Salesiaans Contact mei 2026
“Een nieuwe lente, een nieuw geluid”. Met deze woorden bied ik u graag weer een nieuw Salesiaans Contact aan. Wil Vos laat ons meegenieten van haar ‘gouden dag’. Verfrissend en optimistisch, Frans van Sales waardig. Astrid van Engeland deelt met ons van haar pastorale ervaringen. Eenvoudig maar rijk. Geniet ervan op een stil moment.
Een hartelijke Salesiaanse groet namens de redactie,
Wim Holterman osfs
EN DE KLEUR IS………..
Ik voel mij een rijk mens! Op deze prachtige 2de mei ben ik een dagje uit met mijzelf. Niet naar een drukbezocht toeristisch gebeuren. Gewoon een tochtje op mijn fiets door de prachtige omgeving van ons dorp Eemnes. Water en brood in de fietstas en wat geniet ik! Allereerst van de bermen die, zover als mijn ogen reiken, geel kleuren met koolzaad. Ik word altijd zo blij van gele bloemen! Zelfs op sombere, grauwe dagen laten zij de zon schijnen. Koeien lopen al in de wei, lammetjes huppelen overal in het rond. Een meerkoetenpaartje durft het aan om met hun nog zeer prille kroost de beschutting van het riet van de Vaart te verlaten. Riet, waarin karekieten hun karakteristieke lied laten horen, terwijl ze acrobatisch meebewegen met de rietstengel waaraan ze zich hebben vastgeklampt. In het jachthaventje bij de Sluis heerst een vrolijke bedrijvigheid. En dat alles omgeven met de zinnenstrelende geur van het eerste pas gemaaide gras en van bloeiende meidoorns, die her en der in het landschap staan.

Nu zit ik even op een bankje, te midden van een zee van gele paardenbloemen. Elke bloem een wonder van de natuur op zich, bestaande uit wel meer dan 100-200 afzonderlijke bloempjes, die elk hun eigen nectar en stuifmeel hebben, waar insecten dol op zijn. Wat een weelde! Dan ineens breekt er tumult uit in de lucht: een grutto gaat ter bescherming van haar kuikens de strijd aan met een kraai. Ja, ook in de natuur gaat het er niet altijd vreedzaam aan toe. Daar is het “eten en gegeten worden”, waardoor er nogal eens strijd wordt geleverd. Kennelijk is ook dieren niets menselijks vreemd. Maar waar het er in de dierenwereld meestal puur om gaat te overleven (wolven en vossen daargelaten), raakt onze mensenwereld meer en meer in de ban van geld, hebzucht en macht. Een werkelijkheid die met de dag grimmiger, gewelddadiger en onberekenbaarder wordt. Mensenlevens doen er niet meer toe en ontelbaren zijn daar de dupe van. Zo is het nu en zo was het 400 jaar geleden, in de tijd van Franciscus van Sales ook al. Van alle oorlogen, revoluties en ruzies die sindsdien wereldwijd uitgevochten zijn lijken de lessen nog altijd niet geleerd.
“Dit nooit meer”, klonk het menigmaal en toch! De wereldorde wordt momenteel bepaald door een aantal rijke machthebbers die nooit genoeg lijken te hebben, die geen oog hebben voor het feit, dat ze ontelbare mensen beroven van hun dierbaren, hun thuis, hun bezittingen, beroven van een menswaardig bestaan, van hun vrijheid, van hun leven! Leiders, die geen oog hebben voor de noden van mensen maar die uit zijn op eigenbelang en totale vernietiging van alles wat daartoe in de weg staat.
Frans keek scherp in zijn tijd en had wel oog voor mensen. Zo zag Hij o.a. hoe zij menigmaal worstelden om het hoofd boven water te houden. Ja, ook Hij was van rijke afkomst en verkeerde vaak tussen de rijke adel. Rijkdom op zich is volgens hem dan ook niet verkeerd, maar het gaat erom hoe je ermee omgaat. Zelf deelde Hij rijkelijk uit van wat Hij bezat aan diegenen, die zelf niets hadden.
Afgelopen woensdag tijdens onze kringbijeenkomst hebben wij met elkaar aan de hand van het boekje van Pater Willem Spann osfs, “Op weg naar een evenwichtig leven”, o.a. hierover met elkaar van gedachten gewisseld. In dit boekje tracht Willem het gedachtengoed van Franciscus van Sales wat meer naar deze tijd te brengen. Frans heeft in zijn “Philothea” een drietal hoofdstukken gewijd aan armoede en rijkdom. (deel lll, hfdst. 14-16). Zo waarschuwt Hij ons niet vergiftigd te raken door rijkdom, je zinnen niet te zetten op het bezit van anderen en niet te treuren om verloren rijkdom. Hij bekrachtigt dit met deze uitspraak:
“VERLANG NIET MET HART EN ZIEL NAAR IETS DAT JE NIET BEZIT.
HECHT JE HART NIET AAN IETS WAT JE WEL BEZIT.
TREUR NIET OM WAT JE VERLIEST”
Een uitspraak die, wat mij betreft, het verdient om op billboards overal in de wereld in alle talen verspreid te worden! Ooit werd Saulus bekeerd van zijn heilloze weg van dood en verderf. Wat een zegen zou het zijn, als ook de wolven onder onze leiders op een ander spoor werden gezet! Het proberen waard, of denk ik in al mijn onmacht nu te eenvoudig?
Met bovenstaande uitspraak van Franciscus nog in mijn hoofd zat ik donderdagavond in het theater bij de musical “Bij ons in de Jordaan”. Een humorvol, maar tevens aangrijpend verhaal over armoede en rijkdom in deze Amsterdamse volksbuurt, dat zich afspeelt van mei 1945 tot nu toe. Een verhaal over mensen die tijdens en na de tweede wereldoorlog aan alles gebrek hadden, geliefden verloren, verbitterd raakten en vervolgens ook nog eens worstelden met veranderingen. Mensen die toe moesten zien, hoe slechts de allerrijksten zich uiteindelijk nog een woning konden veroorloven in hun Jordaan. Maar die elkaar niet loslieten, die rijk waren in humor, liefde, vriendschap en solidariteit, waardoor ze met een enorm doorzettingsvermogen uiteindelijk toch nieuw leven mogelijk wisten te maken voor elkaar. Een rijkdom, die ik ieder van ons van harte toewens, vooral ook onze “wereldleiders”!
Intussen is mijn brood op en mijn waterfles leeg. Tijd om mijn weg te vervolgen. Er is een spreekwoord dat zegt: “Prijs de dag niet voordat het avond is”. Gisteren werd via de radio voor vandaag “Code Geel” afgegeven, maar tot nu toe is het voor mij een Gouden dag. Het geestelijke boeket van mijn overpeinzingen is vandaag, hoe kan het ook anders, geel van kleur. Als afsluiting wil ik het hierbij graag aan u allen aanbieden. Daarbij de wens dat het, hoe uw omstandigheden ook mogen zijn, wat zonneschijn mag brengen in uw dagelijkse bestaan. Vrede en alle goeds vanuit onze Polder!

Wil Vos-Post
God blijft een mysterie
In een verpleeghuis ontmoette ik een diepgelovige vrouw met wie ik regelmatig sprak over de betekenis van God in haar leven. Ze was al ver in de negentig. Door ervaring was ze wijs geworden. Van drie van haar kinderen had ze al afscheid moeten nemen. Veel ontwikkelingen in de wereld had ze meegemaakt. Toen ze het einde van haar leven voelde naderen, zei ze steeds vaker dat het leven haar steeds stiller maakte, haar steeds meer tot zwijgen bracht.
Na haar dood vond een van haar kinderen op haar kamer een klein boekje met allerlei spreuken en teksten die zij mooi vond. Ik mocht het lezen. Op een van de bladzijdes stond geschreven: ‘Hoe ouder je wordt, des te minder weet je van God, en des te groter wordt het geheim.’
Als wij mensen over God spreken kunnen wij dat niet op een andere wijze doen dan met onze eigen taal. Met woorden die ons vertrouwd zijn, geven wij aan wie God voor ons is en wat Hij voor ons betekent. Dit kan voor
iedereen anders zijn. En vaak wordt God ook in elke (levens)situatie verschillend ervaren. Als we verdrietig zijn ervaren we Hem als iemand die troost geeft of juist niet. Als we het gevoel hebben in een ‘flow’ te zitten, ervaren we God als een Kracht die ons boven onszelf doet uitstijgen. Als we door de natuur wandelen of op reis zijn, kunnen we verwonderd zijn over de schepping en ervaren we God als Alleskunner of Wonderdoener. 
Dat het zo is dat God voor iedere persoon anders kan zijn en ook in iedere situatie weer anders kan worden ervaren, geeft al aan dat God niet te vatten is in één of twee namen of woorden. Hij is zoveel tegelijk en altijd zoveel groter en meer dan wij kunnen uitdrukken. Al onze namen en woorden voor God brengen Hem misschien wel wat dichterbij, maar ‘Hij is niet zus of zo, Hij is altijd soms’, zo schreef de dichter Bertus Aafjes.
De diepgelovige vrouw in het verpleeghuis kreeg steeds meer ontzag voor wie God is. Het leven leerde haar om God God te laten zijn: een groot Geheim, een Mysterie. Van haar wijsheid kan ik nog veel leren. Misschien U ook!

Astrid van Engeland





We hebben zojuist Pasen gevierd, het feest van nieuw leven, feest van hoop, Het feest van ondanks ……. En toch…..!?
Franciscus van Sales zegt over deze vriendschap: “Houd van iedereen met de liefde van een echte, sterke naastenliefde, maar schenk je vriendschap alleen aan mensen met wie je goede dingen, deugden, kunt uitwisselen. En naarmate de uitgewisselde deugden van grotere waarden zijn, zal ook je vriendschap aan waarde winnen. Maar de beste vriendschap is die waarin de gemeenschappelijke interesse Gods liefde is, de godsvrucht, de christelijke volmaaktheid. Deze vriendschap steekt boven alle andere uit omdat zij van God komt, omdat ze naar God streeft, omdat God er de band van is – en omdat zij eeuwig zal voortduren in God. Hoe goed is het op aarde lief te hebben zoals je het eenmaal in de hemel zult doen, hoe goed reeds hier te leren elkaar liefde te bewijzen zoals je het voor altijd in het hiernamaals zult doen.

Een reis naar de streek




De stampotten vielen weer goed in de smaak en dat was te zien aan het kleine beetje dat overbleef. Er werd snel opgeruimd waarna er een korte presentatie was van de reis naar Troyes, ter gelegenheid van de viering van 150 jaar Oblaten van Franciscus van Sales, met beeld, geluid en commentaar van de deelnemers.
Voor mij was dit een uitnodiging om nog eens te zoeken naar het verhaal van François en zijn dove knecht. Dirk Koster was in zijn boek ‘François de Sales’ nogal kort over deze knecht. Hij schrijft erover: ‘Het meest onvergetelijk werd de bisschop voor zijn doofstomme knecht François. Hij had hem uit medelijden aangenomen. Ging geduldig met hem om en nam alle vriendelijke tijd om hem te helpen. De man veranderde zienderogen, kreeg weer zin in het leven en raakte zeer gehecht aan de bisschop. François de Sales zou later hiervoor tot patroon van de doofstommen uitgeroepen worden door Paus Pius X.’
Rond 24 januari maakte Astrid van Engeland me attent op het facebook-account van ‘European Deaf Catholics’. Astrid is lid van de Salesiaanse Kring van Schijndel en is fulltime werkzaam als Geestelijk Verzorger in de Gelderhorst in Ede. De Gelderhorst is een organisatie die zorg biedt voor doven met een aan ouderdom gerelateerde zorgvraag, zo vermeldt de website. Op Facebook vond ik de afbeeldingen die ik voor dit artikel heb gebruik. Voor mij waren ze onbekend, maar wel voor zichzelf sprekend.
En dat in verbondenheid met mijn medebroeders, met mensen die hetzelfde geloven en hopen, met tochtgenoten en bondgenoten. Ik heb er mijn geluk gevonden. Het is voor mij een goede weg tot nu toe en hopelijk tot ik mijn einddoel bereik. Veel mensen om me heen hebben me vastgehouden als ik dreigde te vallen. Ze hebben me laten voelen, dat dit voor mij een goed begaanbare weg is. Zelf heb ik ook heel wat mensen een hand mogen toesteken. Goddank! Veel ontmoetingen, hechte vriendschappen hebben me in het juiste spoor gehouden. Woorden, aanmoedigingen, vertrouwen: ze zijn voor mij geweest als leeftocht. Zonder zoveel lieve medepelgrims zou mijn weg onbegaanbaar zijn geworden, een met veel valkuilen.
Deze kerk mag geen machtig bolwerk zijn. Ze bestaat uit mensen, die samen onderweg zijn; synodaal naar elkaar luisterend en biddend, met een open blik naar de toekomst. Mensen ook die niet voorbijgaan aan het lijden van de wereld en die hartstochtelijk uitzien naar eindelijk vrede. Wij mogen die mensen zijn. Samen kunnen we de hitte van de dag dragen. Ook mogen we gezamenlijke rustpunten inbouwen, momenten waarin we onze verbondenheid met anderen vieren en onze inspiratie delen. Als pelgrims van hoop mogen we optrekken met hen die geen stem hebben en die niet gehoord worden. We staan stil bij de schoonheid van de schepping en willen daar van harte zorg voor dragen. We zoeken naar de tekenen van de tijd, die ons nieuwe moed kunnen geven en die ons uitdagen om – zo nodig – andere wegen te gaan.





levensfase aan, dat ik één van de vele schilderijen die zij ooit maakte mocht uitzoeken. Zij schildert vanuit de spirituele wereld, zoals zij dat zelf verwoordt en een groot aantal van haar werken staan in depot. Middels een catalogus kon ik een keuze maken. Eén sprong er voor mij direct uit: Een groot doek, waarop een vrolijk gekleurde weg is afgebeeld. Aan de rand daarvan echter, tekenen zich donkere contouren af en ineens eindigt die weg abrupt. Maar niet in een donker gat, nee, rond het niets is een explosie te zien van kleuren, vooral van groen. De kleur van de hoop! Ik werd er helemaal warm van. Met verf en penselen had Edith mijn ervaring vast weten te leggen dat, als alle grond onder je voeten verdwijnt, je toch nooit hoeft te wanhopen. Dat als je valt, het in Gods’ handen is.

Het is natuurlijk prima, dat je de jouw opgelegde taken met zorg uitvoert, maar zorg is heel iets anders dan gejaagdheid. Zorg en ijver zijn tekens van liefde, gejaagdheid heeft heel andere wortels. Daarom wordt je gemoedsrust door zorgzame ijver niet verstoord, maar des te meer door overdreven haast. Probeer je daarom bij je werk echt nooit te haasten. Je komt dan namelijk niet aan een goed oordeel toe en daardoor behartig je je zaken slecht. “Martha toch, wat maak je je druk over allerlei dingen”, zegt Jezus (Lukas 10,41). Het bevalt Hem niet, dat de gastvrouw zich zo onnodig van streek maakt. Daarmee bewijst ze haar gast immers juist een slechte dienst.
Don Bosco en de Oblaten van Sint Franciscus van Sales met hun mannelijke en vrouwelijke takken in Nederland de bekendste voorbeelden zijn. Dit Pinksteren was het resultaat van de confrontatie met maatschappelijke noden tijdens de industrialisatie en de herontdekking van de boodschap van Franciscus van Sales (1567-1622), na Erasmus de grootste christen- humanist van zijn tijd. In 1877 werd Franciscus van Sales door paus Pius IX tot kerkleraar uitgeroepen, wat zijn spirituele erfenis onderstreept.
Toch had ik nooit de moed om er eens binnen te gaan. Het is een kerk van de Protestantse gemeente en meestal koos ik toch voor de RK kerk in Dedemsvaart of in Coevorden. Die Pinksterdag dus niet. Was het het werk van de H. Geest? Hoe dan ook, die ochtend werd ik er als het ware naar toe getrokken. Zoals ik al verwacht had, was de kerk van binnen heel sober: eenvoudige blauw-grijze banken, deuren in dezelfde kleur en voorin een enorme, eveneens blauw-grijze preekstoel. Aan het plafond een aantal kroonluchters en aan de muren een paar borden met teksten, die voor mij van afstand niet te lezen waren. Verder nog een paaskaars en een boeket bloemen. Anders niets. In de banken zo’n honderd mede-gelovigen, maar op die preekstoel een heel bijzondere dominee!

