Archief voor categorie: Actueel

Augustus 2023

AUGUSTUS   2023

VOORWOORD
In deze vakantiemaand vragen we even van uw tijd om ons ‘Contact’ te onderhouden. Graag willen we u laten delen in ons dankwoord aan Bert Post. Dank spreekt ook onze medebroeder Willem Spann uit bij gelegenheid van zijn 90ste verjaardag. Zelf heb ik wat gemijmerd rond het thema ‘bidden’. Graag wens ik u veel leesplezier.

 BERT, BEDANKT…

Op woensdag 26 juli togen Kees Jongeneelen en ondergetekende naar Noorden. Voor ons, Oblaten, een bekende stek. Hier was onze medebroeder Dirk Koster jarenlang pastoor en daar heeft hij ook zijn laatste rustplaats gevonden. Zelf kom ik er nog met een zekere regelmaat als we samenkomen met onze Salesiaanse Kring Noorden-Amsterdam. Het dorpje Noorden is een parel, die schittert aan de paradijselijke Nieuwkoopse Plassen. Het doel van onze reis was dit keer Bert en Greetje Post. We werden zoals altijd gastvrij ontvangen in hun huis, schitterend gelegen aan het water met een geweldig ruimtelijk vergezicht. Echt een paradijs.

Met name Bert heeft een lange geschiedenis met ons, Oblaten. Bij gelegenheid van het 125 jaar bestaan van de Oblaten  – 1999 – werd Dirk Koster gevraagd om een biografie van Franciscus van Sales  te schrijven. Hij vroeg Bert Post om de lay-out en de uitgave te verzorgen. Bert deed dit geheel belangeloos. Hetzelfde gold voor de uitgave van het ‘Boekje Open’, dat verscheen bij gelegenheid van het feit, dat de Oblaten 75 jaar in Nederland gevestigd waren. Later – we schrijven 2007 – schreef Dirk Koster een biografie over Louis Brisson, onze Stichter, bij gelegenheid van zijn 100ste sterfdag. En weer was Bert Post bereid om die uitgave te verzorgen en uit te geven. U raadt het al: geheel belangeloos. In datzelfde jaar – 2007 – waren wij, Oblaten, op zoek naar iemand die de uitgave van ons kwartaalblad Salesiaans Contact wilde vormgeven, contact met de drukker onderhouden en zorgen voor de verzending. Opnieuw was Bert bereid. Hij heeft dit met grote nauwkeurigheid, vakbekwaam en met liefde gedaan tot en met 2022. Dat betekent 15 jaar lang, 60 nummers!

In 2021 gaf Bert aan, dat de steeds terugkerende druk gezien zijn leeftijd wel wat hoog werd en dat hij wilde stoppen. Maar hij liet ons niet in de steek. Ook de jaargang 2022 heeft hij nog verzorgd totdat wij zover waren om over te gaan naar een digitale uitgave van ons blad.

Namens de Oblaten en namens alle lezers van Salesiaans Contact hebben we Bert als teken van onze grote dankbaarheid een mooie kaars aangeboden met het embleem van ons blad. Met een lunch in het door Bert en Greetje zelf uitgekozen restaurant ‘De Watergeus’ hebben we afscheid van hen  beiden genomen. En Bert zou Bert niet zijn, als een van zijn laatste woorden ten afscheid niet zouden zijn: “Als ik nog eens iets voor jullie kan betekenen dan laat het maar weten”.

Bert,  voor jouw inzet in al die jaren en voor de fijne samenwerking, namens de Oblaten en iedereen die van jouw werk heeft mogen genieten: BEDANKT!!!

Wim Holterman osfs

 

“DANKBAARHEID HAD DE BOVENTOON”

 Dit zinnetje uit het vorige nummer van Salesiaans Contact riep een recente belevenis bij mij op. Net als de drie medebroeders in het bewuste artikel had ik iets te vieren: mijn 90ste verjaardag. Dat heb ik o.a. in Sint-Oedenrode met de overige Nederlandse Oblaten gedaan en ik mocht voorgaan in de H. Mis. En net als zij wist ik geen betere omschrijving voor mijn gevoelens te vinden dan juist weer die dankbaarheid. Ik heb dat in onze viering als volgt onder woorden gebracht (ik kort het geheel wat in).

“Vol  d a n k b a a r h e i d  wierp de genezen melaatse zich voor Jezus’ voeten neer” (Lukas 17). Deze zin uit het Evangelie van zojuist leek me een duidelijk trefwoord, een mooi thema ook om over te preken. Toch vond ik, toen ik eenmaal wat verder ging graven, nergens in de bekende lijstjes van deugden die dankbaarheid terug: niet in de hoofdstukjes van de Inleiding, niet in die van Jeanne in haar getuigenis, niet in de theologische samenvatting die gemaakt is over de Salesiaanse leer! Zelfs het rijke wereldwijde web bracht geen uitkomst. Had dan nóóit iemand de deugd van dankbaarheid als voorwerp van studie aangepakt?

Een beetje ten einde raad, pakte ik het boekje van François Corrignan “Een weg ten leven” uit de kast … en vond daar de dankbaarheid terug, maar op een andere plaats dan ik verwacht had. Houd even voor ogen, dat de auteur de leer van Frans beschrijft als een “weg” die je moet gaan. Het eerste kenmerk van die weg is nu, dat hij begint bij het innerlijk van de mens en (dat is het tweede kenmerk) door de rede wordt geleid. Maar dán komt waar het hier om gaat: je hebt als derde kenmerk “een wakker geheugen” nodig, dat overvloeit van diepgaande herinneringen, afkomstig uit allerlei bronnen. Genoemd wordt hier dan allereerst de Bijbel, met zijn lofpsalmen over Gods grote daden, met het verhaal over Maria die alles in haar hart bewaarde en met het testament dat Jezus in de Eucharistie (= dankzegging!) naliet “om niet te worden vergeten”.

Corrignan gaat vervolgens diep in op de talrijke pogingen die Frans doet om geheugenverlies bij zijn vromen te bestrijden. Hij citeert daarbij uitvoerig uit de overwegingen die onze heilige voor hen heeft geschreven: korte, boeiende teksten, die telkens uitlopen op uitdrukkelijke dankbetuigingen aan God. Hier vallen de beeldende woorden “vriendschappelijke knipoogjes van God”, die beantwoord worden door uitingen van “erkentelijke wederliefde”. Dat we in die teksten vaak Paulus tegenkomen, in wiens brieven regelmatig uitspraken staan als deze: “Ik dank mijn God telkens als ik u gedenk”, zal niemand verwonderen. Hoewel het me een beetje verrast, dat in diens opsomming van de vruchten van de Geest uitgerekend de dankbaarheid niet wordt genoemd!

Als u me nog niet moe bent, hier nog enkele gedachten die ik elders vond plus een visuele bijdrage, geplukt van Wikipedia.

Mag ik Marcus Tullius Cicero geloven (en waarom zou ik níet?), dan is filosofisch bezien dankbaarheid “de moeder van alle deugden”. Ik heb dat overigens gelezen bij de hedendaagse filosoof Bohlmeijer, die ook vindt, dat het hier om een “ietwat ondergewaardeerde deugd” gaat, waaraan volgens hem velen “alsmaar meer nood hebben”.

Guido Gezelle, die het allemaal wat poëtischer zei, schreef dit: “Dankbaarheid is een bloemke / dat in weinig hoven bloeit”. Daarop aanhakend, zou je iets van deze deugd kunnen herkennen in het “vergeet-me-nietje”. Een bosje van die bloemen, zoals je ze kunt vinden in het bos, druk ik graag hierbij voor u af, in dank voor uw geduld om te blijven lezen!

 Willem Spann.

DE ‘HARTS-TOCHT’ VAN ONS BIDDEN

Verheft uw hart…
In elke eucharistieviering horen we kort voor het Grote Dankgebed: ‘Verheft uw hart’. En we antwoorden bijna automatisch: ‘We zijn met ons hart bij de Heer’. Woorden die veel zeggen over ons bidden. ‘Ons hart verheffen’: dat is opstaan, ons leven op een hoger plan brengen, richting de Levende. Het is de diepte ingaan, zoeken naar stilte, woorden vinden achter de werkelijkheid. Biddend verleggen we ons centrum naar de kracht die ons draagt, die ons inspireert en die ons gaande houdt. We bewegen ons naar God, die ‘groter is dan ons hart’. We zoeken contact met het ‘Hogere’ of we sluiten de Levende in ons hart. Ons hart bij de Heer laten zijn is niet vanzelfsprekend en lang niet altijd gemakkelijk. Want er is zoveel om ons heen waar ons hart gemakkelijker naar uitgaat. De leerlingen van Jezus wisten dat als geen ander. Vandaar hun vraag: ‘Heer, leer ons bidden’. Wij mogen die vraag ons leven lang met ons meenemen. Hopelijk voelen we ons blijvend leerling in de leerschool van het bidden.

In de stilte van het hart…
Henri Nouwen zegt ergens over bidden: ‘Het is zo moeilijk stil te zijn, stil met mijn mond, maar nog meer: stil met mijn hart’. Deze meester in de spiritualiteit geeft daarmee duidelijk aan dat bidden niet vanzelfsprekend is. Het vraagt van ons om de stilte in te oefenen, te trainen. Het is ons leren afsluiten van wat ons bezighoudt. Niet als een vlucht, maar als een poging om dichter bij onszelf te komen, om ruimte te scheppen voor een andere Stem. In de stilte van ons hart horen we het geluid van de liefde voor de mens naast ons: hoe we bijna goddelijk met elkaar verbonden zijn. In die stilte kunnen de woorden van de profeet Samuel de onze worden: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’. Horen met je hart is voorbijgaan aan alle vluchtigheid en je verbonden weten met Degene die goede woorden spreekt, verbonden ook met allen die samen met ons ‘hun hart verheffen’ tot de Eeuwige.

Met woorden van ons hart…
Terwijl het kerkbezoek slinkt zien we in veel kapelletjes en in stiltecentra talloze kaarsjes branden. We kunnen er lezen in een intentieboek: hartenkreten van mensen. Beden om genezing, om kracht, om ‘een goede uitslag’. Lezend in zo’n boek sluiten we ons biddend aan bij de opgeschreven woorden.  We voelen ons solidair met de ‘bidder’ of we maken de geschreven woorden tot de onze. In ons bidden zoeken we naar woorden, die zeggen wat er met ons is: ons diepste verlangen, onze scherp gevoelde pijn, ons gemis van een geliefd mens, onze vraag om gezondheid en geluk. Soms zijn het flarden van woorden, die uitdrukking geven aan onze dankbaarheid of aan ons zoeken naar inspiratie. Biddend zoeken we naar omvorming van ons leven, naar nieuwe toekomst voor onszelf en voor anderen. Ons bidden is wereldwijd: voor mensen in armoede om een rechtvaardiger verdeling van goederen, voor mensen in oorlog om eindelijk vrede, voor mensen die opkomen voor een duurzame wereld, voor mensen die hunkeren naar liefde en geluk. We bidden, dat wij zulke mensen mogen zijn (worden).

Met de ogen van ons hart…
Ik herinner me nog heel goed het beeld van Paus Franciscus: alléén op het immense Sint Pietersplein, een nietige figuur in de regen, het plein leeg door corona, biddend om zegen ‘Urbi et Orbi’, voor de stad en voor heel de wereld. Een beeld dat me raakte in mijn hart. Een beeld van authenticiteit en van bewogenheid om mens en wereld. Een beeld dat me mee doet zingen: ‘Ik sta voor U in leegte en gemis’. Een lied recht uit het hart.
Ik zie het beeld van een jonge moeder met haar pasgeboren kind op haar arm. Ze kijkt er naar met de ogen van haar hart. Die ogen spreken van onuitsprekelijke dankbaarheid maar ook van een hartenkreet om een goede toekomst voor haar kind. Een toekomst waar we allemaal biddend naar mogen uitzien. Bij mij komt dan het bekende gedicht van Guido Gezelle te binnen: ‘Als de ziele luistert spreekt het al een taal dat leeft’. Met de ogen van ons hart mogen we met hem mee zien: de ritselende bladeren aan de bomen, de onstuimige golven van de rivier, de fluisterende wind en de witte wolken. Alles wat leeft spreekt tot ons in woorden die ons overstijgen.

Van hart tot hart…

Frans van Sales heeft veel geschreven over ‘bidden’. Bidden geeft hem kracht in moeilijke tijden. Hij spreekt er zijn dankbaarheid in uit. Hij raadt ieder aan om te leven in Gods tegenwoordigheid. In zijn ‘Verhandeling over de liefde van God’ spreekt hij zeer behartenswaardige dingen over bidden. Uit alles wat hij erover schrijft blijkt zijn ‘liefdesrelatie’ met God. Zo schrijft hij o.m.: “Als het gebed dus een dialoog is, een intiem gesprek, een gesprek van de ziel met God, dan spreken wij daardoor tot God en God spreekt tot ons, wij verlangen naar hem, wij ademen op hem, en hij ademt op zijn beurt zijn Geest op ons uit en giet die over ons uit” (VI,1). Bidden is voor hem als een gesprek van hart tot Hart, dat getuigt van een intieme relatie. In die geest blijft Frans van Sales een leidsman op onze harts-tocht van het bidden.

Wim Holterman osfs

 

 

15e zondag

Vijftiende Zondag

Marcus 6, 7 – 13

DOOR JEZUS AANGEWEZEN

Jezus zond 72 leerlingen voor zich uit.
Zij zijn medewerkers aan zijn boodschap.
Hij geeft hen een aantal richtlijnen mee.
Door geen enkele ballast mogen ze gehinderd worden.
Ze hebben maar één boodschap:
“Vrede, want het Rijk Gods is u nabij!”.
Het is een boodschap, die kwetsbaar maakt.
Er is geen plaats voor macht of aanzien.
Niemand kan zich op iets laten voorstaan.
Voor Hem telt alleen maar wie je bent,
niet wat je bent of wat je hebt.
De leerlingen – en zijn wij dat ook niet? –
gaan met lege handen maar met een hart vol liefde.
Want in het Rijk van God gaat het
om mensen en om een paradijselijke wereld.
Iedereen moet daar tot zijn recht kunnen komen.
Het gaat er om een leven van delen,
zodat er voor allen genoeg is.
Ieder van ons is de aangewezen persoon
om in die geest de weg te gaan
van mens tot mens, van hart tot hart.
Het is de weg, die Jezus zelf is gegaan;
een weg van de stervende graankorrel
die leven geeft in overvloed.

Wim Holterman osfs

 

 

 

Salesiaans Contact juni 2023

 J U N I  2 0 2 3

 VOORWOORD

Als je – zoals Kees Jongeneelen en ik – een gouden jubileum mag vieren dan kijk je onwillekeurig terug. Hoe het allemaal begon. Hoe jong en onervaren je nog was. Dagen en jaren gaan als een film aan je voorbij. Soms in zwart – wit en dan weer in de prachtigste kleuren. Je loopt als het ware de toen begonnen weg nog eens na. Soms een mooi en goed begaanbare weg en dan weer een weg met hobbels en (val)kuilen. Al die dagen en jaren hebben je gemaakt tot wie je nu bent. Ze zijn één doorlopend groeiproces om te worden wie je in aanleg bent. De aansporing van Frans van Sales blijft met je meegaan: ‘Word wie je bent en word dat zo goed mogelijk’.  Ze is als een kompas, die je onderweg telkens weer uitnodigt om te kijken of je nog het goede spoor volgt.

In dit juni-nummer van ons Salesiaans Contact stelt Annie van Heerebeek zich ook die vraag: over de eerste duizend dagen van ons leven en ook over de laatste duizend dagen. Een open vraag, die tot nadenken stemt. Tegelijk is het ook een uitnodiging en een uitdaging om hier en nu al ‘te bloeien waar je bent geplant’. Het zijn vragen die er echt toe doen en die hopelijk met ons meegaan als we een wandeling maken in de zomerse natuur of als we op een fietstocht ons hoofd leeg maken en ruimte scheppen voor die goede en indringende vraag.

“Alle begin is moeilijk”: dat is de ervaring van Loes Wiggerts, die ze graag met ons wil delen. Ze beschrijft hoe ze toevallig terecht komt bij een boekje van Theo van Rossum osfs. Ze vindt er gedachten in, die haar raken en die haar aan het denken zetten. De conclusie van dat moeilijke begin wordt voor haar – en wellicht ook voor ons – : “Als liefde ons bindt, is God met ons”. Een gedachte die het overwegen zeker waard is.

Zelf werd ik een dezer dagen geraakt door een gebed van Dietrich Bonhoeffer. Deze dominee werd geboren op 4 februari 1906 en werd op 9 april 1945 vermoord in het concentratiekamp Flossenburg. Wikipedia noemt hem “een vooraanstaand Duits kerkleider, theoloog, verzetsstrijder tegen het nazisme en schrijver van christelijke boeken”. Kortom een groot man! Zijn gebed gaat zo:

God,
U bent met mij begonnen.
U bent mij nabij geweest
en hebt mij niet los willen laten.                                                            

U bent mij ook steeds weer
tegemoet gekomen op mijn wegen,
hebt mij verleid en ingepalmd,
hebt tot mijn hart gesproken
en haar bereid gemaakt,
hebt tot mij gesproken
over Uw verlangen
en eeuwige liefde,
over uw trouw en sterkte.

Toen ik kracht nodig had,
maakte U mij sterk,
toen ik rust nodig had,
riep U mij een halt toe,
toen ik vergeving nodig had,
vergaf U mijn schuld.
Diep in mijn hart heb ik dit niet gewild,
maar U overtuigde mij,
mijn wil, mijn verzet, mijn hart.

Heer,
ik heb mij laten overtuigen.
U bent te sterk voor mij.
U hebt gewonnen.

Een schitterend gebed bij ons gouden jubileum. Maar ook voor ieder van u, zo geloof ik. Het zijn woorden ons op het lijf geschreven.

Namens de redactie van Salesiaans Contact wens ik u veel leesplezier en verder alle goeds.

Wim Holterman osfs

 

Alle begin is moeilijk….

En dan ineens, zit je in de redactie van het Salesiaans Contact. Na een jubileumjaar waarin ik samen met Wil de maandelijkse nieuwsbrief mocht verzorgen vanuit de Werkgroep Spiritualiteit, werd ik door de overgebleven leden van de redactie die de digitale versie van het Salesiaans Contact gaat verzorgen gevraagd me bij hen aan te sluiten. Was ook handig, volgens hen, omdat ze de vergaderingen aansluitend wilden gaan plannen aan de vergaderingen van de Werkgroep Spiritualiteit, en daar ga ik altijd samen met Wil heen, dus of ik kon in de redactie komen of ik zou dan op Wil moeten wachten om naar huis te gaan.

Naast de taak van het verspreiden via de mail van het maandelijkse blad, werd ook gevraagd of ik op regelmatige basis iets wil schrijven. Ik heb aangegeven dat ik dat wel wilde proberen. Dus daar gaan we.

Een aantal weken geleden ging ik bij de plaatselijke kringloop een tas oude boeken inleveren, en dan kan ik het niet laten om ook even rond te lopen en dan vooral even tussen de boeken te snuffelen. En wat kom ik tegen: Franciscus van Sales, Profeet van de LIEFDE.  Dit boekje geschreven door Th. Van Rossum uit Beek en Donk is uitgegeven ter gelegenheid van het 125 jarig jubileum van de congregatie der Oblaten en de 80-ste verjaardag van Oblaat Theo van Rossum. Dus als ik het goed heb is dit boekje in 1968 verschenen.

De symbolische afbeelding op de omslag van het boekje: Bij deze twee watervogels, die mensen verbeelden, komen  alle natuurelementen –aarde, water, vuur, lucht tot hun recht. De een ontvangt berichten van de bovennatuur, de ander accepteert ze en zo komen ze volkomen in het Midden staan, waar ze eenheid vieren in het goddelijke Licht.

In het boekje, dat misschien verschillende mensen wel al kennen, staan mooie korte uitspraken en verklaringen met eenvoudige lijn tekeningen en foto’s. Ik wil er daar een aantal van met jullie delen.

Franciscus en Jeanne gingen samen op weg naar het Licht. Franciscus hielp haar, om in harmonie te komen met zichzelf en met God-in-haar.

 

Wij zweven samen Naar het goddelijk Zijn.

Samen één in het ene Licht.

Jullie zullen wel begrijpen dat ik heel blij ben met dit boekje. Het is in duidelijke taal geschreven en toch kun je lang bij te teksten stil staan, er zit een diepere betekenis achter.

De opdracht die er voorin staat is:

Als liefde ons bindt, is God met ons!

Laten we ons daar maar aan vasthouden in deze soms roerige tijden.

Met een vriendelijke groet,

Loes Wiggerts

Duizend dagen.

Al vaker las ik  over de eerste duizend dagen van ons leven: hoe belangrijk en  van vitaal belang deze zijn. Hoe snel je ontwikkeling dan gaat.
De eerste duizend dagen zijn je ouders om je heen, voelbaar nabij.

Maar hoe gaat het met je als de laatste duizend dagen in aantocht zijn. Hoe snel zal deze ontwikkeling gaan? Dan kom je ook bij het woordje: zingeving.

Pas geleden hadden we een bijeenkomst georganiseerd met als onderwerp: “Zingeving, vooral óók als je ouder wordt”. Twee sprekers namen ons mee in hun boeiende verhaal.

Wat vind ik nog écht belangrijk voor de toekomst?

Welke bagage neem ik mee die laatste duizend dagen?

Veel om over na te denken. Het advies was ook: probeer positief te blijven, je hebt zoveel levenservaring en ook zoveel herinneringen.

Een mevrouw van 87 jaar praatte vaak over haar ouders.  Ze sprak steeds in de tegenwoordige tijd. Voor haar waren ze nog dichtbij en ze straalde als ze zei: “Straks komen pa en ma koffiedrinken want ze wonen hier om de hoek”. “U boft”, zei ik dan, “wat lief van ze”. Ze bleven voor haar voor altijd dichtbij.

Op een van onze fietstochten kwam dit weer even bij me op, dat ‘t toch heerlijk is als mooie herinneringen met je mee mogen gaan in die laatste soms moeilijke duizend dagen. En de vraag: wat leerde ik van de minder mooie?

We fietsten langs Franciscus van Sales afgebeeld met pen en boek , zijn beeld bij het kerkhof in Tilburg. Wat zou hij ons willen zeggen over onze laatste duizend dagen. Toch eens  opzoeken.

   Annie van Heerebeek

 

 

Salesiaans Contact oktober 2023

Post van monseigneur

Judith de Raat

We zijn intussen aangekomen bij de vijfde brief van Franciscus van Sales aan Madeleine de la Fléchère. Eind mei van het jaar 1608 had hij haar geschreven, nu is het juli en schrijft hij haar binnen enkele dagen meerdere brieven. Het is typerend voor de beginperiode van het contact per brievenpost: veel opeenvolgende brieven in het begin en daarna een wat kalmer ritme, met langere periodes tussendoor, waarin het contact tot bestendigheid en rust komt.

Deze vijfde brief is gedateerd op 13 juli 1608 en heeft in de Annecy Editie nummer CDLXVIII. Waar de brieven die Franciscus van Sales aan Madeleine de la Fléchère schreef in brievenboeken of vertalingen zijn overgenomen, ontbreekt deze brief meestal. De brief die hij op het einde van deze brief aankondigt, wordt dan wel opgenomen. Die is overigens van 16 juli 1608, drie dagen later dus.

Madeleine de la Fléchère wordt in deze brief door Franciscus van Sales aangeduid als iemand met een ‘melancholische inslag’. Daarmee verwijst hij naar de temperamentenleer, die mensen indeelt in vier categorieën. Naast het melancholische temperament zijn er het sanguinische, cholerische en het flegmatische type. Iemand met een melancholische inslag is volgens deze leer introvert, een gevoelsmens met bijbehorende pieken en dalen, vaak creatief, maar ook behept met een pessimistische inslag.

Als geestelijk leidsman past Franciscus van Sales zijn woorden en adviezen aan, zodat ze beter aansluiten bij wie de ontvanger is. In de woorden die hij hier schrijft, klinkt passende steun en troost door voor iemand die het niet alleen moeilijk heeft, maar het ook zichzelf niet makkelijk maakt.

In de brief wordt verwezen naar Angela van Foligno (1248-1309). Deze Italiaanse mystica werd in 2013 heiligverklaard. In de Philothea verwijst Franciscus van Sales ook naar haar, bijvoorbeeld in deel 4, hoofdstuk 14, als het over geestelijke dorheid gaat:

“Het gebed waartoe je jezelf met geweld moet dwingen, heeft God het liefst, aldus heeft de zalige Angela van Foligno gezegd. Dat komt omdat je zo’n gebed niet verricht uit smaak, uit grage gevoelens, maar alleen uit het verlangen om aan God te behagen. Je wilskracht moet in dit geval je dorheid en geestelijke onvruchtbaarheid overwinnen.”

In dit citaat wordt, net als in de brief, het woord ‘geweld’ gebruikt. Wie een bepaalde persoonlijkheid of karaktertrek heeft en daar onder lijdt, zo lijkt hier de boodschap, doet er goed aan zichzelf zo nu en dan wat geweld aan te doen. Pak jezelf op, geef jezelf een zetje, spreek jezelf een beetje streng toe, want anders blijf je bij de pakken neerzitten en dat leidt nergens toe. Hopelijk heeft dat Madeleine de la Fléchère goed gedaan.

Annecy, 13 juli 1608

Je laatste brief heb ik nog niet beantwoord omdat ik geen betrouwbare bezorger heb gevonden, maar deze brief geef ik nu toch mee, ook al zal die niet kunnen volstaan als antwoord. Ik wilde je alleen maar schrijven om je te zeggen dat ik elke dag met een hele speciale genegenheid voor je bid tot Onze Lieve Heer. In mijn gebed vraag ik Hem om je te helpen met vertroostingen tijdens de zorgen en de last die je zwangerschap je zal geven. Aan jou denkend stel ik me zo voor dat je melancholische inslag je zwangerschap zal aangrijpen om je veel verdriet te doen. En als je verdrietig bent, zul je je alleen maar meer zorgen maken.

Doe dat niet, smeek ik je. Als je je zwaar op de hand, verdrietig en somber voelt, sta jezelf dan niet toe om dat zonder meer te blijven. Ook als het erop lijkt dat alles wat je doet zonder smaak, zonder gevoel en zonder kracht is, blijf dan onze gekruisigde Heer omhelzen. Geef Hem je hart, wijdt je geest en je genegenheid aan Hem, gewoon zoals die is.

De zalige Angela van Foligno zei dat Onze Lieve Heer haar geopenbaard had dat niets zo aangenaam was als dat wat door haar met geweld gedaan werd. Dat wil zeggen, dat wat ze deed met een grote, vastberaden wil, tegen alles in, of dat nu lichamelijk van aard was of geestelijke dorheid, droefheid en innerlijke nood.

Mijn God, mijn lieve dochter, bedenk hoe gelukkig je zult zijn als je trouw bent in je voornemens, te midden van het kruis dat jou wordt voorgehouden door Hem die je heeft liefgehad tot in de dood, de dood aan een kruis (Filippenzen 2, 8).

Zodra het kan, zal ik je laatste brief beantwoorden en ook schrijven aan mevrouw de Mieudry en aan je lieve zus, mevrouw de la Forest. Blijf dichtbij Jezus, leef in Hem en door Hem, die van mij jouw toegewijde dienaar maakt.

Franciscus, bisschop van Genève

 

NIEUWS VAN DE OBLATEN

12 OKTOBER  STICHTERSDAG

Louis Brisson was helemaal niet voorbereid toen hij van de Visitatiezuster Maria Salesia Chappuis te horen kreeg dat hij de priester was die God had uitgekozen om een mannelijke religieuze gemeenschap te stichten om het leven en werk van de heilige Franciscus van Sales in deze wereld levend te houden. Brisson dacht eerst dat dit een verzinsel was van een vrome vrouw en dacht er niet aan om haar serieus te nemen, zelfs niet toen er onverklaarbare wonderen gebeurden. “Ik wil niet,” zei Brisson op 25 februari 1845, “zelfs niet als Jezus Christus persoonlijk aan mij zou verschijnen.” Brisson zelf bekende vele jaren later wat er precies gebeurd is. Hij zag Jezus Christus voor hem staan en hem met een strenge blik aankijken. Het is niet belangrijk of dit wonder werkelijk heeft plaatsgevonden, veel doorslaggevender is dat Brisson er vanaf die dag mee instemde deze wil van God in zijn leven te vervullen.
Op zondag  12 oktober 1873, ’s middags om 4 uur ontving bisschop Ravinet rector Brisson met 5 medebroeders. De bisschop nam ze op in het noviciaat, en richtte de congregatie canoniek op, volgens kerkelijk recht.

Deze dag werd daarmee de stichtingsdag van de Oblaten van Franciscus van Sales.

Tien jaar voor zijn dood zal Louis Brisson zeggen: “Moeder Chantal vroeg Sint Franciscus van Sales om een congregatie van mannen te stichten die leefden en werkten vanuit zijn spiritualiteit: Waarom leidt u geen priesters op die zijn zoals u en die uw geest bewaren?“ Driehonderd jaar later zijn wij gekomen om deze erfenis op ons te nemen. En we zijn op het juiste moment gekomen.”

 

Allerzielen, 2 november 2023

De dagen zijn wat grauwer geworden. Er is bewolking en de avond valt steeds vroeger. Bomen verkleuren, en de wind waait steeds meer kale plekken in het bos. De herfst is in gang gezet, en het seizoen reikt ons als vanzelf de gedachte van sterfelijkheid aan.

Waar het seizoen dat al niet doet, doet dat de omgeving wel. We hebben vaak allerlei manieren om te spreken over onze doden. Ze worden gekend en bewaard door God, ze mogen rusten in vrede, ze zijn opgenomen in het eeuwig licht…

Soms zeggen mensen: “Ons moeder is uit de tijd”. Het lijkt een heel eenvoudige zegswijze, maar ze is eigenlijk heel treffend en diepzinnig.

Onze doden zijn uit de tijd… Onze uren en dagen, onze maanden en jaren tellen niet meer voor hen, ze zijn in het land buiten de tijd. Het land buiten onze tijd: is dat niet de eeuwigheid waar de klok niet loopt en tijd niet verstrijkt? In die eeuwigheid die God is, worden onze doden gekend en bewaard. Daar mogen ze zijn, in liefde opgenomen bij de velen die ons voorgingen, daar mogen ze zijn, waar eens ook onze bestemming is.

En intussen doet de tijd met ons haar werk: ze heelt de wonden, ze verzacht en verzoent, en legt een sluier over de herinnering.

Binnenkort is het Allerzielen. Meer dan gewoonlijk denken we die dag aan onze doden. Ze lichten als het ware weer op in onze herinnering. We bezoeken onze doden, aan het graf, bij de urnenmuur, bij de foto op het dressoir, in de diepte van onze herinnering en van ons hart. We zoeken de band met hen, en we weten dat ze gekend zijn, door ons, maar meer nog, steeds meer, door de Levende die Tijd en Eeuwigheid is. In die Eeuwigheid blijven onze doden gekend, ook als wij steeds meer ons leven hernemen, onze wegen verder gaan, ook als eens onze tijd gekomen is…

Huub Oosterhuis schreef ooit dit gebed bij het overlijden van een mens. Ik reik het u aan, met de wens dat wij bemoediging en troost mogen vinden in het geloof dat onze lieve doden, die uit de tijd zijn, behoed blijven door de Heer van alle tijd.

God, wij waken bij deze dode
en bidden voor hem,
want nu zijn lichaam is verstard
willen wij zijn naam toch
levend houden in ons midden.
Maar wij weten hoe zelfs dat onmogelijk is:
hij zal nog dieper sterven in ons,
zijn naam zal inslapen in onze herinnering,
en ook de droefheid zal ons ontnomen worden,
wij zullen verder leven zonder hem.
Wij bidden U, dat hij, levend bij U,
mag waken over ons;
dat hij onze voorspraak,
ons gebed mag zijn bij U;
dat hij U onze namen in herinnering mag brengen
zonder ophouden, zoals Jezus Christus doet,
een mens naast U
in alle eeuwigheid.

Op zaterdag 4 november komen we als Oblaten samen met de familie van onze overleden medebroeders en leden van onze Salesiaanse familie samen. We vieren eucharistie en noemen de namen van onze overledenen en ontsteken voor hen licht. Zo brengen we hen in herinnering  en ontsteken licht om te getuigen van ons geloven dat zij leven in het Eeuwige Licht.

 Kees Jongeneelen osfs

 

 

 

 

 

14e Zondag 7 juli 2024

14e Zondag door het jaar
Marcus 6,1-6.

PROFETEN GEVRAAGD.

Het is een riskant beroep.
Een profeet is een aanklager,
een verstoorder van de openbare orde.
Hij is gevoelig voor recht en onrecht.
In woord en daad werkt hij
aan een paradijs van een wereld.
Niemand mag iets te kort komen.
Vrede moet er zijn voor iedereen.
Hij staat ín voor de toekomst
van mens, dier en wereld.

Toch zijn profeten vaak
roependen in de woestijn.
Ze lopen op tegen de muur van eigenbelang.
Ze ondervinden onbegrip en tegenwerking.
Hun inzet wordt bespottelijk gemaakt.
Daardoor wordt hun boodschap niet gehoord.
Ze worden bijna gedwongen
om naar elders te vertrekken.
De grond wordt niet zelden
te heet onder hun voeten.

En toch mag hun boodschap niet verstommen.
Mensen, zoals u en ik, hebben profeten nodig.
Zonder hen wordt ons leven ingekapseld
in eigenbelang, in eigen voordeel.
Ze komen op tegen de mentaliteit
van ‘ieder-voor-zich’.
Ze strijden voor het belang van allen:
voor een harmonieuze wereld,
voor heelheid van de schepping.
Ook vandaag nog worden profeten gevraagd,
om Gods bedoelingen met mens en wereld
te verkondigen in woord en daad.

Wim Holterman osfs

 

13e zondag

13e Zondag door het jaar
Marcus 5,21-43

BLIJF VERTROUWEN

In zijn woorden en daden
boezemt Jezus vertrouwen in.
Er gaat een kracht van Hem uit,
die in mensen wonderen doet.
Vertrouwen in Hem, op Hem bouwen,
is leven-gevend, is toekomst-makend.
Hem vertrouwen geeft kracht.
Geraakt door Hem staan we op
en worden weer hele en geheelde mensen.
Hem vertrouwen roept ongekende krachten
in ons op, die ons oprichten.
We worden er nieuwe mensen door.

Zijn aanraking is niet zonder gevolgen.
Hij stoot ons aan, opent ons de ogen
om niet voorbij te gaan
aan het leed van mens en wereld.
Het leven dat Hij ons geeft
moet gedeeld worden met hen
voor wie het nauwelijks leven is.
Hem vertrouwen is niet zonder risico’s.
Het zet ons aan om op te staan
uit onze eigen zelfgenoegzaamheid.
Het daagt ons uit om
ons vertrouwen aan anderen te geven.

In gelovig vertrouwen
mogen we naar Jezus blijven uitzien
om zelf heil en geluk te brengen.
We worden daardoor mensen
van vrede en bevrijding,
van toekomst en leven.

Wim Holterman osfs

 

12e zondag

12e Zondag door het jaar
Marcus 4,35-41.

BEGAAN MET MENSEN

Soms steken er stormen op in ons leven.
We gaan de boot in.
We verliezen ons houvast,
voelen geen grond meer onder onze voeten.
Het water staat ons aan de lippen.
We dreigen kopje onder te gaan.
We schreeuwen om hulp,
maar door het geraas in ons en rondom ons
krijgen we geen antwoord.
De avond is over ons leven gevallen,
het is stikdonker.
Het leven gaat gewoon zijn gang.
Het is alsof niemand geraakt wordt
door de ellende die ons getroffen heeft.
Eenzaam, vertwijfeld staan we in het leven.
Totdat er iemand opstaat,
iemand die zich over ons ontfermt.
Een arm om onze schouder,
een hand in de onze,
kan de storm stillen.
Er gebeuren wonderen,
als mensen met elkaar begaan zijn.
Zij laten voelen,
dat God met ons begaan is.
We kunnen niet vallen
of we vallen in Zijn hand.

Wim Holterman osfs

11e Zondag 16 juni 2024

11e Zondag door het jaar
Ezechiël 17,22-24; Marcus 4,26-34.

GELOOF IN GROEI

Het zaad in de grond,
het mosterdzaadje:
deze verhalen getuigen
van Jezus’ geloof
in het Rijk van God.
Hij ziet kleine aanzetten.
Hij blijft vertrouwen
in de kleine goedheid
van elk mens.
De groeikracht van het goede
is onweerstaanbaar;
zij is sterker dan het kwaad.
De liefde timmert niet aan de weg,
zij vraagt niet om gezien te worden.
Verborgen en in het klein
draagt ze een goddelijke kracht,
die niet te stuiten is.

Ons wordt gevraagd
om voorwaarden te scheppen,
zodat het goede alle kansen krijgt.
En ook: dat we niet ten onder gaan
aan ons pessimisme.
Ook al wordt er geduld van ons gevraagd,
eens zal het waar worden:
goedheid en liefde aan de macht,
vrede en toekomst voor iedereen.
Soms lijkt het Rijk van God veraf,
maar het groeit dóór
waar wij mensen van God zijn,
zo goed als Hijzelf.

Wim Holterman osfs

 

Nuusbrokkies junie 2024

< Die Nuusbrokkies van Namibia > van Junie 2024.

< Die koue het oor die naweek sy kloue behoorlik in Namibia ingeslaan. Van plaas tot dorp en ook die hoofstad Windhoek en veral in die suide van die land het laat weet, die kwik het etlike grade onder vriespunt gedaal. Op klein-Aus Vista het Piet Swiegers ‚n welkome 20 mm reen uit sy meter gegooi, met die belofte dat,sou ‚n paar mm weer val, die omgewing oor ‚n paar maande met ‚n blommekombers bedek sal wees.> (Republikein van dinsdag 4 Junie 2024).
Die wintertijd heeft nu zomaar in een keer hard toegeslaan met temperaturen tot -3 tot -7 graden onder het vriespunt bij Windhoek en ook tot in die uiterste zuiden en dit zal ‚n paar dagen koud blijven.
President Nangolo Mbumba heeft de noodtoestand over Namibia aangekondigd op 22 Mei, omdat dit onvoldoende en op de meeste plekken in Namibia helemaal niet geregend heeft. Enkele landen rondom Namibia hebben de noodtoestand al vroeger afgekondigd : Zimbabwe, Zambie en Malawi.Hij doen ‚n beroep op andere landen om Namibia te helpen met : Koring, mais en mahangu. Ook hebben heel veel dorpen problemen met de drinkwater -verzorging en hebben alreeds waterbeperkings aangekondigd,omdat de stuwdammen steeds minder water in voorraad hebben. Ook in Mariental is de Hardapdam nog maar net 7 % vol (of leeg) en alleen mens en dier mogen daarvan water krijgen.
Daar is al ND 825 miljoen voor hulpmaterialen begroot voor die droogtehulp:
ND 600 miljoen voor voedselhulp tot 30 Julie 2025.
ND 100 miljoen voor vee en watervoorziening.
ND 25 miljoen voor zaad en andere landbouw behoeftes.
De minister van landbouw Calle Schlettwein heeft verklaard, dat dit de ergste droogte is in meer als 100 jaar en dat op het ogenblik ongeveer 331.000 huishoudings landwijd reeds geregistreerd zijn voor droogtehulp.

Op zaterdag 22 Junie vieren we hier feest bij de M.S.C.zusters in Mariental. Twee zusters gaan hun 60 jarig kloosterjubileum vieren:
Zuster Edelgardis en Zuster Sieglinde
En drie zusters van ander plekken vieren hun 25 jarig kloosterjubileum :
Zuster Hedwig van Otjiwarongo;Zuster Hildegard van Rehoboth en Zuster Bernadette van Gibeon. Zij vieren dit ook samen in Mariental met hun familie en medezusters.
Op 25 Mei hebben we weer ‚n mooie feest gehad in Mariental met wel 500 familie en geloviges uit heel veel plekken.‘N getrouwde man Frederick Mensah is tot diaken gewijd en hij zal in Aranos en omgeving zijn diakenschap uitoefenen en op Cambridge met zijn vrouw gaan wonen,waar daar‚n school en hostel staat met 236 kinderen.
Op 6 Julie zal nog ‚n getrouwde diaken gewijd worden in Keetmanshoop : Michael Wimmerth.Maar dan zit ik al thuis in Nederland !!!!
Op 1 Julie vertrek ik uit Namibia in de avond om 18.50 en dan kom ik vroeg in Frankfurt aan 05.20 uur. Daar moet ik ‚n paar uren wachten,maar dan kom ik toch nog om 10.40 uur in Amsterdam aan.Bij elkaar opgeteld is het precies 12 uren vliegen, net maar ‚n halve dag afstand van elkaar.Eigenlijk is dat ongelooflijk : ongeveer 13.000 km verwijderd en ‚n totaal ander wereld, ander kultuur en ander dagelijkse leven,ander klimaat en ander kleur mensen……Ik verheug mij al reeds op de vakantie om al die familieleden weer te kunnen ontmoeten. Mijn derde oudste zuster , Riet Michielsen, is in die afgelopen tijd gestorven op 29 April 2023.We zijn nu nog negen personen : 6 meisjes en 3 jongens….dit klinkt nog ‚n beetje jong,want we zijn intussen op leeftijd : Tussen 90 jaar en de jongste 75 jaar. Ik ben de middelste met 83 jaar.Misschien wordt dit mijn laatste bezoek naar Nederland,maar dat dacht ik twee jaren geleden ook. Zo lang als ik mijzelf kan verzorgen,zal ik blij zijn om mijn familie nog altijd te kunnen gaan opzoeken.
Ik wil nu ook maar aankondigen, dat ik in Julie en Augustus in Nederland zal zijn. Op 30 Augustus in de avond vertrek ik uit Nederland en kom op 31 Augustus weer in Windhoek aan vroeg in de morgen 08.20 uur.Ik zal in hierdie twee maanden geen < Nuusbrieven van Namibia > uitsturen.
Hartelijke groeten aan allemaal en < Totziens> aan mijn familie en bekenden.
P.Martin.

 

10e zondag 9 juni 2024

10e Zondag door het jaar
Genesis 3,9-15; Marcus 2,20-35.

GOEDHEID AAN DE MACHT

Broers en zusters zijn van Jezus:
dat is gaan staan in Zijn droom
van een hemel op aarde.
Het is jezelf inzetten voor vrede,
voor welzijn en voor gerechtigheid.

Aan Hem verwant zijn:
dat is opkomen voor wie verdrukt wordt;
dat is rust noch duur hebben,
omdat anderen niet tot hun recht kunnen komen.
Het is: durven te vergeven,
zelfs bidden voor je vijanden.

Bij Hem horen, dat is:
ruimte geven aan mensen,
hen alle goeds gunnen,
niet uit zijn op eigen gewin,
maar handen zijn voor wie onthand is,
voeten voor wie niet uit de voeten kan.

De wil van de Vader doen, dat is:
goedheid alle kansen geven,
niemand in ongenade laten vallen.
Integendeel: elkaar opbeuren tot echt menszijn.

Gek eigenlijk, dat je om goed te zijn
een beetje gek moet zijn!

Wim Holterman osfs