’ Of: ‘Ik had graag voor de klas gestaan, maar vroeger was het nu eenmaal zo dat je thuis bleef en voor je kinderen zorgde. Een werkende moeder zijn kon helemaal niet.’

Het zijn zomaar enkele voorbeelden die aangeven hoe moeilijk het kan zijn om je hart te volgen, je passie achterna te gaan, te doen waartoe je je ten diepste geroepen voelt. Allerlei zaken kunnen je daarvan afhouden: de verwachting die je ouders van je hebben en waar je niet tegenin durft te gaan, niet de opleiding gaan volgen die je eigenlijk al zolang wilt doen omdat je het geld dat je met je huidige werk verdient niet wilt of kunt missen, de angst voor wat de omgeving wel niet zal zeggen van de keuze die je maakt, bang zijn om anderen te kwetsen of teleur te stellen.

Allerlei redenen zijn er om niet te doen wat je eigenlijk graag zou willen of waarvan je voelt dat het eigenlijk je weg is. Wij mensen hebben nu eenmaal de neiging om de gemakkelijkste en veiligste weg te kiezen als dat enigszins mogelijk is. Immers, waarom zouden we moeilijk doen als het gemakkelijk kan? Het vinden van je bestemming in het leven is misschien soms ook wel gemakkelijk, maar van dichtbij maak ik maar al te vaak mee dat het tegengestelde waar is. Niet voor niets zegt ook Jezus: ‘Nauw is de poort van het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden (Matteüs 7,14).’ En Jezus spreekt uit ervaring. Hij komt op voor mensen voor wie niemand opkomt. Hij houdt mensen een spiegel voor en zegt hun soms eens goed de waarheid. Hij gaat in tegen regels die de mens niet gelukkig maken. En dit alles doet hij niet voor zichzelf, maar vooral omdat hij medemensen gelukkig wil zien.

De weg van Jezus is geen eenvoudige weg. Jezus roept allerlei weerstanden op. Mensen maken het hem niet gemakkelijk. En toch… toch blijft hij die weg bewandelen. Niets of niemand kan hem daarvan weerhouden. Iets of Iemand moedigt hem steeds weer aan om door te gaan. Luisterend naar zijn hart weet Jezus dat hij niet anders kan. Het is zijn roeping, zijn levensbestemming om ‘zo goed als God’ te zijn, ondanks alles.

Zo worden ook wij uitgenodigd door Jezus, door God, door Iets of Iemand, om altijd opnieuw te blijven zoeken naar onze bestemming, naar de weg die God in ons hart heeft gelegd. Als wij in alle eerlijkheid en oprechtheid luisteren naar ons hart, dan kunnen wij uitgroeien tot de mens zoals we ten diepste bedoeld zijn. Tot een écht gelukkig mens, al is en blijft het misschien een weg van bergen en dalen. Zo is het leven!

Astrid van Engeland